Banner

Unsane

Wreck

Guy Peters - 30 maart 2012

In een wereld waarin hypes achterhaald zijn voor iemand ook maar ‘tijdverlies’ kan prevelen, is Unsane eigenlijk ten dode opgeschreven. Al twee decennia bezondigt het trio zich immers aan de grootst denkbare misdaad in consumentenland: stilstaan. Op een gemiddelde dag ook voldoende om ons naar de rode pen te doen grijpen, maar dan komt onvermijdelijk zo’n ellendige zeikdag, zo’n moment waarop alles in het honderd loopt, met deuren gegooid wordt en heil gezocht wordt bij kabaal om gezins- en andere drama’s te vermijden. En waar grijpt een mens dan naar? Inderdaad: Unsane-platen. Dat gaat met Wreck niet anders zijn.

Unsane is een goede vriend, zo’n echte. Een hardnekkige. Eentje met een paar vuile manieren die je misschien niet bevallen, maar die je er wel bij neemt, omdat je weet dat het allemaal niet opweegt tegen het vertrouwen dat gedeeld kan worden, het onvoorwaardelijke geloof in die paar resterende waarden.
Het trio zag intussen al een paar generaties kabaalbands komen en gaan en wil nog steeds niet van wijken weten. Laat staan van ophouden. Omdat er verdomme nog voldoende frustraties zijn om over te brullen, omdat die existentiële crisis nu eenmaal zo diep zit. Dat blijven hameren op diezelfde nagel maakt van Unsane zowel een van de meest voorspelbare als opwindende bands van de planeet, want als Unsane hamert, dan gebeurt dat schuimbekkend, met een mes of een boksijzer tussen de tanden.

Die ritmesectie -- bassist Dave Curran en drummer Vinnie Signorelli -- behoort tot de meest herkenbare van de moderne rock-‘n-roll en heeft eigenlijk al voldoende power om het kot op z’n grondvesten te doen daveren, maar Unsane heeft z’n bestaan vooral te danken aan de bloedstollende intensiteit van zanger/gitarist Chris Spencer, wiens verschroeiende blues/noise-riffs en bezeten gekeel nog altijd buiten categorie is. Weinig mensen slagen er in om een ganse plaat lang zo verdomd lastig te klinken en dan is het niet de domme agressie van hardcorehooligans, maar de tot wanhoop gedreven Münchkreet van de in een hoek gedreven everyman die er alles (alles!) aan zal doen om z’n verdoemde lot te ontkomen. Unsane, dat is minimalistisch beuken op leven en dood, razen om te overleven.

Opener “Rat” laat horen dat er sinds Visqueen (2007) niks veranderd is: de kringelende baslijnen, donderende drumpatronen, staalgitaar en met effecten aangezette zang hebben nog altijd een betonnen onwrikbaarheid. Unsane speelt grootstadsblues die dan wel zo monotoon mag klinken als een droneplaat, maar tegelijkertijd een bijna ondraaglijk heftige intense impact heeft. Dat is meer dan ooit duidelijk in “Decay” dat, net als “Only Pain” op de voorganger, in al dat geweld nog een gevoelige snaar weet te raken. Het maakt de band tegelijkertijd kwetsbaarder en gevaarlijker, want iemand die raast omdat hij niet anders kan is altijd een taaiere klant dan iemand die raast omdat hij niks beter te doen heeft.

“No Chance” vervolmaakt het efficiënte openingstrio en past in hun traditie van bluessongs. Een huilende harmonica, een testosteronversie van een riff van meer dan een halve eeuw en ten slotte een koppig ritme dat haast debiel is in z’n recht-voor-de-raapsheid en bij de beste hamer-, sloop- en beukmuziek van het jaar hoort. En dan dendert het verder, nu eens wat minder indrukwekkend (“Pigeon”, “Ghost”) en dan weer wat geslaagder (“Metropolis”, “Don’t), maar steeds met een hondsdolle intensiteit. “Stuck”, het obligate rustmoment (nu ja,) is dan weer wat drammerig, maar gelukkig wordt de plaat afgerond door het toepasselijk getitelde “Roach” (dat refrein!) en een sardonische cover van Flippers “Ha Ha Ha” (“We go downtown to do our shopping / And we live in suburbia / And I say… ha ha ha” etc).

Geen drieste avonturen, noch snode verrassingen op album #7, maar dat verwacht de liefhebber dan ook niet. Die wil een gewelddadige muilpeer (bekijk die hoes eens), een metgezel voor tijdens harde fitnessuren, een compagnon waarop gerekend kan worden in moeilijke tijden. Wat dat betreft stelt Wreck niet teleur. Man’s best friend, na dat klotekeffertje.

E-mailadres Afdrukken