Banner

Peaches

Impeach my Bush

9.0
Tom De Moor - 10 augustus 2006

"Sucking on my titties like you wanted me": dat waren destijds de eerste woorden van Peaches die mijn oren prikkelden. Met 'Fuck the Pain Away' en het accompaniërende debuutalbum 'The Teaches of Peaches' wist Merill Nisker (de echte naam van deze vuilgebekte perzik) meteen een cultstatus te verwerven in de underground scene. In een tijdperk waar Sex and the City-comedy zich met pearl neclaces - en daarmee bedoelen we natuurlijk niet het sieraad - verzoende, maakte de hipster een vreugdesprong omdat humor en perversiteiten bij Peaches samengingen met electro, de achtergrondklank van hun geliefkoosde habitat: de trendy club. Het logische gevolg: Peaches werd hot. Seksualiteit was voor haar geen keurslijf, maar een areaal aan mogelijkheden. Voor de opvolger 'Fatherfucker' zette ze een nog iets grotere, zelfs bebaarde bek op en introduceerde een ruwer, meer rockgericht geluid. 'Impeach my Bush' is opnieuw een meer gestileerd album geworden, maar haar wilde kantje is Peaches nog niet verloren.

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: in feite heeft 'Impeach my Bush' geen muzikale waarde whatsoever. Een mens heeft echter niet constant behoefte aan Cultuur met een grote C en qua breinloos entertainment is Peaches nog steeds de leverancier par excellence. Elk nummer op dit derde album is namelijk waanzinnig verslavend. De teksten zijn nog steeds transparante niemendalletjes, maar ze slagen er wel in een puberale grijns op het gezicht te toveren. "Be my moog and I'll twiddle your knob / Be my corn and I'll nibble your cob / Now take my apples and start to bob / You play the jewels and I'll grab and rob" is nog maar een fragmentje van 'Hit it Hard'. Op papier ziet het er ronduit belachelijk uit, maar overgoten met kitschy elektronica werkt het. Het voordeel is dat Peaches ondertussen zelf ook snapt dat haar gore bek niet langer innovatief is en daardoor doet ze al eens aan zelfspot in haar teksten: "I wanna stick it / Bet you thought I was gonna say in", klinkt het in de heerlijke afsluiter 'Stick it'.

Verrassend klinkt 'Impeach my Bush' allerminst, maar toch is het duidelijk dat Peaches voor deze plaat meer aandacht aan de productie liet besteden. De tracks klinken meer af dankzij iets complexere geluidslagen en ook van de variatie, die op de voorgangers wat ontbrak, is werk gemaakt. Het ronduit geweldige 'Tent in your Pants' (what's in a name?) brengt een mengeling van electroclash en hiphop, die meteen aan collega Princess Superstar doet denken. 'Downtown' is een staaltje campy funk dat gerust in de Chic-collectie zou kunnen terechtkomen. Voor enkele nummers wordt alweer voor een rockgeluid geopteerd en deze brengen steevast de glam van de jaren tachtig in herinnering. Op 'You Love it' mag Joan Jett zich uitleven (hier en daar lijkt dit wel de heropstanding van de B52's), Josh Homme voorziet 'Give 'er' van enkele summiere gitaarakkoorden en het geweldige 'Do Ya' heeft het met recht en rede tot soundtrack van de Amerikaanse GAP-campagne geschopt.

Peaches zal nooit een waar meesterwerk maken, maar in haar beperkte genre spant dit album de kroon. Vergeet de politieke boodschap die zogezegd in de plaat verwerkt zou zijn (verder dan de discoburka op de hoesfoto en de woordspeling in de titel gaat deze niet), dit album staat volledig in het teken van pure fun. En vlekkeloos amusement is wat we voorgeschoteld krijgen, 13 nummers lang. 'Impeach my Bush' vormt een kreukvrij parcours, enkel met het al te voorspelbare 'Get it' en 'Rock the Shocker', dat wel heel weinig om het lijf heeft, vervalt het album even in middelmatigheid. Een nieuwe dosis Peaches mag wel even op zich laten wachten, maar van deze portie heb ik toch weer ten zeerste genoten.
E-mailadres Afdrukken