Banner

The Partchesz

The Partchesz

6.0
Tom De Moor - 17 oktober 2007


"Beautifully awkward country duets" belooft The Partchesz en gezien de samenstelling van de groep met de 'heb j'em, heb j'em'-naam kan dit wel eens een perfecte beschrijving van hun debuut zijn. Beide partijen bewezen al in staat te zijn om schoonheid te produceren: Nathalie Delcroix leverde net nog met Laïs een van dé verrassingen van het jaar af en Bjorn Eriksson verleende in het verleden zijn medewerking al onder meer aan Zita Swoon, Admiral Freebee en Maxon Blewitt. De combinatie van beider palmares en het feit dat ze voor dit zijproject met carte blanche tewerk kunnen gaan, verklaart ook al meteen de awkward-component van de beschrijving; de lokale linedancer zal zijn gading niet vinden tussen deze schare eigenzinnige covers, traditionals en eigen composities.

Nochtans begint de plaat traditioneel met een vrij getrouwe versie van Hank Williams' 'Lost On The River' en zal ook het daarop volgende 'The Banks Of Ohio' de conservatieve countryfanaat nog kunnen bekoren. Pas bij 'Walking On A Building' lijkt de tijd rijp om de creatieve geest boven te halen: eenvoudige zweverige electro waarover een licht gemodificeerde stem zachtjes kraakt. Een song die voortvloeit langs een vettere loop met op hol geslagen violen en zo de eerste verrassing van de plaat oplevert. Vanaf hier is de toon gezet voor een rijtje van afwisselend traditionele odes aan het genre, kleine experimenten en grote schokken.

Na de beginfase komt country pur sang nog maar weinig voor. Gelukkig maar, want hoewel we bij tijd en stond zeker een ballade als 'How Long Will It Take?' kunnen appreciëren, kan deze behalve variatie weinig meerwaarde aan een plaat geven. Ook 'Cold Cold Heart', de tweede Hank Williams-cover op de plaat, krijgt met dit probleem af te rekenen: door al te dicht in de buurt van het origineel te blijven hangen, is ook deze song gedoemd voor eeuwig en altijd als een klein aardigheidje in de schaduw van de grootmeester te blijven staan.

Een knipoog naar de klassiekers kan gesmaakt worden, maar toch valt er meer plezier te beleven wanneer met deze grondlaag wat meer geëxperimenteerd wordt. 'Green Pastures' is bijvoorbeeld in se een vrolijke song waarop voor de gelegenheid echter een domper gezet is die er een interessant abject sfeertje aan verleent; een beetje alsof je dit nummer zou tegenkomen op een toevallig spelende radio middenin een brutale moordscène. Ook 'Little Magie' werkt volgens de basisprincipes van het genre, maar voorziet deze tevens van een dramatischer lading die het geheel des te intrigerender maakt.

Op voorgenoemde tracks blijft het duo nog braafjes in de marges van de traditie, maar elders nemen ze pas echt een loopje met de regels. Bij de verknipte electroversie van de traditional 'Ol' Bangum' zal menigeen de ogen opentrekken en nog verder gaat de op hol geslagen synthsong 'Fare You Well', waarin de stem van Delcroix nog het enige humane element lijkt. Het legendarische 'In The Pines' is vrijwel onherkenbaar geworden, wat het een waardige aanvulling in de nasleep van de klassieker maakt, maar er eveneens een emotioneel vacant gebeuren van maakt. En hiermee hebben we de vinger gelegd op de zere plek van de verregaande experimenten van The Partchesz: deze songs springen enorm in het oog, maar als luisteraar blijf je al te vaak steken in de rol van afstandelijke observator, waardoor ze naast kil ook klinisch kunnen overkomen.

Het is niet gemakkelijk een eenduidig oordeel te vellen over het debuut van The Partchesz. Het eigenzinnige beeld dat hier geschept wordt van een al te vaak hersenloos uitgemolken genre maakt dat dit een op muzikaal vlak uiterst interessant album is. Toch blijven al te veel tracks afgesloten organismen die technisch sterk in elkaar zitten maar er niet in slaagden ons ook intern te bewegen.

MySpace

E-mailadres Afdrukken