Banner

The Royal Improvisers Orchestra

Live At The Bimhuis

7.0
Guy Peters - 20 juni 2012

De combinatie van vrije improvisatie en een orkest is steevast een hachelijke onderneming, want hoewel er voorbeelden zijn van geslaagde experimenten (denk aan Brötzmanns Chicago Tentet, Vandermarks Territory Bands, Barry Guys New Orchestra of Evan Parkers Electro-Acoustic Ensemble), vergt het discipline, creativiteit en visie. Een bende vanuit Nederland opererende muzikanten, onder leiding van saxofonist Yedo Gibson, doet nu ook een gooi naar die ambitie, met soms sterke resultaten.

Echt vrij is die improvisatie natuurlijk zelden. Dat is doorgaans wel het geval bij Brötzmann en von Schlippenbachs Globe Unity Orchestra, maar zowel Vandermark als Parker werkten in hun context toch met een aantal duidelijke afspraken, compositorische elementen of basisrichtlijnen om de zaken tot een goed einde te brengen. Ook deze release, die werd opgenomen in de Amsterdamse jazztempel, laat niet alles aan het toeval over. Gibson vertrok met zijn RIO aanvankelijk ook meer vanuit de ‘conduction’, een soort van structuursysteem (vooral bekend van bandleider/kornettist en David Murray-oudgediende Lawrence ‘Butch’ Morris), waarbij het gezelschap wordt gedirigeerd door de improvisaties, iets dat soms ook te zien is bij John Zorn.

De laatste vijf minuten van “Collective Improvisation”, dat de plaat opent, kan je ook terugvinden op YouTube, waarbij het duidelijk is dat Gibson wel degelijk stuurt en bijstuurt, opjut en tot kalmte aanmaant. Toch is het veruit de meest wispelturige en onvoorspelbare track op het album, waarbij akoestische elementen sudderen in elektronica, muzikanten een muzikale stortbui creëren van speldenprikken die steeds intensifiëren en de meest uitzinnige geluiden -- van helikoptergeronk tot semi-industriële drones en hyperintense gezangen -- bij elkaar brengen. Je hebt hier dan ook te maken met een samenwerking van een twintigtal (!) muzikanten uit allerhande uithoeken.

Een paar namen klinken bekend voor wie de Nederlandse jazz/improvisatie wat volgt: zo heb je pianist Oscar Jan Hoogland (EKE), saxofonist John Dikeman (Cactus Truck) en drummers Gerri Jäger (Knalpot, EKE) en Marcos Baggiani (Ambush Party), maar dat er ook heel wat minder bekende namen bij zijn, valt eenvoudigweg te verklaren omdat hier muzikanten uit improvisatie, elektronica, avant-garde en barokmuziek bij elkaar werden gebracht. Twee gitaristen, saxofonisten, fluitspelers, drummers, zangeressen, bassisten en elektronicamannen, plus nog eens volk op harp, fagot, viool, piano en recorder: het is een recept voor een ondoordringbare soep, en dat is ook wat je nu en dan te horen krijgt in die volgestouwde opener. De finale imponeert door z’n uitzinnige klankenbarrage en collectieve klaagzang, al was de weg ernaartoe niet altijd even spannend.

De resterende tracks laten samenwerkingen horen die gebaseerd zijn op soms slechts een handvol ideeën en zijn daardoor niet alleen compacter, maar ook een stuk coherenter, waarbij een mooie beurtrol wordt gebruikt voor de muzikanten. Zo is het op saxherhalingen gestoelde “Burocratie” een behoorlijk meeslepend stuk met een heftige finale en wordt “Imigratie [sic] Walk” gestuurd door een licht marsritme en een pompommende fagot. En dan maakt het niet uit dat een sax het stuk uit elkaar rukt, om het naar het einde weer naar een beukende climax te brengen. Ook geslaagd: “Truism Turism”, dat de nadruk legt op o.m. fluiten, harp en keelzang, met onwennige, maar ook dromerige resultaten die de nodige ademruimte schenken.

Afsluiter “His Composition” brengt dan weer een mooie confrontatie tussen vrijheid en duidelijk aangegeven scharnierpunten. Het ratelende stokkenwerk van gast Han Bennink is uit de duizenden te herkennen, terwijl het gegibber en gegier van zangeressen Sandra Pujols en Marie Guilleray haast doet denken aan het hysterische gekir en gekrijs van Shelley Hirsch en Diamanda Galas op Zorns The Big Gundown. Deze Live At The Bimhuis haalt niet altijd dat hoge resultaat, maar het is wel een prima aanzet daartoe. Gibson geeft op z’n website mee dat het orkest intussen volledig de kaart van de vrije improvisatie trekt. Aangezien de opnames al een paar jaar oud zijn, is een concert bijwonen dan ook de enige optie om na te gaan of Gibson z’n ambities intussen volledig kan waarmaken en (eventueel) overstijgen. Intussen is het aan de Belgen om ook eens voor de dag te komen met zo’n moedig project.

E-mailadres Afdrukken