Banner

Unearthly Trance

V

9.0
Stijn Van Hees - 10 november 2010


Relapse, 2010

Toen Toni Iommi bij een ongeluk wat stukken vinger verloor en zijn gitaar noodgedwongen lager ging stemmen, had hij zeker nooit gedacht dat die daad - logisch volgens de ijzeren wet van oorzaak en gevolg - zou leiden tot het bestaan van zulke malicieuze muziek als de nieuwste van Unearthly Trance. 'V' is natuurlijk het vijfde album van de band, maar 'V' is in de astrologie ook het symbool voor de ram.

Zoals je weet hebben gehoornde onevenhoevigen een sterke aantrekkingskracht op mensen die de donkere kant van het bestaan meer minnen dan de lichte. Dat geldt zeker ook voor dit New Yorkse drietal, of moet ik zeggen New Yorkse drietand? Dat was de naam van het derde album, en dat wapen, bekend van gladiatoren en Neptunus, figureert ook nu weer nadrukkelijk op de hoestekening. Of moet ik "sigil" zeggen?

Ik ben deze band aandachtig beginnen te volgen ten tijde van 'The Trident'. Voorganger 'In the Red' was toen voor mij te traag, te noisy en te onsamenhangend. 'The Trident' en opvolger 'Electrocution' lieten via meer gebalde nummers op een vertrouwde rockstructuur ook meer doorschemeren van de hardcore roots van songschrijver Ryan Lipinsky. Dat legde de band geen windeieren. Die structuur en die tempo's werden nu weer ijskoud de Hudson rivier in gekegeld, de gegroeide fanschare moet maar zien dat ze eraan uit geraken.

'V' is een écht album, in die zin dat het bijna onmogelijk is om afzonderlijke nummers te benoemen. Niet omdat ze geen naam hebben of in één track gegoten zijn, wel omdat je vanaf opener 'Unveiled' al vrij snel in een traag kolkende vortex meegesleurd wordt en dingen als tijd, tracknummers en songtitels irrelevant worden.

Tegen dat je over de helft bent, wordt de hele wereld stilaan irrelevant. De noisescape 'The Levelling' op het einde geeft je oriënteringsvermogen nog zo'n stevige natrap, dat je naar het hoofd van degene naast je op de bus tast om jouw hoofdtelefoon te verwijderen. 'V' is bedwelmend, heftig, niet moeilijk om te volgen (je hebt geen keuze) maar wel nukkig om te beminnen.

De vlotte tempo's, de verstaanbare refreinen en de hooks zijn bijna volledig verdwenen. In plaats daarvan is een erg occulte sfeer gekomen dankzij de loodzware gitaren die soms wel eens een groovy, zij het erg trage, riff laten horen, maar al vrij snel weer ontaarden in semi-drones en gecontroleerde chaos. Een goed voorbeeld daarvan is een van de middelste tracks, 'Sleeping While They Feast'. Dat begint met een herkenbare doomriff en quasi-verstaanbare zang, om dan via een brugje van super-trage drie-noot-akkoorden met veel sustain te devolueren in een traag tollende barrage van gitaartonen, ziekelijke mantra's en een al bij al redelijk gedreven ritmesectie.

Want laten we vooral niet vergeten dat er drie pinnen aan die drietand zitten. Lipynsky is dan wel het meesterbrein dat ons met zijn ziekelijke stem en gitaargeluiden probeert de strot dicht te nijpen, zijn secondanten Jay Newman (bas) & Darren Verni (drums) leveren meer dan hun bijdrage. Het sterke punt van de drums is dat ze ondanks het soms erg trage en slepende karakter van de nummers wel degelijk een tempo aanhouden, en niet zo maar wat gratuite cimbaal en trommelslagen aanleveren.

Bovendien gebeurt dat, als het wel zo is, met een welgekomen variatie en met erg veel kracht. Ervaar dat bijvoorbeeld zelf in 'Submerged Metropolis', dat trouwens ook een van de weinige nummers is met een solo. Ook dat is best verrassend: enkele lange solo's te vinden in zo een toxische sludge barrage. De bas is vooral van belang op momenten waarop het tempo een beetje omhoog gaat, maar de gitaar van Ryan vooral noise en verkrachte solo's produceren. Dat hoor je erg goed in 'Current' of in het tegendraadse 'Solar Eye'. Dat 'Current' is trouwens het laatste nummer dat de luisteraar wat houvast kan geven. Daarna begint de definitieve aftakeling naar monomane occulte waanzin.

Ik zou niet meer kunnen zeggen hoe vaak ik hiernaar heb moeten luisteren om een begin van een gefundeerd oordeel te vormen. Dit is een van de meest tegendraadse en individualistische metalalbums die ik dit jaar al gehoord heb. Dat is erg straf in genres als sludge en doom, die kopieergedrag en conservatisme in hun genen dragen. Unearthly Trance is op zich ook niet superorigineel - zo is het gebruik van noise en samples zeker niet vernieuwend - maar ze spelen met de verwachtingen en de gevoelens van de luisteraar door wars van iedere geplogen structuur een uur lang door te ploegen.

Ondertussen bieden ze verschillende climaxen onder de vorm van plotse, intense uitbarstingen of neerslachtige drone tapijten, die echter geen van beide lang aanslepen. Op die manier blijft de vaart er toch nog goed in en is een uur loodzware en grotendeels oertrage metal zo gezwind voorbij gevlogen, dat je verdwaasd achter blijft. Ik vraag me met een bang hartje af wat dat live moet geven.

www.myspace.com/utny

E-mailadres Afdrukken