Banner

Flying Horseman

Twist

Guy Peters - 28 maart 2012

Ik geloofde er heimelijk niet in. Wild Eyes evenaren, laat staan overtreffen, dat was een wensdroom en een waanvoorstelling in één. Dat ging zelfs te hoog gegrepen zijn voor Bert Dockx, die in het begin van 2012 al furore maakte met Dans Dans. Maar kijk, het is dan toch een feit. Twist dwingt z’n voorganger tot overgave met een wurggreep van smachtende schoonheid, zwartgeblakerde romantiek en ongemakkelijke dreiging.

Een cruciaal stuk van alle lof mag meteen naar producer Koen Gisen, die besefte dat een band die het in het verleden al moest hebben van een coherent statement, ook nu gebaat zou zijn bij een zo sterk mogelijke homogenie. Twist klinkt fantastisch: gelaagder en koortsiger dan Wild Eyes, met nog diepere kleurschakeringen (of, meer exact: grijstinten) en oog voor detail. Want Twist is een loepzuivere koptelefoonplaat, waarin de opnamestudie functioneert als een extra instrument. Dat hebben Dockx en co. gemeen met Mark Hollis, die bij de latere Talk Talk en z’n solowerk met een bijna chirurgische verfijning de stukjes in elkaar paste. Of het nu gaat om een aangeslagen bel, een rinkelend gitaareffect of hoorbare ademhaling; het past allemaal in de galmende raamvertelling die Twist geworden is.

Dockx’ cryptische teksten weerstaan onmiddellijke analyse, ook al sta je meteen oog in oog met een galerij thema’s die het daglicht schuwen: de dood, onderhuids geweld, kwetsen, gevangen en geketend zijn, dromen die de kop worden ingedrukt, en een lijst ongemakkelijke metaforen. Die worden dan nog eens gegoten in songs en arrangementen die vooral ’s nachts hun geheimen lijken prijs te geven, als het tempo van het leven zich heeft aangepast aan deze afwisselend dromerige, broeierige en narcotische stukken muziek die zich als een sluimerende drug op het bewustzijn vastzetten. Nu eens opmerkelijk kaal (opener “t.m.l.” boeit bijna zes minuten met een minimum aan ideeën) en dan weer beklemmend intens; dit is een plaat die ondergaan moet worden in concentratie en stilte. En met tijd.

Dockx heeft ook al lang begrepen dat songs niet enkel in een relatie kunnen staan tot elkaar, maar ook meerdere beluisteringen moeten kunnen doorstaan. Al te vaak glijden songs voorbij als schijnbaar bloedmooie vrouwen die een alarmerend gebrek aan diepte in hun ogen verbergen. Niet bij Flying Horseman, waar de intensiteit zelden naar de achtergrond verdwijnt. Dat is iets dat Dockx vooral gemeen lijkt te hebben met iemand als Matt Johnson (The The), nog zo’n songschrijver die een auditief verhaal kon vertellen met verraderlijke diepgang en slinks ingevoerde donkertinten. Maar het is niet enkel Dockx’ project, want ook de zussen Loesje en Martha Maieu zijn nu prominenter, met uitgebreide toetsenbijdragen en hypnotiserende vocalen.

Het is moeilijk om “Ghostwriter”, opgebouwd rond een melodie die zo uit een slaapliedje kon komen, niet te beschouwen als een halve knik naar Roman Polanski, zeker omdat die spookachtige stemmen een sfeer oproepen zoals Krzysztof Komeda’s muziek voor Rosemary’s Baby. Zelden hoor je songs die tegelijkertijd zo intiem én zo episch klinken. De Morricone-toets keert ook terug in het eerste pièce de résistance, “Memorial”, dat vanuit een repetitief figuur en gedoseerd samenspel van lagen belandt bij een zich in alle bochten wringende gitaaruitbarsting die de woest om zich heen schoppende en genadeloos voortdenderende preken van Nick Cave & The Bad Seeds in herinnering roept. Voorzien van een maniakale furie die zelfs de stoerste metalheads de stuipen op het lijf kan jagen.

Het tweede scharniermoment duikt op in het midden van de tweede helft: “Twist” is nog zo’n door een ronkende bas en repetitieve drumpatronen aangedreven knoert van een song. Luister wat daar aangericht wordt met feedback, ademhaling en prachtig rond elkaar kringelende gitaarpartijen. Opnieuw valt ook op dat het drumspel van Alfredo Bravo nieuwe hoogtes bereikt. Z’n ongewone, minimalistische stijl verleent de muziek een tranceachtige vibe, die in combinatie met de zingende gitaren en fluisterstemmen leidt tot een schimmige soundtrack die blijft verder deinen zonder ook maar een seconde te gaan vervelen. De song wordt dan ook nog eens omringd door vooruitgeschoven single “Back Where I Started” (Matt Johnson zou vast een ledemaat veil hebben om het met terugwerkende kracht op z’n Dusk te zetten) en de druppelende breekbaarheid van “Tied”.

Twist vergt meer tijd en inspanning dan Wild Eyes, dat een stuk sneller en directer in z’n kaarten liet kijken. Wie een snel verteerbare brok wil, die is dus aan het verkeerde adres, want de negen songs hebben een gemiddelde lengte van zes minuten en werken moeilijk als achtergrondmuziek. Dockx is er echter opnieuw in geslaagd om een plaat te maken die hyperpersoonlijk de luisteraar op sleeptouw neemt: meeslepend en inventief, toegankelijk én experimenteel, dromerig én verbeten (luister naar de nauwelijks onverholen intensiteit van de vocalen in “Road”), raadselachtig en met een onafwendbare emotionele impact. Tijd om tot de kern van de zaak te komen: Twist is een geweldige tweede die ‘s mans status van misschien wel de boeiendste Vlaamse rockmuzikant van het moment met verve onderschrijft.

Flying Horseman doet de komende weken zowat heel Vlaanderen aan. Alle data zijn te vinden op de Bestov-site.

E-mailadres Afdrukken
 
Flying Horseman

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST