Banner

Mats Gustafsson, Paal Nilssen-Love & Mesele Asmamaw

Baro 101

8.5
Guy Peters - 13 juni 2012

Vrije improvisatie, dat krijg je moeilijk verkocht. Wat wil je ook? Dat rammelt, blaat en klettert maar wat, maakt geluiden die niet uit of van een instrument horen te komen, trekt zich niks aan van melodie, harmonie en de maat. Van regels die er tenslotte zijn gekomen, zodat het op z’n minst kan leiden tot iets herkenbaar. Wie op zoek is naar een snelle hap, kan dit aan zich voorbij laten gaan, maar wie er toch eens oren naar heeft en zin heeft om mee te gaan in een ongehoord verhaal, die vindt hier een verrassend geslaagde samenwerking om te ontdekken.

Het is allemaal te danken aan de avonturen van de Nederlandse band The Ex, die in de loop van het voorbije decennium een tweede thuis heeft gevonden in Ethiopië en er al verschillende tournees achter de rug heeft, vaak met andere gasten op sleeptouw. In 2009 leidde het o.m. ook tot een duoplaat van Terrie Ex en Xavier Charles, opgenomen in het Baro Hotel in Addis Abeba. Die stunt wordt nu nog eens herhaald. Na een intensieve week vol concerten wilde de Scandinavische tandem Mats Gustafsson (baritonsax) en Paal Nilssen-Love (percussie) hun resterende energie en creativiteit aanwenden voor een geïmproviseerde sessie met krarspeler Mesele Asmamaw.

En zo gebeurde: het trio trok naar hotelkamer 101, zette er wat micro’s neer en op een uurtje was het geregeld. Als Baro 101 iets bewijst, dan is het wel dat je helemaal geen dure studio’s en lange voorbereiding nodig hebt om muziek te maken die gehoord mag worden. Al heb je daar natuurlijk wel talent voor nodig. Gustafsson en Nilssen-Love staan al jaren in de frontlinie van de avant-jazz en vrije improvisatie, als duo, met The Thing, bij het Chicago Tentet van Peter Brötzmann en elke andere context die zich voordoet. Een triodiscussie met een Ethiopische muzikant lijkt misschien minder voor de hand liggend, maar ook deze keer gebeurt het met vanzelfsprekend gemak.

Door de krar, een luitachtig instrument dat hier wordt versterkt en daardoor soms klinkt als een gitaar (met veel gebruik van wah wah-effect) of een enkele keer zelfs als een bas, heeft deze opname wel een sound die redelijk uniek is, maar de wisselwerking die te horen valt in twee stukken van een twintigtal minuten is al even uitzonderlijk. Zonder dralen worden hier immers grenzen en mogelijkheden verkend, waarbij vaak wordt geflirt met minimalistische tactieken, maar net zo goed gekozen voor korzelig geharrewar vol staccato gerammel, onbestemde geluiden en een robuuste weerbarstigheid die enkel in handen van ervaren improvisatoren tot zo’n knappe resultaten leidt.

Het is bijzonder intrigerend om te horen hoe het trio de interactie in beweging kan houden, zowel met ronkende uithalen en abrupte slagen als met fijnzinniger roffels en verschuivende nadrukken. Gustafsson kan daarbij natuurlijk ook terugvallen op een rijk arsenaal en een klankdiepte die soms onbegrensd lijkt. En toch is het geen epateerwedstrijd van rollende spierbundels. Zoals het tweede stuk al meteen toont vanaf de eerste seconden, kan improvisatie ook muziek zijn met een directe emotionele impact. Het heeft daar iets van een treurige klaagzang, een hoorspel dat met z’n ruisende, schurende, schrapende, krabbende geluiden soms leidt tot een samengaan met een betoverende meeslependheid.

Het moet natuurlijk ook niet altijd verleiding via een omweg zijn. Na een minuut of vier komt de tweede improvisatie terecht in een beweging die maar blijft intensifiëren, tot Nilssen-Love op een bepaald moment het boeltje die extra trap geeft en de Afrikaanse invloeden het even volledig overnemen, met opzwepende, denderende ritmes. Het zou makkelijk zijn om daarna te blijven kiezen voor die oefening, maar niets daarvan. Het blijft een golvende beweging van houvast en vrijheid, van ingetogenheid en radde expressie, solo- en groepswerk, van tegendraadsheid en innemende schoonheid, zoals in de melancholische melodie die Gustafsson een paar keer laat terugkomen. Als Asmamaw het op een zingen zet, of de anderen in volle extase beginnen te roepen, dan is het moeilijk om niet meegesleurd te worden in dit avontuur.

Zo kom je terecht bij de ultieme beproeving, maar ook de eindeloze mogelijkheden van vrije improvisatie. Heeft zo’n ad hoc-onderneming enerzijds het risico dat het allemaal uitdraait op een gemakzuchtige oefening die zonder richting ter plaatse trappelt, dan is het in handen van drie bevlogen muzikanten mogelijk om er iets uitzonderlijks mee aan te vangen. Dat was het geval op 27 februari 2010 in Addis Abeba. In kamer 101 van het Baro Hotel. Topplaat.

E-mailadres Afdrukken
 
Mats Gustafsson, Paal Nilssen-Love & Mesele Asmamaw

Uit ons archief
Banner

TEST