Banner

Gerard Herman

Arm en erg hard, Museum M, Leuven

7.0
Tamara Beheydt - 17 januari 2014

Gerard Herman is een (zeer jonge, Belgische) kunstenaar, in de breedste betekenis van het woord: creatieve geest, woordsmid, cartoonist, verzamelaar, uitvinder.

De titel Arm en erg hard getuigt al van de manier waarop Gerard Herman graag met taal speelt; het is namelijk een anagram van zijn naam. Origineel en speels, maar het is jammer dat in de tentoonstelling zelf de titel niet echt uitgediept wordt. In de hele expo is er bovendien maar weinig coherentie. Dit is echter makkelijk te vergeven; Herman is nog een zeer jonge kunstenaar en dit is zijn eerste solotentoonstelling. Het is dan ook goed idee om een aantal krachtlijnen van zijn werk duidelijk te maken. De bezoeker voelt zich in de expo omgeven door een stroom aan creatieve ideeën.

Een eerste krachtlijn in het werk van Gerard Herman is geluid. Bij het binnenkomen wordt de bezoeker meteen geconfronteerd met een van zijn vindingrijkste werken, “L’orchestre régional de Pauvranië”. Het zelfgeknutselde instrument genereert klanken via een stroom aan automatische acties: een waaier blaast een plankje tegen een muur, waardoor de drumstokken waaraan het plankje is bevestigd op het trommelvel slaan. Het hoge readymade-gehalte van dit werk bevestigt de ambities van Herman. De titel geeft het werk bovendien een poëtisch aspect, maar is ook een knipoog naar het surrealisme.

De referenties aan surrealisme en dada komen ook terug in de installatie “En hij echt zo van”. Deze bestaat uit twee polyester afgietsels van handen, die automatisch over elkaar schuiven in een beweging die de figuurlijke betekenis van het woord ‘zagen’ uitbeeldt. Hiermee bereikt Herman een eentonige saaiheid, die wel eens zou kunnen uitdrukken wat hij van de hedendaagse (kunst)wereld vindt.

In “Gerard legt alles terug bij, Herman organiseert een feest” speelt Herman opnieuw met woorden en klanken. Op een jukebox speelt per nummer een geluidsopname van een televisieprogramma af, die gebeurtenissen uit het dagelijkse leven nabootst. In de titel projecteert Herman deze gesprekken op zichzelf, iets wat de bezoeker ook automatisch doet. In dit werk plaatst de kunstenaar zich in de zeer recente traditie van jonge Vlaamse kunstenaars zoals Jasper Rigole en Floris Vanhoof, die het dagelijkse leven documenteren via gevonden opnames in oude analoge media. Ook de performance “Conceptuele fietstochten” -- op deze expo aanwezig in de vorm van collages -- toont aan dat Herman het dagelijkse leven betekenisvol vindt in de hedendaagse kunst.

De videoreeks “Trompetvissen als werkwoord” -- alweer een heerlijk absurde titel -- biedt eveneens een poëtische blik op het alledaagse menselijke. Tien zelfgemaakte animatiefilmpjes tonen de meest natuurlijke menselijke gedragingen, weliswaar in de typische absurd-komische Herman-stijl. Goed nieuws trouwens voor de fans van het audiogedeelte, want de soundtrack is te koop op vinyl. Hiermee voegt Herman zich bij die hedendaagse retrotraditie, maar bewijst hij ook dat zelfs dada en absurde kunst verkoopbaar zijn.

Gerard Herman gelooft duidelijk niet in de serieuze maatschappelijke taak van kunst. Zijn amusante werk bevat slechts hier en daar een onderhuidse, kritische noot. Herman sluit goed aan bij een oude traditie van de kunstenaar als ambachtsman; hij is vaak eerder uitvinder dan kunstenaar. Zijn kunst is heel gericht op het lokale, het alledaagse en de beleving van zijn eigen leefwereld -- duidelijk een trend in het hedendaagse Vlaamse kunstlandschap. Bovendien is kunst vaak al serieus genoeg. We mogen ook eens lachen, toch?

Nog tot 23 maart 2014 in Museum M, Leuven.

E-mailadres Afdrukken