Veerle Hildebrandt

Black Paradise

8.0
Eric d’Hooghe - 15 mei 2018

Hoe ervaar je als kind van een expatgezin de verplaatsing van Duitsland naar Nigeria? Veerle Hildebrandt maakte het zelf mee en bundelde ervaringen en die van anderen in dit lijvige debuut.

In 2016 lanceerde het digitale stripplatform Yieha de YIEHA Young Talent Award, naar aanleiding van haar eerste verjaardag. De toen 35-jarige Mechelse Veerle Hildebrandt, niet echt “young” eigenlijk, won toen de eerste prijs: een cheque van €2500. Ze won die prijs voor de eerste pagina’s van haar debuut, “Joyride”. Een duwtje in de rug dus om het verder af te maken.

Intussen zijn we een kleine twee jaar verder en ligt het 160 pagina’s tellende debuut met stevige hardcover te blinken in alle Vlaamse stripwinkels. De titel veranderde naar Black Paradise, een evidente wissel. Maar dat niet alleen: ook de tekenstijl, het kleurgebruik en de invalshoek werden aangepast, waardoor er van Joyride eigenlijk amper iets terug te vinden is. Waar Joyride nog zeer schetsmatig in potlood werd getekend, krijgen we nu vloeiende lijntekeningen waar de Afrikaanse stofontwerpen vaak aan de basis liggen van vorm en kleur. Ook de decors worden versoberd naar soms een enkele kleurveeg. Het is even wennen aan de eerder naïeve stijl, maar na enkele bladzijden merk je dat de stijl ondergeschikt is aan de sfeer en het verhaal, en dat blijkt ook te werken. Van een illustrator zou je eerder het tegengestelde verwachten.

Hildebrandt maakte met Black Paradise haar semi-autobiografische debuut als striptekenaar. Daarvoor werkte ze al als grafisch ontwerper en illustrator. Als je geregeld de fijne stripwinkel De Stripkever in haar stad Mechelen bezoekt en daar een koffietje drinkt, heb je haar werk waarschijnlijk al onbewust in handen gehad. Ze ontwierp er trouwens ook de menukaarten. De link met de stripwereld was dus al aanwezig, maar pas nu deze eerste graphic novel.

Initieel zou het een puur autobiografisch verhaal worden over haar ervaringen als expat-kind in Lagos, Nigeria in het begin van de jaren negentig. Een tijd waar ze met gemengde gevoelens naar terugkijkt, maar die wel tekenend was voor haar verdere leven. Intussen is de strip minder autobiografisch geworden en meer een samenraapsel van ervaringen uit haar eigen gezin, maar ook van verhalen die ze hoorde van andere expats en Afrikaanse kennissen die ze samensmolt tot de fictieve biografie van de Duitse Lisa. Haar vader, Hans Wagner, besluit met haar en moeder Katie naar Nigeria te verhuizen waar hij een interessante, goedbetaalde job kan krijgen. De levensstijl die daar bijhoort, nemen ze er in eerste instantie graag bij. Ze krijgen een huishoudster, Lisa kan naar de gerenommeerde International School en ze wordt ingeschreven in de luxueuze manège. Het lijkt wel een sprookje, maar kort na hun aankomst lijkt het leven in Lagos toch minder paradijselijk dan ze dachten. Ze hebben weliswaar een meid en een tuinman en wonen in een villa met zwembad, maar Nigeria blijkt een veel minder stabiel land dan eerst gedacht. Vanuit de taxi zien ze geregeld lijken op straat liggen en vader Hans was ook even vergeten te vermelden dat de vorige bewoners van de villa in zeven haasten wegtrokken, omdat er een tank hun huis was binnen gesukkeld.

Maar ook de confrontatie met zowel verdoken als openlijk racisme vallen moeder Katie en Lisa vaak zwaar. Het zwarte personeel wordt slecht behandeld door de expatvrouwen en de zakendeals van de Duitse zakenmannen worden meestal afgehandeld in de stripclub “Black Paradise”, waar het regelmatig verder gaat dan enkel strippen. Haar vader geeft hier in eerste instantie niet aan toe, wat hem problemen oplevert met zijn baas. Uiteindelijk kan ook hij niet weerstaan aan bepaalde verleidingen waardoor het gezin in een crisis dreigt te komen. Ook moeder Katie kan zich moeilijk aanpassen en raakt niet over haar heimwee. Het gezin zal knopen moeten doorhakken.

Hildebrandt doet aan “slow writing” waardoor het verhaal het Afrikaanse tijdsbesef mooi volgt. Het kleurgebruik maakt dit gevoel nog sterker. Ze houdt haar tekenstijl soms te eenvoudig, wat je de eerste dertig bladzijden wel kan storen: het verhaal gaat te traag vooruit en er gebeurt te weinig. Stilaan wen je aan het ritme en de vorm, net als de expat moet wennen aan het ritme en de kleuren in het nieuwe land. Vanaf dan verschijnt er een mooie vertelling waar je volledig in ondergedompeld wordt. Zowel thema als stijl verraden dat ze een (goede) leerling van Judith Vanistendael was. Ze schept hoge verwachtingen voor een tweede strip, want als debuut heeft ze sterk werk afgeleverd. De opstart van het verhaal kon pittiger, maar dat zien we graag door de vingers.

E-mailadres Afdrukken