Banner

Ovidius

Metamorphosen

Andreas Delanoye - 06 mei 2011

Twee jaar geleden verscheen Metamorphosen in de luxueuze Perpetua-reeks. Vandaag is Ovidius meesterlijk epos, in de fantastische vers-vertaling van M. d’Hane-Scheltema, bij dezelfde uitgeverij in een mid-price editie te krijgen. Dit basiswerk, waarvan een enorme inspiratie uitgaat met grote vruchtbaarheid voor de latere literatuur en andere kunstuitingen, kan niemand zich nu nog ontzeggen.

Ovidius is in de tijd te situeren rond het jaar nul: hij leefde van 43 voor Christus tot 17 na. Samen met Vergilius en Horatius behoort hij tot de belangrijkste Latijnse schrijvers. Dankzij de Ars amandi en Remedia amoris, zijn eerste werken, werd hij een gevierd dichter. In deze leerdichten over de liefde in al zijn facetten bewees hij binnen de strakke Latijnse vormen blijk te kunnen geven van een origineel dichttalent. Er wordt weleens gezegd dat Ovidius omwille van zijn maatschappijkritische inhoud in deze werken verbannen werd naar de Zwarte Zee. De ware aard van deze uitwijzing door keizer Augustus is echter niet duidelijk en mogelijks zelfs gefictionaliseerd. Hoe dan ook is de schrijver die altijd heeft terug verlangd naar Rome in zijn ballingsoord Tomi gestorven. Het was ook daar dat hij zijn magnum opus Metamorphosen schreef.

Metamorphosen is een epos over gedaanteverwisseling ingedeeld in vijftien boeken. Evenals zijn liefdespoëzie is het heel vormvast: het gedicht is geschreven in hexameters. Ovidius’ vernuftige spel met klanken, stijlfiguren en subtiele verwijzingen gaat voor de lezer van vandaag helaas grotendeels verloren. Door de andere hoge kwaliteiten van het boek, doet dit echter niet af aan de algemene waardering. Inhoudelijk komt de geschiedenis van de wereld aan bod aan de hand van de Griekse (en voor een kleiner deel Romeinse) mythologie. De manier waarop de verhalen geschikt zijn (geografisch, thematisch of door contrastwerking), zorgt voor interessante effecten en dwingt de lezer deze linken te evalueren. De grote lijn in het boek wordt bepaald door de metamorfose van Chaos in Kosmos, om uit te komen bij de vergoddelijking van Julius Caesar. Als lezer krijg je in de wisselwerking tussen orde en chaos soms de impuls om terug te bladeren en de chronologische draad terug op te nemen, hoewel je tegelijk genoopt wordt de vaart van de schrijver naar voren toe bij te houden.

Het moet voor Ovidius een innerlijke noodzaak zijn geweest, vanuit de traditie maar ook vanuit zijn talent, om een epos te schrijven. De genialiteit van de schrijver manifesteert zich in de keuze om zijn epos aan de gedaanteverwisseling te wijden. Zijn instinctieve wijsheid, in combinatie met een speels verteltalent, maakt het lezen van Metamorphosen tot een waar genoegen. Ook het psychologisch inzicht werkt aangenaam verrassend voor de hedendaagse lezer. Neem daarbij de afwezigheid van een eenheid in stijl doorheen het werk en je krijgt een absoluut modern aandoend boek. De enorme invloed van het boek op de Westerse cultuur hoeft dan ook niemand te verbazen.

De vertaling van M. d’Hane-Scheltema is poëtisch en getrouw, gebruikmakend van zevenvoetige jambische regels. Ze kreeg reeds in 1986 de Martinus-Nijhoffprijs voor haar vertaling van Satiren van Juvenalis. Een handig namenregister op het einde waarin elk vernoemd figuur wordt toegelicht, ontbreekt niet. In een interessant nawoord licht de vertaalster nog het imitatio en aemulatio principe van de klassieke schrijvers toe. Deze impliceert een zekere oriëntering van de letterkunst op de grote dichters uit het verleden, doch met de zin om te vernieuwen. Er spreekt een grote kennis en liefde voor de Oudheid uit, wat ons (her)leesplezier alleen nog kan bevorderen.

E-mailadres Afdrukken