Banner

Jonah Parzen-Johnson

Michiana

7.5
Guy Peters - 29 juni 2012

Het is nog te vroeg om te kunnen spreken van een echt Colin Stetson-effect, maar anderzijds mag je na zo’n crossoversucces wat volgelingen verwachten die ook hun kans willen wagen. De in Brooklyn residerende baritonsaxofonist Parzen-Johnson heeft duidelijk geluisterd naar Stetson, maar weet zich meteen ook te onderscheiden met een verrassend persoonlijke stijl, die op solodebuut Michiana leidt tot soms hypnotiserende knappe resultaten.

Baritonsaxofonisten kregen pas wat krediet nadat het instrument door Harry Carney naar de voorgrond gekegeld werd. Het instrument kende in de loop der jaren een paar experts (Gerry Mulligan en Serge Chaloff zijn zowat de belangrijkste voorbeelden uit de klassieke jazzperiode) en tot op vandaag een paar toegewijde uitvoerders (Gary Smulyan werd zopas verkozen tot baritonsaxofonist van het jaar), maar het blijft vaak een instrument voor dubbelaars, muzikanten als Mats Gustafsson en James Carter, voor wie het deel uitmaakt van een breder arsenaal rietblaasinstrumenten.

Bij de nog maar 24-jarige Jonah Parzen-Johnson, die ook actief is binnen de afrobeatband Zongo Junction en te horen was op Kenny Werners goed onthaalde No Beginning, No End staat de bariton centraal en de muzikant laat horen over een behoorlijk uitvoerige bagage te beschikken. Die werd tijdens zijn leerjaren in Chicago aangescherpt door contacten met volk uit het AACM, zoals Matana Roberts die hem aanmoedigde om zijn roeping te volgen. Daar is hij met verve in geslaagd, want Michiana, genoemd naar een dorpje op de grens van Indiana en Michigan op zo’n 100 kilometer van Chicago, maakt meteen duidelijk waarom hij al een “experimental folk saxophonist” genoemd werd.

Parzen-Johnson heeft naast de vrije improvisatie ook een voorliefde voor traditionele folk uit de Appalachen en moderne folk- en lo-fi-muzikanten als Bill Callahan en Devendra Banhart. Voor een stuk sluit dat aan bij zijn naar eigen zeggen nostalgische karakter en gaat er van die muziek een ingetogen authenticiteit uit die hij zeer goed kan recreëren. Hoewel hij het stilistische gamma -- van circulaire ademhaling en gespleten tonen tot een talent om het klankpalet van de sax te verkennen -- uitermate goed beheerst, is Michiana niet de overrompelende, bombastische tour de force die New History Warfare, Vol. 1 & 2 waren. Parzen-Johnson kiest voor een manier van werken die veel soberder is.

Er werd tijdens de opnames gewerkt met vijftien microfoons, maar de ritmische overrompeling en prominent geduwde stemtechnieken van Stetson zijn hier minder sterk aanwezig. In plaats daarvan krijg je een van alle bombast en ballast ontdane lappendeken van negen tracks, die zich laten beluisteren als een coherent geheel. Na intro “I Turn Left Over Train Tracks I”, een stuk waar hij nog een variatie op maakt en dat twee keer een remix krijgt aan het einde van de plaat, word je meegenomen op een wandeling door herinneringen via muzikale uitwerkingen, waarbij de muziek getuigt van een opmerkelijke diepgang en zachtaardigheid. Hier geen boude statements (wél tandenknarsende spanning nu en dan) of wild epateergedrag, maar uitnodigende creativiteit.

Stukken als “If He Was Just Scared, Then That’s OK” en “Never Meant To Keep In Touch” (die titels alleen al) zijn haast tegenhangers voor kortverhalen van Raymond Carver, uitgepuurde composities die pas concentratie afdwingen. Het is erg minimalistisch, vaak gebaseerd op zacht aangehouden tonen, subtiele variaties en toegelaten stiltes, maar soms ook een onbedwingbare spanningstoename, met golvende circulaire patronen (luister naar die ronkende herhalingen in “You Probably Don’t Remember”) en multiphonics. En hij neemt er z’n tijd voor: bij “In Michigan City The Railroad Runs In The Road” is het lang wachten op iets dat het haast pastorale blaaswerk verstoort, en als hij de spieren dan laat rollen, dan gebeurt het nog zonder schok.

Voor wie weinig geduld heeft, is Michiana dan ook een beproeving. De plaat weigert halsstarrig om z’n drenteltempo op te geven en eist dat de luisteraar er de tijd voor neemt, zeker in ingetogen en inderdaad folkachtige stukken als “Wet Rocks” en “Some Pictures Can’t”, die zich ontvouwen met het geduld van een opgerakelde familieherinnering, waarbij het altijd even zoeken is naar hoe het nu ook alweer allemaal in elkaar zat. Het is die bedeesde aanpak die van Parzen-Johnson een unieke stem in het hedendaagse aanbod maakt. De remixes aan het einde, waarvan er eentje een soort abstracte ambientstijl laat horen en de andere een meer stuiterende cut up-techniek, voegen echter weinig toe aan het geheel, ook al omdat ze radicaal breken met de coherente sfeer van het album.

Je zou kunnen zeggen dat Michiana wat extra spanning en bravado had kunnen gebruiken, of zo’n stuk waarmee je de luisteraar binnen de drie seconden bij de lurven grijpt en laat voelen dat er iets gaande is dat hij/zij het voorbije jaar nog niet mocht meemaken. Dat zoiets niet gebeurt, lijkt echter een bewuste keuze. Parzen-Johnson was ruim anderhalf jaar in de weer met het materiaal voor deze opnames het daglicht zagen, en het is vermoedelijk die lange, maar lonende weg die hij ook weerspiegeld wilde zien op zijn debuut. Sterke plaat van een artiest om in het oog te houden. We gaan er nog van horen, u bent gewaarschuwd.

E-mailadres Afdrukken