Banner

William Eggleston. Los Alamos

FOAM, Amsterdam

8.0
Guy Peters - 21 april 2017

Dat opvattingen over stromingen of artiesten snel en grondig kunnen wijzigen, is zelden zo frappant aangetoond als in het werk van fotograaf William Eggleston. Nu wordt hij beschouwd als een van de moderne meesters en een pleitbezorger van de kleurenfotografie. Daar was nog geen sprake van in 1976, toen zijn eerste tentoonstelling genadeloos de grond ingeboord werd. FOAM duikt in het werk dat Eggleston tussen 1965 en 1974 maakte en verzameld werd onder de titel Los Alamos. Het oogt nog steeds onwaarschijnlijk persoonlijk.

Dat Eggleston de eerste was om met kleur te experimenteren, zoals hier en daar soms te lezen valt, is natuurlijk niet correct. Saul Leiter ging er in de jaren vijftig ook al mee aan de slag, weliswaar in een periode toen enkel zwart-witfotografie ernstig genomen werd. Het was een kwestie van tijd voor de boel op z’n kop gezet werd, want net zoals de generatie van Garry Winogrand, Lee Friedlander en Diane Arbus al een loopje nam met heel wat conventies en koos voor een hypersubjectieve insteek die niet langer de technisch gestileerde zoektocht naar Cartier-Bressons "moment décisif" najoeg, zo werd het afstappen van zwart-wit en het gebruik van de nieuwe en goedkope (maar als vulgair bestempelde) kleurenfilmrolletjes, een logische stap.

Egglestons fotografie was verankerd in de documentairetraditie, maar was intens persoonlijk, stak vol met eigenaardige perspectieven en leek in te zoomen op het alledaagse leven zonder een nadrukkelijke boodschap. Het was geen ode aan het leven van alledag, maar ook geen kritiek. Zelden krijg je zo’n sterk dagboekgevoel, of zo’n indruk van georganiseerde willekeur. De verdieping van FOAM hangt vol met foto’s die onvolledig lijken, deel uitmaken van iets groters. Je ziet telefoons, auto’s, verkeerslichten, uithangborden en tuinen, maar het zijn details, fragmenten. Je krijgt zelden het volledige plaatje (evenmin titels of begeleidende tekst), waardoor het meer is dan een oefening in nostalgische Americana. Net door de nadruk op het schijnbaar triviale, dwingt het je om bepaalde wetmatigheden of hiërarchieën af te stoten.

Egglestons setting is die van het dagelijkse leven en de plaatsen waar mensen hun tijd doorbrachten. In Guide, zijn klassieke fotoboek dat verbonden was aan zijn eerste grote tentoonstelling in het MoMa (de eerste die gewijd was aan een fotograaf die op dat ogenblik enkel in kleur werkte), passeren zelfs heel wat vrienden en familieleden, net als plaatsen uit zijn eigen stad (Memphis) of nabijgelegen oorden (Alabama), maar in het breder uitwaaierende Los Alamos blijft het vaker bij (delen van) objecten. Soms op het banale af: het schaduwspel van een waterkraan op een muur, een verzameling poppen op een motorkap (gebruikt voor een albumhoes van Alex Chilton), een achterhoofd in een restaurant, een hond die drinkt van een plas, een versleten billboard.

Zijn werk werd in 1976 keihard neergesabeld. “Perfectly banal … perfectly boring”, luidde het verdict in The New York Times. Vier decennia later is Egglestons visie nog altijd vrij van goedkope effecten, gemakkelijk scorende iconografie of oordeel. Zijn intense kleuren, die hij bekwam via een dye transfer-proces (voorheen enkel gangbaar in reclamefotografie) en hem maximale controle en vaak sterk gesatureerde kleuren bood, dikt de sfeer van beelden aan, waardoor ze beladen worden met een subtiel drama, mysterie en hier en daar zelfs ongemak of dreiging. Als Eggleston rood gebruikt, zoals in zijn klassieke foto “Greenwood, Mississippi, 1973” (bekend van Big Stars Radio City), of de foto die belandde op de hoes van Green On Reds Here Come The Snakes (niet toevallig een band met een Memphis-obsessie), dan lijkt het of er bloed uitsijpelt. Als William Kleins New York-periode de jachtigheid van de grootstad verbeeldde, dan gaan Egglestons foto’s vaak gebukt onder de loden, immobiele en geladen hitte van the South.

Gaandeweg word je ondergedompeld in een sfeer van droevige vergankelijkheid of een fascinerend mysterie, die decennia later nog altijd opvalt door z’n onwil, of onvermogen, om de realiteit voor te stellen als een coherent, afgelijnd verhaal. Het gebruik van kleur, alledaagse parafernalia en locaties herinnert aan het werk van de Canadees Fred Herzog (in de jaren vijftig al in de weer met kleurfotografie), en vertoont affiniteit met het werk van, pakweg, Ed Ruscha of Joel Meyerowitz. Samen met het werk van Leiter heeft het oeuvre misschien ook impact gehad op het werk van de Belg Harry Gruyaert. Los Alamos is alleszins een aanrader, een bedwelmend portfolio van een van de subtiel eigenzinnige vernieuwers van de moderne fotografie.

Los Alamos loopt nog tot 7 juni. Meer info op de website.

E-mailadres Afdrukken