Banner

Joep Dohmen

Brief aan een middelmatige man

John Cossement - 26 januari 2011

"Mijn leven lang heb ik heel goed willen zijn in iets, willen uitblinken in het een of ander, me willen onderscheiden van anderen, waardering willen oogsten voor iets wat ik beter kan dan anderen. Ik ben nu 50 en ik heb in de loop der tijd wel wat talentjes bij mezelf ontdekt, ik ben een beetje goed in dit en dat, maar verder ben ik niet gekomen en dat is niet genoeg. Zeg niet dat ik mijn streven moet loslaten, want dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het zou immers betekenen dat ik mij moet neerleggen bij mijn middelmatigheid. Dat is erg moeilijk. Misschien wel net zo moeilijk als onder ogen zien waarom ik zo graag heel goed wil zijn in iets. Accepteren?"

Deze brief verscheen een tijdje geleden in de Volkskrant en is van de hand van een zekere T. van H., een man uit Amsterdam. Zijn cri de coeur is volgens levenskunstenaar Joep Dohmen symptomatisch voor het laatmoderne of posttraditionele individu. Ieder van ons zoekt in tijden waarin tradities en rolpatronen verbrokkelen en individualisering, eenzaamheid, onzekerheid, plat hedonisme, narcisme, misplaatste ironie en cynisme ons ten deel vallen, naar een zinvolle levensvervulling alsook naar de drang om te excelleren en te presteren, ons te onderscheiden en af te grenzen van de anderen. Ieder wil een leven van betekenis leiden en een uniek, eigenzinnig zelf scheppen in een wel uiterst krap toegemeten tijd. We willen allen ‘groeien’, maar volgens Dohmen verwijst deze metafoor veelal naar een aan het kapitalisme ontleende winstverwachting. Daarbij komt ook nog dat de meesten onder ons pas nadenken wanneer het in hun leven ernstig fout begint te lopen. We leven onder een soort narcose en deugden ruimen baan voor middelmaat, wat dan weer aan de massamens uit De opstand der horden van de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset doet denken.

Dohmen is bekend als auteur van Tegen de onverschilligheid en Het leven als kunstwerk en van heldere bloemlezingen als Over levenskunst en -- samen met Jan Baars -- De kunst van het ouder worden. De hoogleraar wijsgerige en praktijkgerichte ethiek pleit voor wat hij -- en dit moge voor allerhande patsers of postjesjagers melig klinken -- sociale zelfontplooiing noemt. Hij is de middelmaat, de lege vrijheidsdrang, het consumentisme en de oppervlakkigheid meer dan beu. Het veelvoud aan tv-uitzendingen waarin kandidaten weggestemd worden omdat ze iets onbeduidends als een x-factor ontberen of een of ander kunstje onvoldoende onder de knie hebben, programma’s als Boer zoekt vrouw of Oh Oh Cherso, maar ook Woestijnvis-pronkstukken als De Pappenheimers of De Slimste Mens ter Wereld of infotainment als De Zevende Dag of Reyers Laat, ze zouden in zijn ogen geen genade vinden.

Dohmen gaat in tegen de dominante neoliberale moraal van autonomie, zelfbeschikking en niet-inmenging; of zoals hij zelf onlangs opperde in Filosofie Magazine: “De Mediamarkt brengt geen vrije en aardige mensen voort”. In de plaats daarvan situeert Dohmen zijn positie in de humanistische traditie, stelt zijn eigentijdse en sociaal verantwoorde Bildungsmoraal voor en vult verder aan met inzichten van levensfilosofen als Nietzsche of Foucault. Hij prijst zijn voorbeelden maar houdt hen ook tegen het licht van zijn kritiek en laat zich eerlijk uit over de minpunten van hun oeuvre of denkbeelden. De moraalfilosoof blijft niet aan de oppervlakte maar zet de krijtlijnen uit voor een ambitieuze publieke moraal: de zelfzorg, een proces van zelfkennis, oefening en morele oriëntatie zijnde. Zo integreert hij in zijn uiteenzetting treffende bespiegelingen over de aanpak van het lijden gestoeld op de presentietheorie van Andries Baart of puurt hij voorbeelden uit fictie als Nachttrein naar Lissabon (Pascal Mercier) en Elementaire deeltjes (Michel Houellebecq). Hij stipt secuur het werk van zorgethica Margaret Walker, Christopher Lasch of politicoloog Benjamin Barber aan en lardeert zijn beschouwingen met ervaringen uit zijn eigen leven. Een groot aantal elementen kwam al aan bod in Dohmens fraaie essay (met een krachtige epiloog) Het leven als kunstwerk en de auteur mag dan al -- zeker in zijn antwoord aan de middelmatige man -- een aantal keer in herhaling vallen, de ijzersterke schrijfstijl en feilloze taalbeheersing waarmee Dohmen uiterst gestructureerd en minutieus aan zijn boeiende betoog bouwt, weten de lezer te overrompelen.

In het hoofdstuk “Alternatieven voor de levenskunst”, dat de nodige aandacht van de lezer vereist, licht Dohmen de nieuwe ethiek uitgebreid toe en ruimt hij misverstanden over het centrale begrip ‘zelfzorg’ van de baan. Zelfzorg ziet hij als uitgangspunt om voor de ander te kunnen zorgen. Zijn levenskunst is ook niet elitair: impliciet breekt hij ook hier terecht een lans om levenskunst als schoolvak op te nemen. Ten slotte is Dohmen niet mals in zijn antwoord aan T. van H., die voor bijna elk hedendaags mens model kan staan.

Boeken over levenskunst verschijnen inmiddels in groten getale. Dohmen zelf geeft in zijn boek een vrij exhaustieve lijst van buitenlandse en Nederlandstalige voorbeelden (o.a. Wilhelm Schmid, Pierre Hadot, Alain de Botton, Henk Manschot): handig voor wie leest om zijn eigen filosofische garderobe samen te stellen. Kieper zelfhulprommel of baarlijke nonsens als De Celestijnse belofte of The Secret in de papiermand, stop uw oren dicht voor life coaches en laat het human interest-gezemel zonder bezwaren aan u voorbij gaan.

Een boek voor wie de weg even kwijt is of voor wie in een ongelijkwaardige relatie zit. Een boek dat u misschien doet besluiten een lang vergeten kennis, verre vriend of verloren geliefde te contacteren. Het is antigif in onze neoliberale pretmaatschappij en in the United States of Woestijnvis. Het is ons aller plicht om levenskunstenaar te worden: Brief aan een middelmatige man is een essentieel werk daartoe.

E-mailadres Afdrukken