Banner

Paradise Lost

Paradise Lost

Jan Bleyen - 09 mei 2005

Het was in 1990 dat Paradise Lost met het death metalgeweld Lost Paradise de metalwereld héél even liet daveren. Vijftien jaar en een vijftal muzikale bochten later draaien Nick Holmes en co voor hun elfde studioalbum de titel van hun debuut om. Om zo zelfgetiteld te herdebuteren met Paradise Lost.

Death metal speelt Paradise Lost al járen niet meer. Na Lost Paradise verschoof de output van de band zich via geïnspireerde grindcore (Gothic) naar sterk melodieuze gothic metal (Draconian Times), van daar naar vaak eerder slecht gesmaakte elektro experimenten (carrièredieptepunt Host), en vervolgens naar een bijzonder geslaagde combinatie van die laatste twee die zijn hoogtepunt bereikte op Symbol Of Life uit 2002. Het nieuwe album is een duidelijke opvolger van de vorige plaat waarbij de elektro nog meer aandeel verliest aan de hervonden zware gitaren.

De symbolische geste van een zelfgetiteld album als dé Paradise Lostplaat (iets wat bijvoorbeeld Robert Smith verkondigde over The Cure) komt ons dan ook wat vreemd over. Na al haar omzwervingen blijft Paradise Lost nog steeds een groep die zich niet tevreden kan stellen met één vast geluid en een definitieve stijl, soms tot ergernis van afhakende fans. Toch is en blijft het een verdienste dat de band doorheen zo’n nomadenbestaan geen échte misser nagelaten heeft. Ook Paradise Lost doet ons niet denken aan het merendeel van de doelpogingen in de Belgische voetbalcompetitie.

Het was nochtans niet direct paal-binnen toen we opener “Don’t Belong” voor het eerst over onze trommelvliezen hoorden dribbelen. Hoewel Paradise Lost net als het overgrote deel van de Paradise Lost catalogus een groeiplaat is, blijft “Don’t Belong” een makke en zelfs weinig geïnspireerde openingszet voor een band die ons op het vorige album met “Isolate” aardig wakker kon schudden. “Close Your Eyes” doet het als nummer twee met aardig riffwerk heel wat beter.

Dat drummer Lee Singer na Symbol Of Life en de daaropvolgende tournee zijn rock ’n rolldagen vaarwel zei, zal de gemiddelde luisteraar niet merken op het nieuwe album. Het slagwerk van Jeff Singer neemt onmiddellijk het timbre en de zware slag van zijn voorganger over, weliswaar met hier en daar nog een roffel extra. Dat blijkt al op “Close Your Eyes”, maar nog in sterkere mate op “Grey”.

De eerste helft van Paradise Lost is ondanks dat drumwerk spijtig genoeg niet echt overtuigend, en een serieus tekort aan ‘drive’ en ‘punch’ in zowel de zang als de gitaren heeft daar veel mee maken. We vreesden iets dergelijks eigenlijk al toen we de flauwe eerste single “Forever After” te horen kregen. Gelukkig gaat het met de tweede helft van het album ineens wel stukken beter, en dat begint bij het knappe “Sun Fading”, dat met staccato riffs in de finale eindelijk die energieboost levert waar we op zaten te wachten.

Niet toevallig gaat de tweede helft van Paradise Lost veel meer terug richting van Draconian Times, voor velen nog steeds de beste Paradise Lostplaat ooit. “Laws Of Cause” en vooral “All You Leave Behind” deden ons al snel enthousiast knikken, maar “Accept The Pain” is een echt hoogtepunt. De zompige en stompende ritmesectie, de melodiewisseling tussen beide gitaren en Nick Holmes’ krachtige zang: op “Accept The Pain” valt alles perfect op zijn plaats. Het tempobeestje “Spirit” treint bij wijze van driftige riffs nog sneller naar station Absoluut Topnummer.

We zijn na de aardige bombastische afsluiter van Paradise Lost, “Over The Madness”, wellicht sneller geneigd terug te skippen naar “Sun Fading” en alles wat daarop volgt dan dat we het album volledig op repeat laten draaien. Toch zijn we niet ontevreden over Paradise Losts nieuwe werk, precies omdat die speciale sfeer van elke Paradise Lostplaat nog steeds hevig ademt in de nummers vanaf “Sun Fading”. Voor het volgende album mag Paradise Lost op dát pad verdergaan.

E-mailadres Afdrukken