Banner

De Munt

Aïda

Wim Borremans - 01 januari 2002

Ik ben eigenlijk niet zo’n fan van Aida. Deze opera verleidt regisseurs altijd tot grootse (maar eigenlijk vaak groteske) ensceneringen met veel barokke bombarie, olifanten, kamelen, koren van 700 man en dies meer. De dirigent profiteert er dan van om eens lekker uit de bol te gaan met zijn orkest en vol plezier de volumeknop zo hoog te draaien (bij wijze van spreken, uiteraard) dat de pijngrens zwaar overschreden wordt.

Van regisseur Robert Wilson daarentegen zijn we wel fan. Niet dat ik de man ooit al aan het werk gezien heb, maar documentaires en ander filmmateriaal van ’s mans werk hebben toch een zeer diepe indruk op me nagelaten. Als De Munt dan Aida met Robert Wilson combineert, moet je wel tot een zeer bevreemdend resultaat komen.

Robert Wilson houdt niet van realisme. Om niet te zeggen dat hij er een hartsgrondige hekel aan heeft. Dat laat hij al mooi blijken in de ouverture. Geen horde balletdanseresjes die in een pompeus decor de lucht aan flarden springen, maar een kaal podium met een rotsblok op. Dat rotsblok wordt het onderdeel van een ballet van beelden, die je soms doen denken aan een schilderij van Dalí. Het rotsblok schuift over het podium, een houten spies steekt uit de lucht naar beneden, een vuurtje flakkert op… Dat alles in een sobere paars-blauwe belichting en begeleid door een integere uitvoering van de muziek. Kunst is nabij.

Wilson gaat verder. Zijn zangers zijn een soort van spacy wezens die op een robot-houterige wijze over het podium evolueren. Gebaren worden gestileerd. Zelfs eenvoudig stappen wordt gereduceerd tot wat het eigenlijk is: van punt a naar punt b gaan. Geen pathetiek, geen overweldigende gestiek: eenvoud en soberheid is de regel. Overigens een goede zaak: de meeste operazangers zijn zulke slechte acteurs dat je hen maar beter niet laat acteren.

Die bevreemdende enscenering/gedragingen contrasteren prachtig met de uiteindelijk toch altijd gezwollen muziek, ook al biedt dirigent Pappano en het muntorkest ons een zeer mooie, ingetogen visie. Je laat je meedrijven in de wereld van Wilson en plots lijkt alles te kloppen.

Dat hij geen attributen aan zijn acteurs geeft, versterkt dat gevoel. Een kroon is gewoon wat lucht tussen twee handen, wapens, bekers, bloemen, het kan allemaal voorkomen in het stuk, maar niets is te zien: de acteurs/zangers houden enkel lucht vast. De toeschouwer krijgt de vrijheid om het beeld zelf te vervolledigen.

Op zo’n moment wordt een operabezoek interessant. Dan kun je je niet afsluiten en enkel genieten van de muziek, je intussen afvragend waarom je niet gewoon de cd gekocht hebt. In deze vorm bereikt de opera wat ze betracht: een synthese van muziek, theater en schilderkunst.

Die muziek, die zang vooral, was van een zeer hoog niveau. Iedereen leverde een prachtprestatie, maar als absolute topper, moeten we toch Ildiko Komlosi vermelden die de rol van Amneris op zich nam. Zelden zo’n schitterende uitvoering gehoord. Een kus van de recensent en een bank vooruit!

Het is dan ook zeer jammer dat het aantal opvoeringen zo beperkt was. We kunnen enkel hopen dat De Munt beslist om volgend seizoen deze uitvoering te hernemen. Het publiek heeft het duidelijk gesmaakt: alle voorstellingen waren uitverkocht én — toch niet onbelangrijk — iedereen kwam ook effectief opdagen. (Wat niet altijd het geval is.)

Maar bovenal hoop ik dat deze uitvoering een nieuwe start wordt voor De Munt, die de laatste jaren muzikaal hoogstaande producties bracht, maar al te vaak doodsaaie, enerverende ensceneringen. Het kan anders: Wilson toont u de weg!

E-mailadres Afdrukken