Lieve Blancquaert, Ecce Homo | Zie daar de mens

Museum M, Leuven

7.0
Lore Adriaenssens - 27 juli 2016

Op mijn koffietafel ligt een fotoboek. ‘Lieve Blancquaert. Fotografe’. Gekregen voor een verjaardag enkele jaren terug, na over en het weer gehint dat ik ‘eigenlijk niet zonder het verzamelwerk zou kunnen leven’. Samen betaald door vrienden die min of meer moesten plooien voor mijn smeekbeden. Het mag dan ook niet verbazen dat de glanzende posters van Ecce Homo | Zie daar de mens in Museum M erg tot mijn verbeelding spraken.

Een gewaarschuwd bezoeker is er twee waard: de tentoonstelling van Lieve Blancquaert ziet er niet uit als een doorsnee expositie. Dat mag eigenlijk al niet verbazen wanneer je beseft dat er ‘te veel' expo’s in het programmaboekje staan voor het aantal tentoonstellingsruimtes die M ter beschikking stelt. Naast Salla Tykkä, Twisted Strings en Aglaia Konrad, pronkt de Belgische fotografe als vierde op de promoposter tegen de muren van uw betere stationsdoorgang, als ware het de hoofdexpositie. Het valt dan ook als tamelijk teleurstellend te bestempelen, als blijkt dat dat qua aanvoelen niet het geval is.

Toegegeven, het getuigt van inzicht, vernieuwing en creativiteit. Niet elke curator durft het aan zijn/haar eigen collectie in dialoog te laten treden met dat van een gevierd exposant. Blancquaerts foto’s hangen her en der tussen de permanente verzameling retabels en priestergewaden opgesteld, en het vraagt soms enige moeite ze te vinden. Een recensent zou het woord 'kriskras' in de mond durven nemen, maar dat doet de inrichting teniet. Zo werden tabberds, met zachte spot verlicht en glanzend door hun rijke stoffering, naast foto’s van broeken en shirts geplaatst. Wat op het eerste zicht aandoet als een 'stilleven met jeans' blijkt, na het lezen van de bordjes, om losgeknipte kledingstukken te gaan, waardoor een heel verhaal opdoemt van potentiële verkeersongevallen, lijkenhuizen of enge ziektes. Het lichaam van de drager, zo beslist ons brein, kan nooit in goede staat uit het kledingstuk vertrokken zijn. De toon is gezet.

En verder kronkelt de ketting die Blancquaerts oeuvre door het museum vormt, en traag maar gestaag doemt het grote verhaal op dat de schakels met elkaar verbindt. De besneeuwde en overschaduwde kant van onze maatschappij. Vergeten groepen, genegeerde individuen, vluchtelingen – aan hun lot overgelaten. Elke foto doet niet één maar meerdere keren slikken, zoals we van Blancquaert gewoon zijn. Ze grijpt de ziel van de geportretteerden en laat hem niet meer los. In hun ogen staat wanhoop te lezen, onbegrip, verwarring. Een kind, in een warmtefolie gewikkeld als een Byzantijnse koning, kijkt de bezoeker onverschillig aan; een onverschilligheid die niet wederzijds is. Een vrouw vertelt in haar eigen taal over de gruwelen die ze meemaakte. Een taal die we tegelijkertijd niet en perfect begrijpen. Jonge kinderen slapen op ziekenhuistafels onder een perfecte belichting, waardoor het verband om hun wonden haast als kleine mutsjes of sjaaltjes aandoet. De werken plaatsen zich naadloos in onze tijdsgeest, naadloos in ons wereldbeeld. Ze lijken perfect in de door de actualiteit gevormde mal op ons netvlies te passen. Maar versmelten ze ook met exporuimte?

Hoe origineel ook het compositorisch idee: de verspreiding van Ecce Homo | Zie daar de mens doorbreekt de aandachtsspanne eerder, dan dat het het zou verlengen. Telkens het oog valt op een Rogier Van der Weyden, verdwijnt de aandacht voor Blancquaert - iets wat niet aan haar uitmuntende fotografie ligt, maar wel aan de bevreemdende combinatie van de twee. De collectie van M, die bij een fervent bezoeker inmiddels wel bekend is, wakkert de honger naar meer foto’s enkel aan – waardoor de permanente werken haast genegeerd worden en er een teleurstelling optreedt wat betreft Ecce Homo. Want waarom telt de tentoonstelling niet meer authentieke Blancquaerts?

Lieve Blancquaert, Ecce Homo | Zie daar de mens loopt nog tot 17 januari 2017 in Museum M, Leuven.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Blancquaert