Banner

Machtelinckx/Jensson/Badenhorst/Wouters

Faerge

7.5
Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 03 januari 2013

Wie regelmatig de Vlaamse jazzpodia afschuimt, heeft de jonge gitarist Ruben Machtelinckx zeker al aan het werk gezien en vastgesteld dat de man er een eerder ingetogen stijl op nahoudt die moeilijk aan één stijl of genre vast te pinnen is. Toch zal een eerste beluistering van Faerge een verrassing zijn, door het evenwicht en de maturiteit waarmee gemusiceerd wordt.

Machtelinckx was onlangs de hort op met het eclectische gezelschap An Expedition Into The Mind Of Sgt. Fuzzy, speelt in het trio Amygdala en was ook al te horen op Follow The Sound 2012 (een instant composing-project van Kris Defoort) en Jazz Middelheim (een concert o.l.v. trompetvirtuoos Peter Evans), maar de release van dit album met het kwartet met de IJslandse gitarist Hilmar Jensson en Belgen Joachim Badenhorst (klarinet, basklarinet, tenorsax) en Nathan Wouters (bas) is als we het goed hebben zijn eerste release als leider.

Het is alleszins een behoorlijk straffe line-up, want Jensson leidt het tussen jazz en rock pompende Tyft, is de vaste gitarist van Jim Blacks AlasNoAxis en dus een bekende in het New Yorkse milieu van o.m. Trevor Dunn, Andrew D’Angelo, Tim Berne en Chris Speed. Wouters speelt ook in Amygdala en Banjax en was er een paar keer bij op Middelheim, terwijl Badenhorsts gestage opmars verder gezet wordt. Spelen met gitaristen is voor hem dan ook geen probleem, gezien zijn voorgeschiedenis bij Equilibrium (Mikkel Ploug), Taro (Martin Schönlieb) en Os Meus Shorts (Nico Roig).

Vanaf “Ladakh” pakt het kwartet uit met een zeer homogene sound en stijl, die inzet op atmosfeer, maar soms vernuftig in elkaar steekt. Zo heb je een koptelefoon nodig om uit te vissen hoe elegant de gitaren rond elkaar strengelen en voortdurend variëren op een handvol melodieën, terwijl Badenhorst zich te buiten kan gaan aan weemoedigheid die rechtstreeks uit Scandinavië lijkt te komen. Het is een klassiek procédé om zo’n stuk steeds expressiever, intenser en luider tot bloei te laten komen, maar het resultaat is ronduit bedwelmend en bloedmooi.

De ingetogen gitaarstijl wordt eigenlijk doorheen het hele album aangehouden, met subtiel getokkel en voorzichtige textuurverschuivingen. Je hebt geen enkele keer een moment dat er per se geschitterd moet worden met heftige akkoordenreeksen, exuberante uithalen of elastische solo’s die een en al virtuositeit uitbraken. In het tweedelige “Hymne” leidt het aanvankelijk tot muziek die een plaatsje opzoekt tussen de Americana van Bill Frisell en die van Erik Friedlander, waarbij het intieme, haast sentimentele eerste deel een mooi vervolg krijgt in een iets soberdere, afstandelijkere tweede helft.

In “Louisiana” valt er weinig blues, dixie of Cajun te rapen, maar wel filmische twang die uiterst evocatief werkt en een prachtige klarinetmelodie meekrijgt. Een ander schittermoment voor Badenhorst, is zijn tenorsolo in “Früh Stuk”, die verrast door zijn emotionele impact. Dit had in handen van minder creatieve muzikanten wat steriel kunnen worden – hier is het een moment van ingetogenheid met weerhaakjes die net ver genoeg uitsteken om hun werk te doen.

Het is pas op de tweede albumhelft dat er een echte wending in aanpak te onderscheiden valt. Sluit “Almost Gypsy” met zijn hypnotische gitaardans en een stukje waarin Badenhorst en Wouters even aan de dromerige sfeer ontsnappen, nog aan bij de eerste helft, dan gaat de titeltrack van start met scratchy gitaareffecten, strijkstok en luchtmanipulaties in een mondstuk. Heel even doet het gitaarwerk denken aan Marc Ducrets spielereien met het volumepedaal, maar een tweede gitaarpartij geeft het geheel haast iets ritualistisch, een stuk impressionisme met gekapte gitaaraccenten, tegen drone aanleunende bas en wazige klarinetgolven. Een knappe wending.

“Prayer”, dat eerder ook al aan bod kwam bij Amygdala en An Expedition Into The Mind Of Sgt. Fuzzy, krijgt hier een nieuwe inkleding, terwijl afsluiter “Zeilen, Heuvels” begint en eindigt met zoemende versterkers die van elkaar gescheiden worden door een vertrouwd klinkende, maar iets eigenzinniger invulling dan op de eerste albumhelft. Het maakt van Faerge een zeer homogene plaat met toch voldoende variatie en prikkels om je als luisteraar bij de les te houden.

Maar vooral: Machtelinckx is erin geslaagd om potentiële valkuilen te ontwijken met verfijnde composities, die hij uitvoert met veelzijdige collega’s die het talent in de vingers hebben om van het album een zeer geslaagd debuut te maken. “Faerge” zou Deens zijn voor ‘pont’ of ‘ferry’. De associaties van water, open horizon en reizen die het oproept, zijn dan ook gepast. Faerge verscheen op de valreep nog in 2012, maar is eigenlijk de eerste knappe Belgische trip van 2013.

Het album werd uitgebracht op vinyl, maar bevat ook een cd, die twee extra songs bevat. En alsof de muziek nog niet zou volstaan, kan ook nog melding gemaakt worden van het prachtige artwork van kunstschilder Koen van den Broek. Het kwartet begint vanavond aan een korte concertreeks. Meer info op de website.

E-mailadres Afdrukken