Banner

Ontroerend Goed

Intern

Maarten van Meer - 05 oktober 2007

Ontroerend Goed zoekt al enkele jaren met intiem en minder intiem theater naar de grens tussen werkelijkheid en illusie, tussen personage, acteur en toeschouwer. Met Intern maken ze die grens nog wat dunner.

"Hoe lang duurt het voor je een eerste indruk van iemand hebt?" vraagt een actrice aan me. Ze heet Sophie, zit tegenover me aan een klein tafeltje en heeft zonet een glas wodka achterover geslagen. "Drie seconden.", zegt ze. Die eerste drie seconden liggen al een tijdje achter me. Ik zit in Intern: een nieuwe brok belevingstheater van Ontroerend Goed. Een klein half uur later wandel ik de zaal uit, grijnzend. Enkele medebezoekers spreken me aan op wat er gezegd en gebeurd is tijdens de performance. Ze hebben een beeld van me gekregen. Een beeld dat niet helemaal strookt met de waarheid.

Ik ben best trots op mezelf. Ben niet in de val getrapt die het gezelschap voor me spande, zo dacht ik. Het spel leuk meegespeeld, gepokt en gemazeld door eerdere theater- en performance-ervaringen en wie weet — oh hoogmoed — heb ik wel anders gereageerd dan voorzien.

Het viel ook wel makkelijk te doorzien: subtiel een sfeer van vertrouwen wekken. Gezellig wat keuvelen en flirten(het is toch niet echt! Hah!), en wachten op het moment dat ze dat vertrouwen weer even bruusk doorbreken. En ja hoor: dat gebeurt. Je ziet het net niet aankomen en gelooft het ook niet helemaal, maar plots hebben ze je waar ze je willen. In hun macht, als speelbal van het avontuur dat ze voor je uitgetekend hebben. En je rolt lustig mee. Het is tenslotte theater: niet echt.

Twee dagen later kletst Intern me plots vol in het gezicht. Ik wil even terug, dat personage/die actrice nog wat vragen stellen, weten welke indruk ik nu eigenlijk echt heb achtergelaten, in al dat zelfgenoegzaam meespelen. De twijfel begint toe te slaan. Wat is er precies gebeurd en hoe reëel was de performance eigenlijk? Wat onderscheidt het gebeurde in de theaterzaal van eenzelfde situatie erbuiten? Zou ik op dezelfde manier reageren als die actrice niet acterend hetzelfde zei en deed?

Allicht niet. Gedurende het half uur Intern leefde ik in de illusie vat te hebben op wat er gebeurde, maar ik heb de voorstelling niet gemaakt. Als bezoeker kan je het ondergaan, de rol spelen die men van je verwacht, of gaan dwarsliggen. De kans bestaat dat ze je zelfs in dat geval krijgen waar ze willen. Als toeschouwer leg je immers graag je lot in de handen van acteurs. Ze hebben er lang genoeg aan gewerkt en weten wat ze doen, nietwaar?

Het is knap hoe Sophie De Somere met kleine stapjes verder en verder gaat in haar vragen en daden en plots op het vertrouwensniveau zit waar je alleen je vrienden of lief verwacht. Straf en uiterst goed uitgedacht, want ook al denk je het te doorzien, uiteindelijk vraag je je toch af of je niet te gemakkelijk bent geweest.

En daar zit je dan, enkele dagen later. Je realiseert je dat er door je zelfgenoegzame kennerspantser gebroken is. Er is een hele dramaturgische boom op te zetten over het gebeurde en je zet er graag een kanttekening of vijf bij, maar de essentie blijft dat ze je glorieus hebben liggen gehad. De recensent kan het boeltje ontleden tot er een dramaturgisch probleem van heb-ik-me-jou-daar komt bovendrijven, maar de mens is ontregeld en ontroerd. Iets wat je eigenlijk van een theatervoorstelling mag verwachten en wat te weinig gebeurt.

Intern kan wellicht ook grandioos mislukken door een slechte dag, een te gehaaide (of te goedgelovige) bezoeker, maar die avond in Hasselt werkte het. Smeerlappen.

E-mailadres Afdrukken