Tardi

De laatste aanval

6.0
Eric d’Hooghe - 30 januari 2017

Na zich dertig jaar in de Eerste Wereldoorlog verdiept te hebben, levert Tardi het zelfverklaarde sluitstuk van zijn bloederige magnus opus. Hopelijk houdt hij woord.

Geen slecht woord over Tardi, maar zijn oorlogsverhaal is uitverteld. Na Loopgravenoorlog in 1993 en De grote slachting 1914-1919 in 2010 en enkele kleinere uitgaven heeft hij zijn punt wel gemaakt. De gewone soldaat die het slachtoffer is van beslissingen van bovenaf en als kanonnenvlees het slagveld wordt opgestuurd, het sociale onrecht dat elke oorlog met zich meebrengt en de grote verontmenselijking. Hij bekijkt het altijd vanuit het standpunt van de soldaat zonder franje en met alle gruwel volledig in beeld. Steeds met een obsessieve documentatiedrang en gebaseerd op de loopgravenverhalen van zijn 2 grootvaders. Weg met de heroïsche daden maar pal in de realiteit. Je voelt en proeft de smerigheid van de loopgraven tijdens het lezen van deze strips. Het orgelpunt was de tentoonstelling in de Brusselse Bozart in 2016 met prenten uit De grote slachting ‘ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog’. Zelf wil Tardi het geen herdenking noemen maar een pure aanklacht die toevallig samenvalt met deze ‘centenaire’.

In eerste instantie kan je verheugd zijn dat de grootmeester met nieuw werk komt. Maar al vanaf de eerste bladzijde krijg je het gevoel dat je het allemaal al eens gelezen hebt. Met het ouder worden, wordt Tardi ook steeds meer belerend.

Maar toch zit er een vleug originaliteit in. Wat het eerst opvalt is dat de achterflap voorzien is van een cd. De laatste pagina’s maken duidelijk dat deze strip het gevolg is van een tournee door Frankrijk, getiteld Putain de guerre, met liederen van mevrouw Tardi, Dominique Grange, die tekstueel dezelfde uitgangspunten hebben als de oorlogsstrips van haar man. Ze wordt muzikaal begeleid door het ensemble Accordzéam. Tijdens de voorstelling worden er prenten van Tardi geschenen en treedt hij zelf op als verteller. Het verhaal: De laatste aanval. En zo lees je deze strip ook. Er is een overheersende verteller, in de voorstelling Tardi, en tegelijkertijd de hersenspinsels van het hoofdpersonage. Eigenlijk lees je dus een boek met veel illustraties, iets wat Tardi al had gedaan met Céline’s Voyage au bout de la nuit. Toen was het echter duidelijk dat hij voor de vele illustraties zorgde. Hier is het vormelijk een Tardistrip.

Het verhaal situeert zich in 1917. De oorlog moddert letterlijk al 3 jaar aan en we maken kennis met Augustin, die als ziekendrager de oplapbare gewonden moet oppikken. Nadat hij z’n compagnon bij een granaataanval verliest en uit pure frustratie hun gewonde passagier het zwijgen oplegt, dwaalt hij door het landschap. Bij zijn tocht door de omgewoelde Vlaamse velden komt hij allerlei bizarre figuren tegen die elk hun verhaal hebben. Een tirannieke, racistische Franse kapitein, agressieve Britse soldaten en op een moment krijgt hij zelfs de kans om een Duitse soldaat neer te schieten. Tardi kiest duidelijk geen kant in deze oorlog. In alle kampen komt vooral het laagste in de mens naar boven. Tijdens het verhaal krijg je ook een kijk op het latere verloop van de personages. Een techniek die, samen met het uitgeschreven gepeins van Tardi, het vlot lezen echt niet bevordert. Het kost moeite om deze turf door te slikken en vrolijk word je er ook niet echt van.

De tekeningen zijn vintage Tardi en de mijmeringen en het slot zijn dat ook. Maar het beklijft niet. Je krijgt een ‘best of’ van de Oorlogs-Tardi maar dan zonder de hits. Zelf zegt hij dat dit het slot is van zijn verhaal. Er komt nog wel een derde en laatste deel van Stalag IIB, Ik Rene Tardi maar dan zijn de oorlogsjaren echt voorbij. Een wijs besluit.

E-mailadres Afdrukken