Banner

Grace Jones

Hurricane

8.0
Tom De Moor - 30 november 2008

PIAS / Wall of Sound, 2008

Alsof we hen nog niet dankbaar genoeg mogen zijn voor hun eigen pareltjes, heeft Massive Attack er nu ook voor gezorgd dat de überdiva Grace Jones op een waardevolle manier haar weg naar de bühne terugvond. Het Jamaicaanse schone beest betrad in de jaren zeventig als topmodel én muze van Andy Warhol het New Yorkse clubcircuit en groeide uit tot een legende. Al snel werd ze berucht omwille van haar excentrieke look en dito grillen, maar met legendarische hits als 'Pull Up To The Bumper' en 'Slave To The Rhythm' mag ze zich meer dan een socialite noemen. Een decennium lang was ze niet uit de schijnwerpers weg te denken, maar na een piek met haar optreden als Bondgirl in 'A View To A Kill' doofde haar carrière langzaamaan uit naarmate het einde van de eighties naderde. Het pop-house gedrocht 'Bulletproof Heart' was haar laatste stuiptrekking; nadien verdween ze in een bijrol waarbij ze als special guest op ettelijke gala's en fuiven haar grote hits tot in de eindigheid moest herkauwen. Pogingen om een volgende plaat op te nemen belandden voorgoed in de studiokluizen, waardoor berichten over een nieuw project een jaar geleden ook maar lauwtjes onthaald werden. Dit totdat Massive Attack haar in juni laatstleden programmeerden voor een volledige show op hun Meltdown Festival, alwaar ze een verpletterende induk naliet. Een retraite met de crème de la crème uit de business (Sly and Robbie! Tricky! Brian Eno!) had Jones duidelijk deugd gedaan en plotsklaps viel haar meer waardering te beurt dan ze tijdens haar hoogdagen in ontvangst mocht nemen. Ze zette haar triomftocht door tijdens de zomerfestivals - we mochten zelf getuige zijn van haar schitterende set op de Lokerse Feesten - en komt nu uit met één van de meest geanticipeerde platen van het najaar.

De eerste helft van 'Hurricane' is ronduit subliem te noemen: een perfecte evenwichtsoefening tussen iconische herkenbaarheid en radicale modernisering. Sommige sneden van dit album tonen Jones zoals we haar nog nooit tevoren hoorden. De fenomenale single 'Corporate Cannibal' sluit aan bij het meest obscure werk van Massive Attack en speelt in op de twee facetten waartussen Jones' imago al meer dan dertig jaar pendelt: ijzingwekkend angstaanjagend doch moordend sensueel. Haar stem galmt vanuit de onderbuik over slepende mystiek die langzaamaan de beheersing verliest in een paringsdans tussen elektrische rock en triphop. De titelsong van de plaat laat Grace terugkeren naar het clubcircuit. Deze keer schrijdt ze echter niet getooid met pluimen over de rode loper Studio 54 binnen, maar leidt Tricky haar langs de achterdeur naar de verhitte undergroundscene van Bristol. Een hele opluchting na de vreselijke experimenten met kitscherige house, maar dankzij het huwelijk met duistere reggae alsnog vintage Jones. Ook de openingstrack 'This Is Life' koppelt oud en nieuw - reggae in de mix met triphop - aan spannende resultaten. Dat is meteen de klasse van deze producties: een heruitvinding van een icoon van weleer is niet zo moeilijk, maar het behoud van persoonlijkheid wordt daarbij nogal eens uit het oog verloren.

De nostalgici zullen ook blij zijn te horen dat deze madam haar oude truuks nog niet verleerd is. In 'William's Blood', een discoklassieker voor de 21e eeuw, hoor je een lichte echo van 'Slave To The Rhythm': de retour van de disco diva gepeperd met een knipoogje richting gospel en enkele snerpende gitaren. De openhartigheid van de diva is het nieuwe element hier: voor het eerst licht ze in haar muziek een tipje van de sluier over haar jeugd op - je hoort haar vader, een predikant, zich letterlijk afvragen waarop ze niet in zijn voetsporen wil volgen ("Why won't you be a Jones?"). Op 'I'm Crying (Mother's Tears)' durft de anders zo ongenaakbare Jones zich voor het eerst zelfs even kwetsbaar op te stellen, waardoor de ballade eens een hoogtepunt op haar plaat vormt in plaats van een verplicht nummertje, zoals enkele behoorlijk artificiële boeltjes op haar vorige albums aanvoelden.

Na een vlekkeloos sextet zakt 'Hurricane' toch even in elkaar. 'Love You To Life' wil heen en weer laveren tussen 'Nightclubbing' en 'La Vie En Rose', maar verbleekt door het fletse refreintje falikant in het gezelschap van zulke titanen. Een waar dieptepunt is 'Sunset Sunrise', een afgezaagd deuntje dat de immer bruisende Jones toch even pensioensgerechtigd laat klinken. Gelukkig breit het ingetogen experimentele 'Devil In My Life', met een orkestrale finale als kers op de taart, alsnog een climax aan 'Hurricane'.

Als we die twee missers even buiten beschouwing laten, horen we de grandioze terugkeer van een legende. 'Hurricane' behoudt Jones' vertrouwde attitude, maar onderwerpt deze aan enkele spannende experimenten. Bovendien hoorden we haar expressieve stem nog nooit zo sterk gesculpteerd als hier. Geen wonder dat de plaat opent met de stelling "This is my voice, my weapon of choice". Niet alleen maakt 'Hurricane' na bijna twintig jaar stilte de wansmakelijke fout van 'Bulletproof Heart' ongedaan, dit album kan zelfs zonder schroom naast haar klassieke 'Nightclubbing'-plaat gelegd worden.

E-mailadres Afdrukken