Banner

DAS-theater

Niet alle Marokkanen zijn dieven

Matthieu Van Steenkiste - 01 oktober 2001

Arne Sierens wou al lang iets met Marokkanen doen. Hij wou ook al lang eens een stuk situeren rond een biljarttafel. Dat is er nu eindelijk van gekomen met het eerste stuk van zijn nieuw gezelschap DAS-theater. Het is een Sierensstuk geworden zoals we Sierensstukken kennen: rauw, ongecompliceerd, recht uit de werkelijkheid gegrepen. Het leven zoals het is, zouden we bijna zeggen. Het is echter ook niet meer dan dat.

Hij had bijna alleen maar jongens op de auditie verwacht, maar het tegendeel bleek waar. Vooral jonge Marokkaanse vrouwen stonden te trappelen om toneel te spelen. Toen hij vervolgens Dahlia Pessemiers zag, was het hem meteen duidelijk: in zijn bewerking van Dostojewski’s Schuld en boete – want daar zou hij zijn stuk losjes op baseren – zou zij de dief spelen. Sommige Marokkanen zijn dus wel dieven. Net als sommige Belgen.

Fadilah heeft dus een portefeuille gestolen. En meer dan dat. Agent Roland weet dat maar kan niets bewijzen. Vaderlijk doet hij ook niet te veel moeite. Fadilah is lid van de boksclub waar alles rond draait: rond coach Ramon en zijn vriendin Bambi. Rond Cynthia, Jamaal en Assia. En rond brancardier Habib, wiens naam in het Arabisch ‘liefde’ betekent. Hij is het dan ook die de brokken probeert te lijmen tussen de personages.

Het zijn drukke tijden voor boksclub Sparta: er is een kampioenschap in Charleroi en de opendeurdag die er aankomt. Levende legende Freddy De Kerpel zal zelfs langskomen want dat is goede publiciteit. Het Laatste Nieuws zal er zijn. Met een fotograaf! Het wordt een flop. Fredd komt niet, het verwachte publiek ook niet. Ondertussen botsen de mensen met elkaar. Het levert sterke beelden op van bijvoorbeeld een jonge Marokkaan die bidt terwijl de boxen luidkeels muziek uitbraken.

De muziek is trouwens een van de sterkste spelers in deze voorstelling. Vooral de industrial-achtige stukken van Dominique Pauwels heffen het stuk soms een trapje hoger. Zo is er een fantastische scène waarin Bambi en Ramon een bizarre paringsdans op en rond de biljart doen op dreunende beats en gitaren. Het spelplezier spat op dat moment echt van de vloer.

"Desnoods deed ik dit zonder tekst," zo wist Sierens ons vooraf te melden en misschien was dat ook beter geweest. Het zijn immers voornamelijk de tekstloze stukken die bijblijven omdat ze verder gaan dan plat realisme. Ja, het is het leven zoals het is en er zijn inderdaad momenten waarop we gaan meeleven. Maar zo werken soaps ook en je kunt je dan ook afvragen wat de artistieke meerwaarde hiervan is. Sierens zit op twee sporen en maakt geen keuzes. De scène waarin Fadilah treurt om haar gestorven moeder is het keerpunt waarop je eindelijk – we zijn dan al halfweg – mee bent met het stuk. De eerste woorden die je daarna hoort, halen je ruw uit de ban: de gemiddelde weekendfilmdialoog bevat minder clichés.

Sierens situeert zijn stuk in een achterzaaltje waar een boksclub samenkomt. Daartoe laat hij in de theaters waar hij speelt een reusachtige houten schoendoos optrekken waar de publiekstribune in verwerkt is. Je zit als toeschouwer mee in het zaaltje met je neus op de zaken: het kleine dagdagelijkse onrecht, de pijntjes en de grote emoties.

Dat decor doet nogal artificieel aan. Als Sierens de sfeer van een achterzaaltje wou oproepen, waarom speelt hij zijn stuk dan niet daar in plaats van er een na te bouwen? Achterzaaltjes genoeg in Vlaanderen en dat het een overtuigende theatersetting kan opleveren zagen we al bij Gordijnen voor Konijnen, dat met Salukuskus dergelijke locaties aandoet. De wereld tonen zoals hij is, allemaal goed en wel, maar liefst toch in de beschermde sfeer van een gevestigd cultureel centrum?

E-mailadres Afdrukken