Banner

The Paddingtons

First Comes First / Dogs

Turn Against This Land

7.0
Xavier-Pascal de Baerdemaecker d'Overyse - 30 maart 2006






Korte en krachtige plaatjes zijn niet gediend met de lange, oeverloze en weinig terzake doende inleidingen waarmee wij onze besprekingen plegen aan te vatten en die de arme lezers moeten overwinnen vooraleer we echt to the point komen. Vandaar dan ook: pure, onversneden punk, zoals die dertig jaar geleden op de wereld werd losgelaten is weer 'in'. Nauwelijks een jaar geleden probeerden The Rakes en The Others de wereld in te palmen, vandaag is het de beurt aan Dogs en aan The Paddingtons. Aangezien beide bands heel wat gemeen hebben voegen we - om dubbel werk te vermijden - de besprekingen van hun respectieve debuut-cd's hier bij elkaar.

The Paddingtons komen uit het havenstadje Hull (dat ons ooit o.a. The Housemartins schonk) en bestaan uit de naalddunne zanger Tom Atkin, het broederpaar Lloyd (bas) en Grant Dobbs (drums) en de gitaristen Joshua Hubbard en Martin Hines. En indien er vorig jaar niet plots die heisa en die hype was geweest rond Arctic Monkeys, dan had 'First Comes First' waarschijnlijk heel wat meer weerklank gevonden in binnen- en buitenland dan nu. Dominic Masters (van The Others) was één van de eersten die het potentieel van de band ontdekte en hen in contact bracht met ene Pete Doherty en - veel belangrijker nog - met Alan McGee van het Poptones-label.
Zonder afbreuk te willen doen aan het fijne Whatever People Say I Am: wij vinden 'First Comes First' eigenlijk nóg beter. Of anders gezegd: met 'First Comes First' amuseren we ons beter. Voor originaliteitsprijzen komen deze kleinzoons van Johnny Rotten en Sid Vicious niet in aanmerking, maar in de categorieën begeestering, energie, enthousiasme en oprechtheid vinden zij hun gelijken niet.
Owen Morris - legendarisch producer van het door The Paddingtons niet bepaald op handen gedragen Oasis - trok met de groep de studio in en slaagde erin de ruwe, ongepolijste sound en de spontaneïteit van de groep op band te zetten. Het eindresultaat telt elf songs; zes beesten van songs ('Some Old Girl', '50 2 A £', 'Worse for Wear', 'Panic Attack', 'Tommy's Disease' en 'Sorry'), drie doodgewone deuntjes ('21', 'Loser' en 'First Comes First'), één halve misser ('Stop Breathing') en één miskleun ('Alright in the Morning').
Op hun best zijn The Paddingtons wanneer ze de luisteraar van bij de eerste nanoseconde bij de keel weten te grijpen en een mega meezingrefrein van jewelste afsteken. Daar staat dan wel tegenover dat variatie ook hier soms ver te zoeken is en de band zelfs op een plaatje van amper drieëndertig minuten een paar keer in herhaling valt. Maar niettemin, zonder het ongepaste ska-stukje in 'Alright in the Morning' had er misschien een 'kleine vier sterren' in gezeten.

Iets meer variatie brengen Dogs uit Londen. Dat heeft tegelijk voor gevolg dat 'Turn Against This Land' meer hoogtes en laagtes kent dan 'First Comes First'. Maar voor de rest is dit grotendeels hetzelfde verhaal: na enkele overrompelende optredens (o.a. in het voorprogramma van Razorlight, die andere - gewezen - protégés van Pete Doherty) werden Johnny Cooke (zang), Rikki Mehta en Luciano Vargas (gitaar), Duncan Timms (bas) en Rich Mitchell (drums) opgemerkt door Universal Island en meteen richting Sawmill Studio's gestuurd om met John Cornfield (Stone Roses, XTC, Swans) een plaat op te nemen.
De eerste single (met dubbele A-side) was er meteen één om u tegen te zeggen. 'London Bridge' slaat in één keer een brug tussen de The Jam, The Alarm, Psychedelic Furs en Art Brut, het geweldige 'End of An Era' klinkt - we verzinnen het niet - zowaar als oude Big Country in een punkjasje. Dat de Dogs ook mee zijn met hun tijd en niet vies zijn van wat eighties-invloeden wordt duidelijk met de (post)punk in 'Donkey', 'Tarred and Feathered' en 'Heading for an Early Grave' en de dancepunk van 'Wait'. Ook 'Selfish Ways', een andere gewezen single, mag er wezen: het nummer begint met een Editors-baslijntje, maar ontpopt zich al snel tot een pure Libertines-song. Soms wagen de Dogs zich op het terrein van de oerpunk. 'She's Got a Reason' en 'It's Not Right' zijn echter beduidend zwakker dan het zwakste van 'First Comes First', maar 'Tuned To A Different Station' (!!!!) en het verschroeiende 'Red' zijn dan weer van een niveau waar The Paddingtons voorlopig alleen maar kunnen dromen.

Zo'n twintig jaar geleden noemden The Housemartins hun eerste elpee nog 'London 0 Hull 4', anno 2006 eindigt de uiterst genietbare strijd tussen beide steden op een billijk gelijkspel. 'First Comes First' en 'Turn Against This Land' zijn twee méér dan geslaagde debuten, waar het speelplezier en het enthousiasme afdruipen. We zijn evenwel benieuwd of dat in de toekomst zal volstaan en wie het als eerste zal aandurven zich los te rukken van de beperkingen van één genre…
E-mailadres Afdrukken