Banner

Tom Naegels

Walvis

Katelijne Beerten; Matthieu Van Steenkiste - 01 mei 2002

De jonge Tom Naegels schrijft zowel columns als boeken. Walvis, zijn derde boek, vertelt de zoektocht van Dana en Merel naar de betekenis van liefde en kunst. Op zich een interessant gegeven, maar hij werkt het op een banale wijze uit.

Dana en Merel, twee zestienjarige meisjes uit Antwerpen, samen het kunstenaarsduo Daantje de Merelkampioen, brengen op straat te pas en te onpas hun repertoire. Dat bestaat uit één enkel gedicht in morse: Plaktang. Aangetrokken door de jongens van de krakersbeweging, worden ze gefascineerd door de marge van de samenleving. Ze gaan zover zelf een pand te kraken, maar in de tot "Merelveldt" omgedoopte villa vindt de relatie tussen de twee opgroeiende meisjes een eindpunt.

Centraal in dat verhaal staat de ‘zoektocht’: Dana en Merel zoeken naar de liefde en experimenteren hierbij zowel met heteroseksuele als homoseksuele relaties. Ze zoeken ook naar kunst, willen opvallen. Hun Plaktang voeren ze op in het stadspark, op reis, op de markt.

Uitgerekend die wil om op te vallen trekt de aandacht van Frederik Brocatus, buur van het Merelveldt en hoofdredacteur van een faxkrant. De vergelijking met de bestaande Antwerpse faxkrant ‘t Scheldt ligt voor de hand. De archetypische Antwerpenaar bespioneert hen dag en nacht en beweert als onderzoeksjournalist over hen te rapporteren. Het heeft er alle schijn van dat hij van hun wereld deel wil uitmaken.

Brocatus onderscheidt zich welbewust van het gewone journaille: "Ik werk niet voor een krant, die slippendragers van het establishment. Ik heb mijn eigen blad, dat in beperkte kring verdeeld wordt. Ik hoef niet te buigen voor de wil van de adverteerders. Ik hoef niet te kruipen voor om het even welke populaire politicus. Ik ben mijn eigen meester. Mijn nieuws is zuiver." Wanneer zijn reportage over Merel en Dana verschijnt, blijken die zijn visie op zuiver nieuws echter niet te delen.

Met Walvis koketteert Naegels nogal erg opzichtig met zijn kennis van het Antwerpse milieu : het krakersmillieu, de hippe kunstscène, de licht- tot donkerbruine onderbuik van ‘t Stad,…het zit er allemaal in. Het boek lijkt dan ook af en toe op een sleutelroman. Waar helaas niets achter de sloten schuiltgaat. Je vraagt je af wat Naegels hier nu allemaal mee wil vertellen. Niets, zo lijkt het wel: hij schijnt niet verder te komen dan een bijwijlen prettig sfeerbeeld van de onderlaag van de samenleving, en dan wel erg specifiek de Antwerpse.

Het doet allemaal nogal erg denken aan de columns die hij ooit schreef voor het ter ziele gegane weekblad Teek!: Naegels moet en zal een mening hebben over alles, maar in plaats van een machtig gebrul raakt hij niet verder dan een weinig beangstigend gekef.

E-mailadres Afdrukken