Banner

Giselle Vienne

Jerk

Hannes Dereere - foto's: Alain Monot - 29 februari 2012

Hoe onmenselijk een persoon of hoe grauw een verleden wel kan zijn: achter alles zitten steeds een lichaam en een geest verscholen. Bij voorkeur een geweten. Het relaas van moord en lust dat de toehoorder van Jerk te verwerken krijgt, komt hard aan.

Jerk is de sombere maar uiterst poëtische reconstructie van de waargebeurde delicten die de Amerikaanse seriemoordenaar Dean Corll met behulp van twee tieners, Wayne Henley en hoofdpersonage David Brooks, in de jaren zeventig heeft gepleegd. De tekst, een samenwerking met cultschrijver Dennis Cooper, brengt ons het relaas van hoe het drietal een handvol naïeve en depressieve tienerjongens wisten te overtuigen om zich te onderwerpen aan een ‘lust-zelfmoord’. Daarbij worden de tienerslachtoffers, terwijl ze van het leven worden beroofd, door het drietal verkracht en gefolterd.

De beloftevolle Franse regisseuse Gisèlle Vienne laat acteur Jonathan Capdevielle opdraven om ons het verhaal van Brooks te brengen. De aanblik van de scène heeft iets groezeligs: het toneel is, op een stoel, een radio en een zwarte sporttas na, volledig leeg. Één persoon vult de leegte. Als hij ons toespreekt, zorgt het bijna aandoenlijke stuiteren van de Engelse taal voor een instantvertrouwensband tussen toeschouwer en performer. Niets in zijn licht slungelige fysiek laat vermoeden wat hij ons gedurende een knap uur theater zal toevertrouwen.

Voor aanvang wordt elke toeschouwer een boekje toebedeeld. Daarin staan twee korte stukjes tekst die, zo laat Capdevielle ons verstaan, moeilijk in een talige mal kunnen worden gegoten. Of toch niet door hem, het hoofdpersonage David Brooks. Hij start een muziekdeuntje waarop we worden verondersteld het eerste deel van het boekje te lezen. Capdevielle lijkt zelf niet te weten waar hij met zijn lichaam blijf moet nu de blik van zijn toeschouwers niet op hem maar op de teksten in hun schoot is gericht. Bijna verontschuldigend lacht hij ons toe en besluit dan maar op de stoel te gaan zitten. “Time’s up!”, laat hij ons uitdagend weten. Er wordt wat onwennig in het rond gekeken. “Hebt gij dieje tekst uit?”, weerklinkt het. Nee, ook wij hebben de tekst niet uit. Op scène wordt echter het vervolg van wat we net hebben gelezen al gespeeld. Even op de tanden bijten. Of dan maar zelf de lege gaten in het narratief invullen.

Zelden kom je een stuk tegen waarbij de verbeelding op dergelijke manier wordt geprikkeld zodat die een loopje neemt met het verhaal dat wordt gerepresenteerd. De sobere en ongekunstelde vorm die Jerk eigen is, dwingt de toeschouwer tot het vormen van een eigen beeld; een eigen filmscène die als filter voor je ogen wordt gehouden terwijl je naar de scène kijkt. Het gebruik van handpoppen, en het daarbij links laten liggen van concrete personages, werkt die extreme verbeelding in de hand. De ganse voorstelling drijft op eenzelfde kijkstrategie die ervoor zorgt dat de creativiteit van de toeschouwer zo veel mogelijk wordt aangewend. Ook de leesintermezzo’s - -twee in totaal- - die de kijker even de kans bieden om in zichzelf te keren en het tweede deel, waarin de handpoppen worden ingeruild voor het buikspreken van performer Capdevielle, laten de hersenen op aangename wijze knarsen.

Niet het thema, niet de gruwel of de schokwerking van de voorstelling blijft de toeschouwer van Jerk bij. Het is het ongebreidelde vermogen van de eigen verbeelding die, ondanks de vormelijke soberheid van Vienne, de theaterbezoeker verdwaasd op zijn plaats achterlaat.

E-mailadres Afdrukken