Banner

Candlemass:: Psalms for the Dead

6.0
Sytske Boone - 25 juli 2012

In 1986 zette Candlemass met hun legendarisch debuut Epicus Doomicus Metalicus de toon voor een langdurige en bloeiende carrière. De band mag al een aantal keer ontbonden en weer bij elkaar zijn gekomen, uiteindelijk blijven de doompioniers garant staan voor lekker logge plaatjes. Dat is met Psalms for the Dead niet veranderd, hoewel het nieuwe er samen met de scherpe randjes grotendeels vanaf is.

De bittere nasmaak komt niet echt van de muziek op de nieuwe plaat, wel van het feit dat deze elfde telg het afscheid van de band inluidt. Althans qua studioalbums sinds opperhoofd Leif Edling het in zijn bol kreeg vanaf nu enkel sporadisch een nieuwe song online te gaan keilen. De podia afschuimen staat wel op de planning, maar dan met zanger Mats Levèn in plaats van Robert Lowe. Die laatste werd vier dagen voor de albumrelease uit de groep geknikkerd wegens te dronken, ongeïnteresseerd en ronduit barslecht op het podium. Jammer, want één van de grootste charmes op Psalms for the Dead is net zijn klok van een stem.

Veel gevarieerder dan in pakweg “The Lights of Thebe” klonk hij zelden. De hoge noten haalt hij moeiteloos en met theatrale precisie. Voeg daar de sinistere toetsen van Per Wiberg (ex-Opeth) bij en er ontstaat een boeiende mix van oriëntaals aandoende klanken met typische doom metalstukken. In het algemeen blijkt Wiberg een zegen voor de gelederen van Candlemass. Wanneer het muzikaal dreigt stil te vallen --wat met slepende muziek nogal eens dreigt te gebeuren -- vult hij de leemtes op met meer dan louter plamuursel zonder toegevoegde waarde. Hier en daar valt zelfs een creatie te ontdekken die puur rond zijn op jaren zeventig bands geïnspireerde spel draait. “Siren Song” had bijna van Black Sabbath of Deep Purple kunnen zijn.

Dat vooral Black Sabbath een grote inspiratiebron vormt, blijkt uit zowat iedere song op de plaat. Dezelfde makkelijk te doorziende structuren, dezelfde kenmerkende gitaarriffs en solo’s en datzelfde mid-tempo dat met het grootste gemak constant wordt aangehouden. Uiteraard bestaan er al referenties die een viezere smaak in de mond geven, maar het zegt veel over de originaliteit van Psalms for the Dead. Behalve de straffe keyboards klinkt Candlemass zoals we het al meer dan gewend zijn. De plaat bevat best kwaliteitsvol spul, maar als afscheid van een legendarische band had het iets meer mogen zijn dan een zoveelste inwisselbaar product uit hun catalogus.

Bovendien kunnen wij ons er niet volledig overheen zetten dat de nummers net iets té afgelikt klinken. Bij “The Killing of the Sun” valt er nog een flauwe nagalm te ontwaren die ze waarschijnlijk vergaten weg te filteren. De rest klinkt immers gepolijst, terwijl doom best een beetje mag rammelen. Zeker als de aangesneden onderwerpen als vanouds over verlies, dood, afscheid en innerlijke demonen gaan. Met als overkoepelend thema de vernietigende kracht van tijd zoals gedeclameerd in “Black as Time”. Spoken word-intro’s zijn vaak langgerekt en halen de vaart uit een plaat, maar hier is het verhaaltje functioneel. En het verhaal is met deze song uit, want het vormt de epische afsluiter van de elfde plaat en meteen van de loopbaan van deze Zweedse band. Benieuwd hoe lang het dit keer duurt voordat Candlemass op zijn schreden terugkeert en de volgende release aankondigt.

E-mailadres Afdrukken