Banner

Eels

Hombre Lobo

7.0
Steven Vervaet - 08 juni 2009


Ocharme, E! Het leven is al niet mals geweest voor de getroubleerde songschrijver en dan moet de man nog eens een opvolger maken voor 'Blinking Lights And Other Revelations', 's mans ultieme creatieve piek waarna enkel de afgrond kan loeren. Wat doet een mens dan? 'Hombre Lobo' brengt ons het antwoord. Er zijn namelijk nog altijd things the grandchildren should know. We krijgen dan ook geen lamentaties over Magere Hein en familiale ellende te horen, maar 12 songs over de pandemie die de Mexicaanse griep een poepje laat ruiken: verlangen. Ook op 'Hombre Lobo' is E een melancholisch schaapje, maar deze keer in een grove wolvenvacht van perverse passie en hunkerende begeerte. Het levert dit keer geen magnum opus op, maar wel een plaat die de leegte in het post-'Blinking Lights'-tijdperk behoorlijk weet op te vullen.

De vorige plaat van Eels was namelijk zo straf dat velen er de prefix-ziekte van kregen. Niet onterecht, want wie dacht het beste van Eels al gehoord te hebben, werd omver geblazen door een muzikale autobiografie die ook nog eens alle stijlen uit E's discografie in de fruitpers goot. En toch is 'Hombre Lobo' niet zomaar een armtierig addendum geworden, maar een nieuw en volwaardig hoofdstuk in het lijvige verhaal van Eels. In een bijwijlen koortserig en vunzig rockende plaat bewijst E namelijk wat Metallica al langer wist: we zijn allen of wolf and man.

Het is dan ook geen toeval dat de plaat opent met het hartstochtelijke gehuil van 'Prizefighter'. E's roedel is verdwenen, maar het zelfvertrouwen is (voorlopig) gebleven: 'I'll break through any wall/Just give me a call/I'm a dynamiter/I'm a prizefighter', klinkt het resoluut in de potige bluesrocker. Diezelfde coole, zij het wat verdorven womanizer horen we terug in 'Tremendous Dynamite' en de eerste single 'Fresh Blood', een song die bulkt van het soort ingehouden hitsigheid waar Mauro Pawlowski een patent op heeft (inclusief pervers lichtvoetige synth).

De lengte van E's baard lijkt wel recht evenredig met het rock-'n-roll-gehalte van z'n sound (zie ook 'Souljacker'). Ook in andere songs schuren de gitaren namelijk hard tegen de genitaliën, maar tussen de grofkorreligheid priemt al de frustratie van het onvervulde verlangen. 'Birds do it, bees do it/ I wanna do it/the only thing we need to do/is get down to it', smeekt E in 'Lilac Breeze', maar de bevrediging blijft uit. In 'What's A Fella Gotta Do', kolkt het bloed gelijkaardig door de aderen, maar de song zelf is iets te anemisch en clichématig om bij te blijven.

Toch druipt het geil niet constant van de stevig beroerde snaren. Net als op 'Souljacker' springen afgebeten, opgewonden rockers en tragere songs haasje-over. In een nummer als 'That Look You Give That Guy' valt E's baardige masker af en ruimt z'n primitieve sekshonger plaats voor hoofse melancholie. Dit hoogtepunt van de plaat is dan ook van een tragische schoonheid: 'That look you give that guy/I wanna see/Looking right at me/If I could be that guy/Instead of me/I'd be all I can be', klinkt het fatalistisch. Ook in 'In My Dreams', 'My Timing Is Off' en 'The Longing' zijn er geen daisies in the galaxy te bespeuren, maar zwarte gaten van onvervulde begeerte die de ziel leegzuigen.

Een warrige bovenkamer, zwaar gemoed en heetgeblakerde schaamstreek: op 'Hombre Lobo' vertoont E alle symptomen van de chronische aandoening die verlangen heet. Die koortsige hartstocht vormt echter de voedingsbodem voor alweer een indringende Eels-plaat die zonder schaamrood op de wangen naast z'n voorgangers kan staan. E lijkt nog steeds niet tot middelmatigheid in staat. Dat het nog lang moge voortduren!

www.eelstheband.com
www.myspace.com/eels

E-mailadres Afdrukken
 
Eels

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST