Boogaerdt/Vanderschoot

Small World

5.0
Brecht Hermans - foto's: Ben van Duin - 19 december 2012

Vergeet Disney, verbrand uw video’s en dvd’s, sluit de pretparken en vervang ze door chaotische kijkdozen die je met je neus op de feiten duwen: de wereld is kak. Ook al liet Boogaerdt/Vanderschoot zich inspireren door de uitvinder van ’s werelds meest geliefde muis, vrolijk entertainment is hun Small World niet.

Nochtans beginnen de twee dames, die samen afstudeerden aan de Mime-opleiding in Amsterdam, meer dan vrolijk: het publiek komt binnen in een kermisinstallatie en krijgt meteen een gratis suikerspin aangereikt. Want ook in het theater wordt de toeschouwer graag gepaaid. Daarna wordt een aankondiging gedaan: “Wij weten niet hoe de avond zal verlopen. We hebben wel wat voorbereid en dat gaan we waarschijnlijk ook doen, maar we hebben niet alles vastgelegd. Dat wilden we niet.” Vreemd, want wat volgt lijkt net wel strak georchestreerd.

Temidden een chaotisch lijkende berg weggegooid speelgoed -- overal plastic -- nodigen een zwartgeblakerde en misvormde Mickey en Minnie Mouse ons met een klein gebaar uit om de wereld van Boogaerdt en Vanderschoot binnen te treden. Meteen wordt het tempo van de voorstelling vastgelegd: de scène duurt net als veel andere te lang. Om de lelijkheid goed te laten inwerken waarschijnlijk. Helaas gaat daardoor de spanningsboog over zijn hoogtepunt heen en wordt wat eerst prikkelde vervelend.

Een stroom aan surrealistische nachtmerriebeelden volgt. Hekken worden opgetrokken, hooligans tonen ons hun reet, een dansend poppetje wordt tot vijf keer toe genadeloos door een paashaas afgeknald. Voor wie niet op voorhand het programmaboekje las, is het zoeken naar een link tussen de beelden. Om ze vrijblijvend te ondergaan, wekken ze te weinig gevoel of reactie op. Echt dreigend zijn ze niet. Dat er echter toch een link is, wordt in het laatste deel van de voorstelling meer dan duidelijk. Plots is er niets anders meer dan Walt Disney. Small World verzandt van voor open interpretatie vatbare chaos in een eenrichtingsaanklacht. Behoorlijk eenduidig en hapklaar gepresenteerd, precies wat het gezelschap de animatiefilms verwijt.

De kritiek aan het adres van het Disney-imperium wordt duidelijk gemaakt in een snoeiharde monoloog. De tekst vertrekt van een leuk uitgangspunt: een hoer vertelt over haar ontmoeting met de persoon Walt Disney, waarbij ze ook de kleine plekjes op zijn witte benen beschrijft, wat de mythische man zeer menselijk maakt. Daarna volgt echter de aanklacht: dat Disney jonge meisjes teveel hoop geeft. Dat zij daardoor de lat te hoog leggen en teleurgesteld raken in het leven. Dat het leven stront is en dat Disney dat zou moeten tonen.

Boogaerdt en Vanderschoot volgen hun eigen kritiek consequent op. Van schoonheid is er in hun wereld weinig sprake. Zelfs wanneer de blinkende afvalhoop op scène wordt omgetoverd tot een pretparkbiotoop blijkt het scènebeeld nog steeds een schrale, plastieken leegte. Zo kiest het Nederlandse collectief voortdurend voor de lelijkheid, waardoor vorm en inhoud pijnlijk eenduidig op dezelfde lijn zitten. Ruimte voor nuance is er niet.

Op de website van het collectief is die er wel: daar worden bij hun inspiratiebronnen twee filmpjes naast elkaar geplaatst die enerzijds op een rake manier de waanzin van het Disneyimperium illustreren -- een vrouw verkleed als Sneeuwwitje wordt de toegang tot Disneyland geweigerd omdat de kinderen haar zouden kunnen verwarren met “de echte Sneeuwwitje” -- maar anderzijds ook het artistieke talent van Walt Disney in de heerlijk morbide (en dus helemaal niet rooskleurige) animatiefilm “The Skeleton Dance”. Waarom zit die nuance niet in de voorstelling? Want als je boodschap is dat het leven kak is, moet je dat dan ook nog eens in een afstotende vorm gieten? Het leven is toch niet alleen maar stront? En is het niet wat flauw om Disney alle schuld in de schoenen te schuiven? Aan lijden is er immers toch geen gebrek: in The Lion King wordt de ene broer gruwelijk vermoord door de andere, de moeder van Bambi wordt genadeloos afgeknald en het recentere Up toont hoe de dood levenslange dromen kan inhalen.

Boogaerdt/Vanderschoot heeft met Disney een bijzonder rijke inspiratiebron in handen, met mogelijkheden te over om ons vanuit het romantische cliché naar de duistere kant van het leven te leiden. Maar het gezelschap kiest voor de ongenuanceerde aanval en afbraak. Dat we niet naar het theater moeten komen om geëntertaind te worden, is een ding. Maar we komen ook niet om na een gratis suikerspin alleen nog maar zwartgallige Disneybashing over ons heen te krijgen.

E-mailadres Afdrukken