Khing & Banda

Iris

8.5
Marc Bastijns - 12 juni 2018

Sommige strips zijn de moeite van het lezen al waard enkel door de pracht van de uitgave. Wanneer het dan ook nog eens een wat vergeten klassieker van één van Nederlands meest vooraanstaande tekenaars en illustratoren betreft, is het helemaal prijs. Dan halen we met plezier de loftrompet uit de kast.

Zeggen dat deze heruitgave van Iris een werk van lange adem is geweest, zou een understatement zijn. Zowel de uitgeverij als tekenaar Thé Tjong-Khing liepen al enkele decennia met het idee rond om deze klassieker uit 1968 een nieuwe uitgave te bezorgen die ten volle recht deed aan de oorspronkelijke wensen van de auteurs. Vooral het feit dat hij in 1968 niet voldoende tijd had gekregen om Iris in te kleuren, was sinds jaren een doorn in het oog van Khing. Het was Rudy Vrooman van uitgeverij Sherpa die uiteindelijk zijn stoute schoenen aantrok en Khing voorstelde die inkleuring alsnog samen te realiseren. Hierdoor kan Iris nu eindelijk verschijnen in de vorm die de auteur altijd voor ogen had, mét de felle inkleuring die past bij de popart-stijl van de strip.

Iris is een jonge vrouw die de ambitie heeft om artieste te worden. Wanneer de steenrijke en invloedrijke MG haar kiest om voor hem op te treden, is ze zonder meer gecharmeerd. Meer nog, MG wil met Iris een einde maken aan de pruikentijd, waarin enkel met een pruik opgetreden kon worden. Iris zou dus als eerste met haar eigen haar op het podium staan en zo een nieuw tijdperk inluiden. Al snel blijken de praktijken van MG echter heel wat minder rooskleurig. Het is Iris’ vriend Mark die uiteindelijk de kat de bel aanbindt en tracht Iris te bevrijden uit het web van MG.

Op zich is de plot van Iris redelijk eenvoudig, maar wel geniaal. De thematiek van oppervlakkigheid versus diepgang en eigenheid blijft ook nu nog onverminderd actueel. Het verbaasde ons dan ook dat deze strip dit jaar zijn vijftigste verjaardag viert. De ondertitel is niet voor niets roman voor kijkers. Banda heeft in Iris resoluut de klassieke vertelstijl van strips losgelaten gekozen om de beelden het verhaal te laten vertellen. Banda kende maar al te goed het genie van Thé Tjong-Khing en liet de tekenaar in Iris dan ook volledig zijn ding doen. Khing ontbindt hier al zijn duivels met spectaculaire popart-pagina’s die aansluiten bij de meer op avant-garde geïnspireerde strips van Guy Peellaert. Khing zet die strips resoluut in zijn schaduw met zijn overweldigende tekeningen die door de nieuwe inkleuring nog sterker tot hun recht komen. Zijn lijnvoering is veel gladder en dikker dan in zijn andere werk uit die periode, zoals Arman & Ilva.

Wat deze uitgave van Sherpa helemaal af maakt, is het omvangrijke dossier dat deel uitmaakt van het album. Sherpa spaarde kosten noch moeite om er een boeiend werkstuk over het ontstaan van Iris en de tijdsgeest waarin de strip gecreëerd werd van te maken. Ook Hanco Kolk draagt bij aan het dossier, en vertelt onder meer over zijn (ondertussen opgeborgen) plannen voor een remake van Iris. Het is frappant hoe sterk zijn Meccano geënt lijkt op wat Khing en Banda deden in Iris. Kolk steekt zijn bewondering voor Khing dan ook niet onder stoelen of banken en voegt boeiende analyses toe aan het dossier. Sherpa is alleszins in zijn opdracht geslaagd. Iris heeft 50 jaar na datum dan toch een definitieve editie gekregen die op alle vlakken recht doet aan één van de grote klassiekers uit het Nederlandse beeldverhaal.

E-mailadres Afdrukken
 
Khing & Banda
Sherpa
Tekeningen: Thé Tjong-Khing
Scenario: Lo Hartog van Banda

Advertentie