Banner

Ulver

Shadows of the Sun

10.0
Ben De Bruyn - 17 oktober 2007


Jester/The End, 2007

De nieuwe Radiohead is net uit, en dat is groot nieuws. Het gaat immers om een band die zichzelf en zijn fans voortdurend op de proef heeft gesteld met vernieuwing zonder de goede song uit het oog te verliezen. Wat minder bekend is, is dat ook de nieuwe Ulver - Noors voor "wolven" - net uit is. Dat is een spijtige zaak, want ook hier gaat het om een band die experiment en kwaliteit altijd hoog in het vaandel heeft gevoerd. De Radiohead van de black metal, zo u wil. Die vernieuwing is grotendeels de verdienste van de muzikale duizendpoot die Kristoffer Rygg heet, of Garm voor de metalvrienden. Via diverse projecten - buiten Ulver gaat het vooral om Borknagar en Arcturus - heeft deze zanger immers mee de geschiedenis geschreven van de duistere muziek van de afgelopen 15 jaar. Om de nieuwe plaat beter te situeren is er dan ook nood aan een kort overzicht van Ulvers grillige maar geweldige parcours.
De band start zijn carrière met 'Bergtatt', een cd die folk en black metal op een vernieuwende manier samensmeedt. Op het daaropvolgende 'Kveldssanger' kiepert men alle metalinvloeden echter overboord en houdt men enkel de folkelementen over. Alsof dat nog niet voldoende fans vervreemd heeft, schrapt de band vervolgens alle folkinvloeden en schrijft het het Darkthrone-achtige 'Nattens Madrigal'.

Waren Ulvers exploten in die "Blackmetal Trilogie" nog relatief verteerbaar voor de gevestigde metalwereld, dat verandert met het thema-album over William Blake´s 'Marriage of Heaven and Hel'l. Century Media vindt die - nochtans briljante - dubbel-cd te ver gaan en Rygg richt dan ook zonder verpinken zijn eigen label op, Jester Records genaamd. Het oorspronkelijke plan is om een nieuwe trilogie te beginnen, ditmaal over drie schrijvers, maar het enige restant daarvan buiten het Blake-album - het geweldige 'Gnosis', over Arthur Rimbaud, belandt op de mini-cd 'Metamorphosis'. Die titel is duidelijk niet toevallig gekozen. Zo verwerpt de band op de hoes expliciet het blackmetal-label en verruilt het zijn vorige geluid voor een imaginaire soundtrack bij de moderne grootstad. Die elektronische escapades worden verder uitgewerkt op 'Perdition City' - een van de voornaamste invloeden van de latere The Gathering - en twee mini´s die later gebundeld worden als 'Teachings in Silence'. Was het Blake-album een staalkaart van Ulvers brede muzikale en vocale kunnen, dan richt de band zich vanaf nu steeds meer op instrumentale en minimalistische geluiden. De Noorse filmindustrie heeft de hint begrepen en Ulver wordt dan ook aangezocht voor verschillende soundtracks, waarvan die voor 'Svidd Neger' ongetwijfeld de meest geslaagde is. De elektronische fase van Ulvers carrière wordt afgesloten met het wisselvallige remix-album 'First Decade in the Machines'.

Dat brengt ons bij de voorlopig laatste fase van Ulvers metamorfose. Na folk en blackmetal, elektronische en minimalistische muziek keert de band met 'A Quick Fix of Melancholy' en het geweldige 'Blood Inside' terug naar een meer gelaagde en klassiek-geïnspireerde vorm van experimentele metal. Die lijn wordt doorgetrokken op het nieuwe 'Shadows of the Sun', al zijn er opnieuw opvallende verschillen met de vorige Ulver-sound. Voor al wie vertrouwd is met het felwitte artwork en de muzikale megalomanie van de vorige cd, is het alleszins wennen aan het pikzwarte boekje en de opvallend subtiele klanken van de nieuwe plaat. "The sun is far away", zo opent Garm de eerste track, en het wordt dan ook al snel duidelijk dat deze cd in verschillende opzichten Ulvers Black Album is. Zoals verschillende songtitels al suggereren, is dit album een pijnlijke, maar ook troostende studie over dood en depressie. Bevatte 'Perdition City' music to an interior film, dan vind je op 'Shadows of the Sun' vooral music to an interior funeral. En dat levert negen bloedmooie tracks op. Negen kippenvelmomenten.

De opener 'Eos', bijvoorbeeld, tovert een zalvend orgeltapijt tevoorschijn waarin Garms bariton afgewisseld wordt met een vervormde stem - denk aan 'Blinded by Blood' of, waarom niet, Moby - die op een hartverscheurende manier een begrafenis lijkt in te zegenen. Daarna volgt ´All the Love´, een meer upbeat track die opent met echoënde stemmensoundscapes, overgaat naar een jazzy saxofoon en afsluit met twee briljante pianolijnen. Eén die rechtstreeks uit Arcturus' 'La Masquerade Infernale' lijkt weggelopen en één die de song afsluit alsof het niet om een metal-cd, maar om een briljant klassiek concerto gaat. 'Like Music' is dan weer een track die halverwege abrupt van sfeer wisselt; na het pianowerk van het begin, breekt ineens een verontrustende soundtrack los die aan 'Perdition City' herinnert. Daar sluit 'Vigil' naadloos bij aan; de track start met een dialoog tussen piano en glitch, waarna Garm zijn angstaanjagende wake inleidt. Vervolgens voert de geweldige titeltrack een pianomelodie ten tonele waar zelfs Satie jaloers op zou zijn. En dan voegt Ulver een duivels efficiënt laagje triphop toe. Voor alles abrupt verandert en er enkel een bevreemdende soundscape overblijft.

Daarop volgt 'Let the Children Go', een van de minder toegankelijke tracks die na verloop van tijd echter steeds meer van zijn schoonheid ontvouwt. Luister maar eens naar de passage waarin Garm zingt over kinderen "asking us why must they die". Vervolgens toont Ulver op een meesterlijke wijze dat het zowel spiritueel gezien nog altijd een metalband is als muzikaal gezien veel meer dan dat. Garm en de zijnen leveren met 'Solitude' immers de meest verrassende en geslaagde cover van het jaar af. De song van Black Sabbath wordt herleid tot een jazzy basslijn, een David Sylvian/Nine Horses-achtige saxofoon en een ritmische zang die de perfectie ver overstijgt. Een klassieker in wording. Daarna voert Ulver opnieuw een oorstrelende pianomeditatie ten tonele, 'Funebre', waarop Garm één van de vele zanghoogtepunten bereikt met zijn breekbare "into the sunset". De muzikale schatkist wordt abrupt gesloten met 'What Happened?', een track die onheilspellend begint, overschakelt naar een briljante dialoog tussen klokken en piano - het soort nooit-voordien-gehoorde geluiden dat je enkel op een Ulver-plaat vindt , en met een combinatie van soundtrack en stilte eindigt.

Iemand heeft Ulver ooit omschreven als "art metal", en dat is een goede omschrijving, al klinkt ze wat lullig. Want 'Shadows of the Sun' klinkt als kunst. Koude kunst, want het roept een muzikaal en tekstueel trieste sfeer op, al wordt die ruimschoots gecompenseerd door de warmte van Ulvers klanken. 'Shadows of the Sun' bevat bovendien zoveel mooie songs - het gaat nooit om de vernieuwing om de vernieuwing - dat het voor Garm en de zijnen wel een koud kunstje lijkt. Hoe dan ook, deze plaat is verplichte kost voor alle fans van soundtracks, experimentele metal, originele bands, en goede muziek. Je kan de cd uiteraard ook apart bestellen, maar www.jester-records.com biedt de fans - op een vergelijkbare manier met Radiohead - ook een pakket met allerlei extraatjes aan. Aangezien Garm en de zijnen geen miljonairs zijn zoals Thom en kompanen, weet de ware muziekliefhebber dan ook wat hij of zij moet doen. Tast in de portefeuille en join the Wolves Preservation Society.

E-mailadres Afdrukken