Banner

Cie De Koe speelt Van alles naar Allen

Wim Borremans - 01 juni 2002

Waar zijn we hier eigenlijk mee bezig? Een goede vraag. En als er iets is waar ik van hou, is het van goede vragen. Zeker als die gepresenteerd worden als een weldoende lachpartij. Cie De Koe, beste mensen, is nog steeds synoniem voor kwaliteit. En met hun jongste productie Cie De Koe speelt van alles van Woody Allen bewijzen ze ten volle waarom!

Hier ter redactie wordt soms wel eens een boom opgezet over maatschappelijke relevanties van kunst en cultuur en hoe goed en/of slecht het Vlaamse cultuurbeleid eigenlijk wel is. En meer van die grote woorden die we graag in de mond nemen omdat we gestudeerd hebben en we toch moeten laten blijken dat onze ouders niet al dat geld voor niks in ons (lees: in onze universiteit) hebben geïnvesteerd. Voor sommigen is dat een hobby, voor anderen een levensstijl. Wat er ook van zij, De Koe heeft dit wijdverspreid fenomeen gebruikt als inspiratiebron. Er wordt dan ook wat afgeluld in een overweldigende chaos, dat de toeschouwer helemaal het noorden verliest. Net daar, in die algehele verwarring, ontstaat de humor.

Zoekt u vooral geen verhaal, geen zinnige uitspraak, geen boeiende conversatie, geen poëtische monoloog want ook al zit het er allemaal in mindere of meerdere mate in, het wordt met het grootste plezier en met een nooit geziene souplesse onderuitgehaald. Vandaag wordt er gewoon eens flink gelachen. Dus mag er tussen alle citaten van Nietzsche, Kierkegaard en zovele andere grote denkers ook eentje geciteerd worden van Arthur Blanckaert. Want waarom zou Will Tura (zoals u hem beter kent) geen zinnige dingen te zeggen hebben? Of Marco Borsato?

Ook al laat de titel anders vermoeden, toch krijgen we hier geen aaneenschakeling van fragmenten uit Allens filmreportoire. Meer nog, er zit niets van Allen in. Maar zijn werk is wel een inspiratiebron geweest, een beïnvloeding voor de manier waarop in dit stuk over kunst, cultuur en relaties gedacht wordt.

Knap is ook hoe Van den Eeden probeert om een filmisch genre weer te geven op het podium. Reeds in Elisabeth en Essex experimenteerde hij met video’s en opera, maar nu gaat hij daar nog een stap verder in. Het is bijna nooit stil op de scène. Altijd klinkt er wel muziek, soms op het irritante af en telkens vanuit een andere noodzaak. De muziek dient niet zomaar om Hollywoodiaans emoties te ondersteunen, spanningslijnen op te bouwen en dergelijke (meestal niet meer dan truukjes om de povere acteerprestaties/verhaallijnen te verbergen), maar wordt veeleer expressionistisch gebruikt, een veruitwendiging van situaties, woorden, gedachten…

Maar kijk, intussen zijn we zelf weer aan het pseudo-filosoferen over theater. Eerst er een avondje hartelijk om lachen en dan ’s anderendaags hetzelfde doen. God, waar hou ik me hier mee bezig?

E-mailadres Afdrukken