Banner

Bill Callahan

Woke On A Whaleheart

7.0
Kristof Vande Velde - 25 mei 2007


Het is geen verrassing dat Bill Callahan voor het eerst een plaat uitbrengt onder eigen naam. Het was al toen hij vorig jaar aan het toeren was dat hij zijn alter ego (smog) van zich had afgeworpen en wellicht staat het voor enigmatische singer-songwriters om af en toe eens van naam te veranderen. Vraag maar aan Will Oldham en Jason Molina. Het kan ook zijn dat zijn verhouding met Joanna Newsom zijn vertrouwen de hoogte heeft ingejaagd. Dat dat voorheen met Chan Marshall niet het geval bleek, valt te begrijpen. Hij was dan wel te horen op haar Ys, van Joanna is geen spoor op 'Woke On A Whaleheart'. Wie we wel ontwaren, is de iets minder bekende Deani Pugh-Flemmings, die af en toe haar soulstem achter Callahans typische bariton, ook wel zijn grote handelsmerk, laat gelden.

Een belangrijk jaar in de biografie van Callahan, toen nog Smog, was 1991. De Amerikaan kwam op de releaselijst van Drag City te staan en verwierf de middelen om zijn muziek een stuk professioneler aan te pakken. In de late jaren tachtig had de lo-fi artiest op zelfgemaakte cassettes geëxperimenteerd. Het was in 1993, met 'Julius Caesar', dat Smog zich voluit op de Amerikaanse indiekaart zette en er met hem werd rekening gehouden. Tot 'A River Ain't Too Much To Love' van twee jaar geleden bracht Smog, sinds 2001 (smog), tien langspeelplaten uit waarvan wij en wellicht vele anderen 'Red Apple Falls' uit 1999 de nipte uitschieter vinden. De gloednieuwe 'Woke On A Whaleheart' is in het lijstje ergens in het midden te plaatsen. Het is geen hoogvlieger, maar het is verre van slecht.

Een opvallende evolutie in het werk van Callahan is die van de begeleiding. Het was toen hij in het begin van de 21e eeuw zijn naam naar (smog) veranderde dat hij zijn ondersteunende instrumenten begon te beperken in hun experiment en zijn eenvoud opzocht. De patronen werden eenvoudig en repetitief en dat is op 'Woke On A Whaleheart' niet anders. Het vervelende aan deze nieuwe plaat is dat er geen song op staat die je op een best of van de man zou plaatsen. Anderzijds is er geen duidelijk minder nummer aanwezig, want Callahan durft al eens slaapverwekkend uit de hoek komen. Zo ver komt het niet op 'Woke On A Whaleheart', wat niet wegneemt dat enkele songs hun langdradige momenten hebben. Neem nu opener 'From the Rivers to the Ocean'. Klassieke piano-intro, chamber pop à la Lambchop, maar dan duurt het toch te lang voor er iets opwindends gebeurt. In het midden kennen de rivieren waarin de personages het hele nummer zwemmen een tweetal stroomversnellingen en komt backing vocal Pugh-Flemmings even piepen. Van het weinig creatieve einde was wat ons betreft de helft al voldoende geweest.

Heel anders gaat het er aan toe op het swingende 'Footprints', dat behoorlijk vrolijk is en door de drums op repeat een marsritme met zich meekrijgt. Aangezien beweging een van de belangrijkste thema's is, valt deze keuze functioneel best te verantwoorden. Minstens even opgewekt, zij het dit keer met een soort carrouselbegeleiding, is 'Day'. Het eenvoudige en drammerige pianospel lijkt zo door Daniel Johnston geschreven. Een van de leukste momenten op deze schijf zijn de lijntjes "Learn from the animals / Monkeys do" waarin de "monkeys do" door een korte stilistische variatie en een van de steeds zeer korte interventies van Deani Pugh-Flemmings een aangename verrassing biedt.

Afsluiter 'A Man Needs a Woman or a Man to Be a Man' bevat het fijne "It's pretty womanly in here" en bezit het meest catchy refrein op deze release. Samen met 'Sycamore', dat opvalt door zijn zachtheid en verfijnde gitaarbegeleiding, behoort het tot het betere op 'Woke On A Whaleheart'. Opvallend is 'The Wheel', dat in typische country uit de zuidelijke staten flarden evangelie spuit. Minder uitgelaten dan The Soggy Bottom Boys' 'Man of Constant Sorrow' uit 'Oh Brother, Where Art Thou?', maar met die onmiskenbare zuiderlijke stempel.

'Woke On A Whaleheart' is een van de meest toegankelijke platen die Bill Callahan tot op heden op zijn conto heeft staan. Het is een aardige release die echter weinig substantieels aan zijn oeuvre toevoegt en wellicht zal onthouden worden als de eerste die hij onder eigen naam uitbracht. Niet dat hij er wakker van zal liggen. Dat zal dan eerder van Joanna zijn.


E-mailadres Afdrukken