Banner

Jotie T’ Hooft

Verzameld Werk

Frida Dewitte - 05 november 2010

Geen dichter die zo tot de verbeelding spreekt als Jotie T’ Hooft. Een overdrijving? Misschien. Na veel fragmentarische bundelingen van ’s jongens poëzie en proza is er nu eindelijk een uniforme editie die alles chronologisch met elkaar verbindt. Het opzet? De laatste misverstanden omtrent T’ Hoofts figuur uit de weg ruimen en de wereld een geniale dichter laten ontdekken.

Geniaal? Zeker en vast. Velen leven wellicht nog in de veronderstelling dat Jotie T’ Hooft een op hol geslagen puber was met een bovengemiddelde brok intelligentie, maar verder niets. Die visie is absoluut verkeerd en zelfs beledigend voor de nalatenschap van de kunstenaar. T’ Hooft was immers “vroegrijp” en allicht ook superbegaafd. Wie dat niet gelooft, moet dringend in het Verzameld werk beginnen, waarvan het eerste deel chronologisch is opgevat. Daar treft de lezer gedichten, gesprekken en proza aan die T’ Hooft tussen zijn 13e en zijn 16e levensjaar neerschreef. Bepaalde mensen komen in hun leven nooit verder dan de inzichten die de puber toen had, om maar te zeggen: men kan de intellectuele bagage van T’ Hooft moeilijk overschatten.

Naast poëzie (volgens de kunstenaar zelf het meest waardevolle aspect van zijn oeuvre) bevat de bundel ook proza en interviews, waarbij vooral het proza een interessant licht werpt op het leven van de dichter. Dit Verzameld werk betracht, aldus het korte voorwoord, vooral niet te veel prijs te geven van Jotie T’ Hoofts privéleven, of toch niet meer dan de dichter zelf vertelt via zijn werk. Daarmee gaat de samenstelster van het werk, Marie Lesy, expliciet in tegen “de nieuwsgierigheid” die onze maatschappij teistert. Dat integere respect voor zijn leven naast het schrijverschap is een mooi uitgangspunt.

Alleen op die manier kan dit oeuvre onbevangen gelezen worden, aldus de uitgeverij met een tweede argument. Toch is de lezer net door het weglaten van waardevolle en objectieve aanvullingen geneigd andere, niet altijd even betrouwbare bronnen te raadplegen, want het proza geeft plots een inkijk in de leefwereld van T’ Hooft, waarbij helaas de passende context ontbreekt. Internet en andere dubieuze media vullen dan de hiaten en de vraag is of daar voor te pleiten valt.

Los daarvan is de uitgave bijzonder geslaagd. Het gedurfde ontwerp van Gert Dooreman (die eerder het vroege oeuvre van Tom Lanoye bundelde in de mooie box Hard gemaakt), met een glinsterende flower power-frontcover en het in paarse letters gedrukte voorwoord, sluit perfect aan bij het provocerende, maar in essentie erg fragiele werk van de dichter. Verder zijn de hoofdstukken en de titels van de gedichten ontzettend helder weergegeven; er werd gestreefd naar een uniformiteit die dit Verzameld werk erg toegankelijk en overzichtelijk maakt.

Het oeuvre van Jotie T’ Hooft was vroeger trouwens al te vaak het slachtoffer van zelfverklaarde “verbeteraars” die er meenden goed aan te doen de taalkundige “fouten” uit het werk te corrigeren. In deze editie laat men die bijna allen staan, tenzij het duidelijk gaat om tikfouten in passages waar T’ Hooft te snel te werk ging. Zo duikt “actie” ook op als “axsie” en “aksie”, zoals de dichter het wellicht zou hebben gewild. Ook door het werk waarvan een datering ontbreekt en de overige poëzie en proza chronologisch te ordenen, getuigt men bij Meulenhoff | Manteau van een groot ontzag voor de kunstenaar. De lezer wordt uitgenodigd om volledig mee te gaan in de transformatie van recalcitrante puber tot idealist tot notoire doemdenker, een tragische levenslijn die zich zowel in het proza als in de poëzie vertaalt naar beklijvende stukken waarin de lezer meermaals een rilling over de rug voelt lopen.

Eigenlijk zou dit Verzameld werk gratis moeten worden verspreid onder de bevolking, als levensles. Het oeuvre bevat immers prachtige passages, zowel in de poëzie als in het proza, en de ontaarde levenswandel (waarin overdreven geëxperimenteer met drugs de jongeling helaas steeds dieper duwden) kan een les zijn voor pubers die zich met het jonge genie kunnen identificeren. Alleen is T’ Hooft ook gevaarlijk en wordt niemand aangeraden er te lang in te vertoeven. Want wie besmet wordt met een neiging naar het duistere zoals die van Jotie T’ Hooft, is allicht geen lang leven beschoren. Hoe spijtig men dat ook mag vinden.

E-mailadres Afdrukken