Banner

Olympique Dramatique

De kale zangeres

Robin D'Hooge - 15 december 2004

Met De Kale Zangeres wordt een absurde klassieker terug naar de planken gehaald. Een verrassende keuze die dan ook meteen nieuwsgierig maakt naar wat een stuk als dit vandaag nog kan betekenen. Slaagt Olympique Dramatique erin om een antwoord te geven op deze vraag?

Ionesco is weliswaar een vader van het absurdisme, maar dan op zijn eigen manier. Zijn groteske burgerpersonages hebben een duidelijke maatschappijkritische dimensie en zijn leven lang bleef hij het onrecht in zijn vaderland Roemenië bestoken. Hij wijkt ook veel minder sterk af van de traditionele verhaallijnen die hij en andere boegbeelden probeerden te ondermijnen. Traditioneel gezien putten opvoeringen van absurdistische stukken hun kracht uit minimalisme. Vooral Beckett verstond de kunst van het weglaten en ging daar ook steeds verder in. Bij Ionesco kregen humor en oprechte verbijstering een prominentere rol. Toch wordt ook in zijn geval meestal voor een min of meer ingehouden speelstijl gekozen, een tongue-in-cheek ernst die net daardoor grappig wordt. Niet meteen eigenschappen die je associeert met het uitbundige Olympique Dramatique. En toch, de thematiek van het stuk past perfect in hun repertoire, dat systematisch taal, communicatie en de omgang met de ander in vraag wil stellen. Bovendien: waarom zou je iets van onder het stof halen om er nog eens precies hetzelfde mee te doen ?

Vanaf het eerste moment gooien de jongens het stuk dan ook over een totaal andere boeg. Op de scène staat een box met een goedkoop décor. Voor de kleine kamer met vier stoelen en een deur hangt een gordijn van rood fluweel dat regelmatig open- en dichtgetrokken wordt. In de coulissen ontwikkelt zich een hele discussie tussen de acteurs die voortdurend uit hun rol vallen. Burleske uitvergrotingen worden gekoppeld aan allerlei toegevoegde passages. De wildste kleren passeren de revue, het borsthaar van de vrouwen puilt uit de galajurk die ze inderhaast over hun lieslaarzen aangetrokken hebben. Hun stevige baard valt dan ook amper op.

Door al deze ingrepen verwordt de ironie van De Kale Zangeres tot de uitzinnige farce die het stuk altijd al in zich verborgen hield. Uiteindelijk doet deze expliciete aanpak het geheel weinig deugd. Nu en dan zijn schatermomenten niet van de lucht, maar het blijft allemaal vooral te makkelijk en vrijblijvend om zelfs maar ’onderhoudend’ genoemd te kunnen worden.
De slapstickelementen gaan op zoek naar uitbundige lachsalvo’s die tegelijk een onbehaaglijk gevoel zouden kunnen en moeten opwekken, maar dat zelden doen. En daar draait het uiteindelijk toch allemaal om bij Ionesco en zijn tijdgenoten: vervreemding. De trukendoos die Olympique Dramatique hier hanteert is te karig en al te vaak opengetrokken om dat effect te bereiken.

Jonge theatercollectieven hechten terecht veel belang aan spelplezier. Acteurs moeten vooral zelf lol beleven aan hun rol, in de hoop dat hun enthousiasme automatisch ook overslaat op het publiek. Dat wil echter niet zeggen dat degelijk basismateriaal, een respectvolle benadering of nadenken over de ideeën in een stuk overbodig geworden zijn. Zelfs een kleinschalig tussendoortje verdient een professionele aanpak.

Nog tot 23/12 in de zalen

E-mailadres Afdrukken