Banner

Arthur Japin

Vaslav

Hildegart Maertens - 08 december 2010

Arthur Japin heeft terug een lijvige roman geschreven, zoals zo vaak bij Japin met historische figuren. In deze geschiedkundige, psychologische roman, die biografisch getint is, leren we de danser Vaslav Nijinski kennen. Alles draait voor dit personage om de liefde en om gelukkig zijn. Mensen moeten doen wat ze gedroomd hebben, volgens hem, en dat lijkt in het leven ook precies wat Japin nastreeft. Na een huwelijk gesloten en verbroken te hebben, leeft de Nederlandse succesauteur nu immers met mannen samen in de zoektocht naar geluk.

Het verhaal situeert zich rond het laatste optreden van Vaslav op 19 januari 1919 in Sint-Moritz (Zwitserland). De sterdanser en pupil van Les Ballets Russes, gekend om zijn speciale luchtsprongen, zegt plots tijdens het optreden een mysterieuze zin ("Het paardje is moe"). Dit vreemde gedrag veroorzaakt de nodige commotie, maar Vaslav blijft er stoïcijns onder en zegt tot aan zijn dood bijna geen woord meer. Ook voor dansen lijkt Vaslav eensklaps alle interesse verloren, waardoor men hem de titel "gek" aanmeet. In stilzwijgen leeft hij nog tot 1950 in een instelling.

Japin herkende zichzelf voor een stuk in dit zonderling figuur en schreef daarom een vierdelige roman over het dansend fenomeen. Elk van die delen begint met een citaat, waarna Japin een nieuw personage introduceert. Vanuit vier standpunten leert de lezer Vaslav Nijinski kennen en telkens neemt Japin ook een loopje met de tijd. Dat zorgt enerzijds voor een zekere spanningsboog, omdat de lezer telkens een andere Vaslav leert kennen, en anderzijds ligt het tempo hoog door de verhaallijn die zichzelf constant verder stuwt.

Eerst ontmoet de lezer de bediende Peter, die in zekere zin de hoofdpersoon is, op de fatale dag van het laatste optreden. Nijinski is op het hoogtepunt van zijn carrière wanneer hij plots in een eigen wereld terecht komt, niet meer praat en danst en de wil lijkt te ontberen om op externe prikkels te reageren. In het tweede hoofdstuk ontmoeten we de jonge Vaslav als pupil en minnaar van Diaghelev, die hem inlijft in Les Ballets Russes en hem groot maakt. Maar wanneer Nijinski Diaghelev aan de kant schuift omwille van een vrouw, is de wraak van zijn leermeester niet gering en wil hij niets liever dan Vaslav vernietigen. Daarna is het woord aan Romola, de Hongaarse adellijke vrouw van Vaslav, die koste wat het kost Vaslav wilde veroveren. Ze vertelt over wat er gebeurde na 19 januari 1919 en hoe Vaslav in stilte verder leefde na zijn tragische omslag. In het laatste deel is de bediende tot slot terug aan het woord om de rest van de fatale dag te beschrijven. Peter, die gedoemd was in Sint-Moritz te blijven, is door de hele situatie en de schizofrenie van Vaslav zelf ook totaal veranderd en besluit het dal te verlaten in ruil voor een ontmoeting met de rest van de wereld. Daarmee heeft Japin via een mooie cirkel de hele biografie mooi door elkaar schudt.

Dankzij de gecomponeerde structuur en door de perfecte opbouw weet Japin heel subtiel alle biografische details over Vaslavs leven te verwerken. In interviews verklaart de auteur dat hij enkele jaren geleden de dagboeken van de danser las en zichzelf herkende op sommige vlakken. Als kind zat hij ook op de balletschool en kon hij als geen ander overweg met moeilijke danspassen. Als jongeling ging hij bovendien jaren lang op bezoek bij zijn vader in een psychiatrische inrichting, en net als zijn hoofdpersonage is Japin biseksueel. Dat herkenning voor een auteur niet garant staat voor een meesterlijk boek, mag echter eens te meer blijken. De roman bevat teveel herhalingen en soms leest het boek te schools. Ook de rol van de schoonmoeder is eigenlijk geheel overbodig. De modale lezer raakt op zijn minst geprikkeld door de zonderlinge figuur maar een ultieme biografie is dit in geen geval.

E-mailadres Afdrukken
 
Arthur Japin
http://www.arbeiderspers.nl
www.arbeiderspers.nl


Uit ons archief
Banner