Banner

Wire

The ‘Remasters’

Xavier-Pascal de Baerdemaecker d'Overyse - 28 mei 2006




Wire : Pink Flag ****
Wire : Chairs Missing ****
Wire : 1 54 *****



In het Londen van de jaren '76 en '77 was het voor de doorsnee punkband haast onmogelijk geworden nog een club te vinden om op te treden. Na enkele 'concerten' met fikse rellen, vechtpartijen (in één geval zelfs met dodelijke afloop) en vooral héél véél materiële schade en weinig fraaie vermeldingen in de landelijke pers, kozen vele clubeigenaars eieren voor hun geld en hielden ze hun deuren voortaan gesloten voor het rapaille uit King's Road. Maar toen Andy Czezowski, de toenmalige manager van The Damned, de hand kon leggen op een louche tent in Neal Street en die omdoopte tot Roxy Club, had de punkscene weer (even) een veilige thuishaven waar 'gevestigde' en beginnende groepen ongehinderd en ongeremd konden spelen en 'groeien'.

Elke band was welkom in de Roxy Club, of ze nu behoorlijk kon spelen of niet. Voor wie zwaar door de mand viel, was er geen enkel probleem: nog even oefenen en volgende keer beter, luidde het. Toch kreeg niet iedereen zo'n tweede kans. In februari '77 kreeg het zogeheten Wire na haar vuurdoop te horen zich nooit meer te laten zien in de Roxy. De piepjonge, onervaren groep speelde naar verluidt een zwakke set, die zelfs naar punknormen niet door de beugel kon. Vandaag, bijna dertig jaar later, worden de eerste drie platen - zeg maar klassiekers - van Wire opnieuw uitgebracht en zijn critici en (alternatieve) muziekliefhebbers het delirium nabij. Het kan verkeren, zei Bredero, of hoe het lelijke eendje zich plots ontpopte als het Paard van Troje van de punk.

Wire wordt opgericht aan de Watford School of Art, door Colin Newman en kotgenoot George Gill. Met wat er op muzikaal vlak in Londen gebeurt loopt het duo niet hoog op, hun inspiratiebronnen wonen immers in New York: Velvet Underground, Patti Smith, The Modern Lovers en de Ramones. Voor een optreden naar aanleiding van een schoolproject, slaan Newman en George de zeven jaar oudere schilder Bruce Gilbert (tevens als technicus werkzaam aan de kunstschool) aan de haak. Ook al draait deze eerste performance uit op een regelrechte ramp, de drie besluiten bij elkaar te blijven en gaan zelfs op zoek naar een ritmesectie: in hun vrienden- en kennissenkring komen ze terecht bij Graham Lewis en George Gotobed, een modeontwerper en een pubrockzanger die respectievelijk worden omgeschoold tot bassist en drummer.

Aanvankelijk loopt het allemaal nog niet zo lekker: George Gill is dé leider van de groep, neemt alle composities voor zijn rekening en stouwt de songs dan ook nog eens vol met slecht gespeelde, vervelende gitaarsolo's waardoor alle vaart eruit verdwijnt. Geen wonder dus dat de groep niet meteen in de smaak valt bij het rechttoe rechtaan punkpubliek in de Roxy Club. Wanneer Gill even later (tijdens een poging tot het stelen van een gitaarversterker) ten val komt en een arm breekt, is hij enkele weken buiten strijd. De andere vier grijpen hun kans en beginnen als gekken te repeteren (vaak dagen aan een stuk, van 's morgens tot 's avonds) en zonder hem nieuwe nummers te schrijven. Twee maanden na het debacle in de Roxy Club krijgt Wire dan toch een tweede kans in de Britse hoofdstad. Het publiek is nog steeds niet onder de indruk, maar de groep valt in de smaak bij Mike Thorne van EMI. Thorne besluit zich te ontfermen over de groep en versiert voor hen een deal met Harvest, het label waar EMI haar minder toegankelijke acts parkeert.

Ook al klinkt Wire op dat ogenblik even luid, snel, intens en rauw als de gemiddelde punkband van die tijd, punk is het allerlaatste waar de groep wil bij horen. Eén van de redenen is dat punk voor hen nog steeds net iets te conventioneel is (want niet veel meer dan een versnelde en ruwe versie van klassieke rock met strofen, bridges en refreinen). De repetitieruimte van Wire wordt stilaan een heus laboratorium: songs worden gedemonteerd, ontleed en afgekloven tot op het bot, tot alleen de kern, de essentie overblijft. Liever dat dan tracks onnodig te rekken, eindeloos te herhalen of op te smukken met overbodige, niet ter zake doende franjes. Wanneer in december '77 - tijdens de hoogdagen van de eerste punkgolf - debuutplaat 'Pink Flag' verschijnt, is Wire allang 'beyond punk'.

'Pink Flag' telt 21 songs, als geheel klokt de plaat echter af onder de zesendertig minuten. Hier en daar wordt de muziek van 'Pink Flag' wel eens omschreven als computermuziek, in die zin dat het lijkt alsof alle bruikbare ideeën door een computerprogramma werden geselecteerd, gesorteerd en aan elkaar geplakt. De consequentie van het consequent zijn is dat heel wat songs het moeten stellen zonder refrein, vaak niet meer behelzen dan een stevige intro en geregeld niet boven de één-minuutgrens uitkomen. Uitschieters op 'Pink Flag' zijn 'Three Girl Rumba', 'Ex Lion Tamer' (oftewel dat wat nog overbleef van de oorspronkelijke song 'Lion Tamer'), 'Lowdown', de titelsong, 'Mannequin' en '1 2 X U'.
Terwijl 'Pink Flag' op de wereld wordt losgelaten, is Wire al volop bezig aan de voorbereiding van de volgende plaat. Tijdens de toer die werd opgezet om de eerste elpee te promoten, speelt de groep amper 'oude' nummers, maar wordt integendeel nieuw werk uitgeprobeerd op een livepubliek. (Zeer tot ongenoegen van dat publiek, trouwens.)

'Chairs Missing' komt uit in 1978 en laat een heel ander Wire horen. Waar de groep zich op 'Pink Flag' ook qua instrumentarium beperkte tot gitaar, bas, drum en zang, wordt deze keer ook gebruik gemaakt van nieuwe technologische snufjes en werkt de groep met keyboards, synthesizers en loops. De sprong van (anti)punk naar gesofisticeerde postpunk en new wave is opmerkelijk. Dit is niet alleen de verdienste van de groep, maar ook die van producer Mike Thorne. De sound op 'Chairs Missing' is veel rijker, de vijftien songs klinken gevarieerder en vooral warmer dan die van het ijskoude 'Pink Flag'. Onze favorieten: 'Practice Makes Perfect', 'Sand In My Joints', 'Heartbeat', 'Outdoor Miner', 'I Am the Fly' en 'From the Nursery'.

Voor de derde plaat, '154', gaat de groep nog verder op de ingeslagen weg. Steeds verder wijkt Wire af van de originele punksound. Op '154' wordt duidelijk dat de Berlijn-platen van Bowie een belangrijke inspiratiebron vormden. Wire probeert een vervolg te breien aan de glam-met-brains van de vroege Roxy Music, toen Brian Eno daar nog de lakens uitdeelde. Tegelijkertijd klinken sommige songs als Britpop avant la lettre. Met 'Map Ref. 41°N 93°W' bijvoorbeeld lukt het hen zelfs de perfecte popsong neer te zetten, weliswaar met een onmogelijk meezingbare tekst. De evolutie die in gang werd gezet tijdens de opnames van 'Chairs Missing' bereikt op deze plaat een hoogtepunt én een voorlopig eindpunt. Uitschieters: zo goed als alles…

In 1980 valt de groep (voor het eerst) uit elkaar. Nadien werden nog enkele reünies op poten gezet, maar net zoals het ooit ook Television verging, keerde de magie van de beginjaren nooit helemaal terug. Vandaag klinken deze drie platen misschien niet meer zo revolutionair en vernieuwend als toen, maar dat heeft alles te maken met de grote invloed die Wire tot vandaag heeft (gehad) op de generaties rockmuzikanten die na hen kwamen…
E-mailadres Afdrukken