Banner

Marjan Debaene

Wolfish Times

8.0
Marc Goossens - 08 februari 2007

Zijn muziekrecensenten per definitie ook muziekkenners? Als ondergetekende heel eerlijk is, kan hij niet anders dan deze vraag negatief beantwoorden. Elk jaar weer, wanneer we er de 'eindejaarslijstjes' op naslaan, moeten we immers vaststellen dat de hiaten in onze zogeheten kennis groter worden en dat de ons onbekende namen in aantal toenemen. Akkoord, een beperkt bevattingsvermogen, tot daar aan toe. Erger is het dat we in diezelfde lijstjes ook heel wat platen tegenkomen die we - lang leve onze oogkleppen! - over het hoofd hebben gezien, omdat we ons per se wilden beperken tot één specifiek genre.

Een naam die niet terug te vinden was op ons lijstje, was die van Marjan Debaene. Met 'Wolfish Times' bracht zij in het najaar haar derde langspeler uit, de eerste in zeven jaar, waarop ze laat horen dat het begrip singer-songwriterplaat niet per definitie synoniem staat voor eentonig, intiem en/of bloedserieus. 'Wolfish Times' is erg gevarieerd; er staan niet alleen rustige nummers op, maar ook knappe popsongs en bij momenten wordt er zelfs stevig gerockt.

Sinds het midden van de jaren '90 heeft Marjan Debaene een curriculum bij elkaar gespeeld (en geschreven) om u tegen te zeggen. 'Growing Pains', haar eerste langspeler, verscheen in 1996 (ze was dan amper zeventien); drie jaar later lag opvolger 'Humanoid' in de winkels. Op die cd werkte ze samen met David Poltrock, Dirk Loots en Pieter Van Buyten, maar haar vaste muzikale partner in crime en compagnon de route is op dat ogenblik al Alex Brackx. Met hem - als duo of met groep - toerde ze intussen langs Vlaamse (en Nederlandse) culturele centra, speelde ze een paar keer op het festival van Dranouter en stond ze zelfs in het voorprogramma van onder meer Townes Van Zandt, Ani DiFranco, Luka Bloom en Al Stewart.

Wie goed rekent merkt dat er tussen 'Humanoid' en 'Wolfish Times' een kloof gaapt van zeven jaar. Dat betekent niet dat Debaene al die tijd heeft stilgezeten. In 2001 studeerde ze af als kunsthistorica, werkte ze mee aan een aantal andere projecten en nam ze in 2003 met Brackx, Eric Bosteels en Erik van Biesen van Gorki het mini-album 'Up All Night' op.

Het songmateriaal voor 'Wolfish Times' kwam tot stand in de periode 2001-2005. Voor de opnames had Debaene gerust een greep kunnen doen uit de lange lijst gerenommeerde muzikanten waarmee ze in het verleden al samenwerkte. Onder het motto less is more werd echter gekozen voor een kleine, vaste kern met Brackx, Bosteels op gitaren/toetsen en drums en Bert Embrechts (Raymond, De Laatste Showband, ...) op bas. Andere (knappe) bijdragen worden geleverd door Nils Decaster (lapsteel, viool) en Robrecht Kessels (cello). Deze werkwijze biedt alleen maar voordelen: de betrokkenheid (en de beleving) is groter, de muzikanten vormen een solide groep en ondanks de verscheidenheid aan stijlen en gemoedsstemmingen vormt het album één hecht geheel.

Op Wolfish Times' staan veertien songs, voor elk wat wils dus. Drie liedjes - 'Charlie Chaplin', 'Drive' en 'Demon' - verschenen intussen al als single en kregen behoorlijk wat airplay op Radio 1, nog steeds het station bij uitstek dat aandacht heeft voor onze ambachtelijke songsmeden. De singles behoren ontegensprekelijk tot het sterkste werk op de plaat ('Demon' is pure klasse), maar ze zijn zeker niet de enige hoogtepunten. Minstens even goed vinden wij 'How to Make Sense of It All', 'Makin' Lists', het wiegeliedje 'Rockabye' (bedrieglijk simpel, maar wordt elke keer beter), 'The Song of Letting Go' en onze favorieten 'Dentist Guitar' en 'Blueprints'.
Of het nu gaat om catchy popnummers, stevig(er)e rocksongs of ingetogen luisterliedjes, Debaene en haar kompanen scoren op elk terrein. In het verleden werd ze vaak vergeleken met andere vrouwelijke songschrijvers als Suzanne Vega, Sheryl Crow of Shawn Colvin, maar zelfs zonder dat referentiekader is het mogelijk met volle teugen te genieten van en mee te leven met deze plaat. Meer zelfs, met 'Wolfish Times' bewijst ze wel degelijk te beschikken over een eigen stem en een eigen geluid.

Over de toestand van onze singer-songwriters hoeven we ons op dit moment dus zeker geen zorgen te maken. Ze lopen over van het talent, jammer genoeg krijgen ze niet altijd en overal de aandacht die ze verdienen. Hoog tijd, met andere woorden, om daar wat aan te doen!

E-mailadres Afdrukken