Banner

René Heyvaert::Museum M in Leuven

7.0
Gino Vandenborne - 06 december 2018

Na een korte carrière als architect besloot René Heyvaert (1929-1984) om kunstenaar te worden. Kunst was in zijn optiek een noodzakelijkheid, een manier om in verbinding te treden met de wereld rondom hem. Museum M maakte zijn dakverdieping vrij om een overzicht te construeren van Heyvaerts kunstpraktijk.

Curatoren Eva Wittocx en Peter Swinnen leggen vooral de nadruk op de eigen visuele taal van Heyvaert. Diens heel eigen en unieke perspectief rond vorm, kleur en materiaal verplaatste alledaagse voorwerpen buiten hun context en ontnam hen hun functie. Een zekere vorm van poëzie kan hem hierdoor niet ontzegd worden. Heyvaert werkte met beeldhouwwerken, schilderijen, foto’s en schrijftaal, alhoewel hij vooral bekend werd door zijn toevallig gevonden voorwerpen.

In twee ruimtes helemaal boven in Museum M (2.A en 2.B) worden twee facetten van Heyvaert belicht. In de ene ruimte bevinden zich 120 objecten van Heyvaert die werden ontleend aan publieke en private collecties. Twintig ervan worden beheerd door M zelf. In de andere ruimte wordt ingegaan op zijn werk als architect, en vooral dan op het huis dat hij voor zijn broer bouwde in Destelbergen.

In de eerste ruimte wordt een allesomvattende retrospectieve opgezet waarbij een stalen constructie met hangend plexiglas voor een soort herwerking van het oeuvre zorgt. M deed onderzoek naar de kunstenaarspraktijk van Heyvaert en naar de manier waarop voorwerpen bij hem interactie verzorgden. Belangrijkste conclusie: het werk van Heyvaert is niet gemaakt om in een klassieke museumopstelling getoond te worden. Om de voorwerpen te laten werken in een nieuwe context, worden ze schatplichtig gemaakt aan de stalen constructie.

Deze pose zou Heyvaert zelf wel eens goed bevallen kunnen hebben. Na een verblijf in de Verenigde Staten keerde hij in 1962 terug naar zijn Belgische roots. Hij begon in deze periode echter te lijden aan een ziekte die hij daarvoor tijdens een verblijf in Belgisch Congo opgelopen had. Heyvaert vond hierdoor alleen nog maar rust in een geconcentreerde, meditatieve houding waarbij hij aandacht kon schenken aan tekenen, vorm en inhoud. Zijn gezondheidstoestand versterkte deze houding alleen nog maar. De ruimte geeft een van de basisprincipes via de voorwerpen goed weer: minder toelaten meer te zijn.

In de tweede ruimte wordt ingegaan op het architectonische oeuvre van Heyvaert. Architecten Wim Goossens en Arnaud Hendrickx onderzochten hoe het oeuvre tot ieders best gebruik kan benuttigd worden. Een skelet van het huis in Destelbergen toont hoe avant-gardistisch de kijk op architectuur was. Architectenbureau De Vylder Vinck Tallieu maakte ook twee kleinere modellen van het huis. Gebouwd in 1958, gerenoveerd in 2015, gebaseerd op dezelfde avant-garde. Enkel Heyvaert zou er waarschijnlijk in slagen met een budget van 385 000 frank of 9650 euro zoveel avant-garde in een huis te stoppen.

Deze tentoonstelling heeft als nadeel dat ze op twee benen dient te staan. Zowel het visuele kunstenaarschap als het extraverte architectonische gehalte van een niet meer levend persoon dient uitgelicht te worden. Geen makkelijke opdracht. Daarnaast zijn voorkennis en inzicht op beide terreinen een voorwaarde. Niet meteen materiaal voor elke kunstkenner.

René Heyvaert loopt nog tot 10 januari 2019 in Museum M inLeuven.
E-mailadres Afdrukken