John Dikeman, Klaus Kugel & Raoul van der Weide

Across The Sky

8.0
Guy Peters - 13 augustus 2012

Van een plaat die z’n titels haalt bij de openingsregels van Thomas Pynchons legendarische Gravity’s Rainbow verwacht je misschien dat het Grote Boek Der Postmoderne Trucen erbij gehaald wordt en ingezet zal worden op allerhande intellectueel geginnegap en intertekstuele referenties, maar dat gebeurt hier allerminst. Across The Sky is een bijzonder coherent uur muziek van drie artiesten die klinken als oude bekenden die met vanzelfsprekend gemak met elkaar in de weer gaan.

alt

Het is bovendien een verademing om John Dikeman eens buiten de context van het brullende Cactus Truck of het XL-ensemble Royal Improvisers Orchestra te horen. Hier kan de naar Nederland uitgeweken Amerikaan, die er intussen al aardig wat omzwervingen op heeft zitten, immers nog eens terugkeren naar zijn echte roots: die van de in de blues gewortelde free jazz. Daarvoor treft hij fijn volk aan met de Duitse drummer Klaus Kugel, die opgang maakte aan de zijde van Theo Jörgensmann, herhaaldelijk met Steve Swell en Vyacheslav Ganelin de hort op was en recenter te horen was op twee albums van het internationale Undivided. Van der Weide heeft een iets minder brede discografie, maar heeft de langste carrière (als muzikant en visueel artiest) en een sterk individuele stijl die hem in staat stelt om zowel een aardig potje te swingen als in de weer te zijn met allerhande hulpstukken.

Het hoofdgewicht van de plaat zit in opener “A screaming comes”, een vijfentwintig minuten durende slooptocht die vanuit rinkelende percussie en kaalgeplukte snaren van start gaat, maar onder leiding van Dikeman al snel de energie en de intensiteit opdrijft. In tegenstelling tot het instant geweld van Cactus Truck gebeurt het hier echter allemaal een pak vloeiender en beheerster en het duurt dan ook even voor de saxofonist begint aan een bezwerende klaagzang die naadloos aansluit bij het werk van Albert Ayler en verrassend ingetogen gecounterd wordt door het bijna drone-achtige samenspel van van der Weide en Kugel. Die laatste laat hier, net als bij Undivided, horen hoe hij voorturend in de weer blijft met vrije timing en toch een hypnotiserende flow in de performance stopt.

Van der Weide kan uitpakken met een breed scala aan technieken, van abrupt gepluk en ongebruikelijke technieken tot vliegensvlugge loopjes die Dikeman verplichten om een versnelling hoger te schakelen. Die heeft daar geen probleem mee en steekt het vuur aan de lont met de oudtestamentische furie die Charles Gayle aan de dag legde op zijn beste trioplaten. Meer nog dan improvisatie of free jazz hoor je daar de oergospel in: de met religieuze overtuiging rondwentelende, kronkelende dadendrang met ronkend gebeuk in het lage register, gespleten tonen en een timbre dat bijna aan stukken wordt gereten. Hard en heftig, maar ook met een controle die bewijst dat hij meer is dan een one trick pony.

De twee erop volgende stukken, “across the sky.” en “It has happened before…”, hebben niet diezelfde verhalende overrompeling, wat voor een groot stuk te wijten is aan een meer open, wat grilligere aanpak, met een sterkere nadruk op ongewone speeltechnieken en contrastwerking. Zo gaat “across the sky.” van start met een lange, saxloze intro, waarbij vooral van der Weide in de weer is met allerhande gefriemel, gesleur en gerammel, terwijl Kugel het beperkt tot licht neuriënde cimbalen. Dikeman maakt pas na een paar minuten een sputterende entree en zorgt na een simultane spanningsopbouw met Kugel voor een tweede helft die opnieuw de kaart van de vurige freejazz trekt.

Afsluiter “It has happened before…” gaat nog verder dan z’n voorganger en laat van der Weide in de weer horen met een crackle box en allerhande objecten, die hij het hele nummer door blijft hanteren, wat leidt tot een dwarse melange die Dikemans scheurende litanieën nog chagrijniger doen klinken dan ervoor al het geval was. Het knappe is echter dat het allemaal gebeurt met een collectieve aanpak, tot een paar grappige unisono uithalen in de finale toe. Het laat ook horen dat de improvisatie bij uitstek een wereld is waar gelijkgezinden van verschillende generaties (geboortejaren: 1949, 1959 en 1983) bereid zijn om aan hetzelfde koord te gaan trekken zonder dat het uitmondt in voorspelbaarheid. Across The Sky is absoluut het ontdekken waard en het zoveelste bewijs van de fijne neus van het NotTwo-label.

E-mailadres Afdrukken