Banner

Jonathan Franzen

Vrijheid

Frida Dewitte - 22 oktober 2010

Toen de Amerikaan Jonathan Franzen in 2001 de National Book Award won met zijn beklijvende familiekroniek The Corrections, verkocht het boek in ijltempo miljoenen exemplaren en verwierf de roman meteen de status van "hedendaags klassieker". Freedom, Franzens nieuwste, deed die krachttoer nog eens over, zelfs vóór het boek op de markt kwam. Maar is zijn jongste roman, waar hij maar liefst negen jaar aan schreef, werkelijk alle commotie waard?

Bovenstaande mag eigenlijk een retorische vraag heten. Slechte kritieken doken er in de pers immers nog niet op over Vrijheid, een aangrijpende vertelling waarmee Franzen een genadeloos beeld schetst van twintig jaar Amerikaans wanbeleid en de catastrofale weerslag die een dergelijke politieke omkadering heeft op een doorsnee gezinnetje. In essentie gaat de roman echter vooral om de mensen en hoe die elkaar willens nillens ten gronde richten. Zowat iedereen in Franzens universum wacht op liefde en erkenning, maar deze gevoelens worden quasi unaniem miskend door de grauwe, egoïstische leefomgeving. Toch is Franzen geen misantroop: de vele tragedies die zich in Vrijheid afspelen, worden bijvoorbeeld ruimschoots gecompenseerd door het stijlvolle en intens bevredigende happy end, alsook door het meedogen waar Franzens stijl van doordrongen is.

Jonathan Franzen is daarenboven niet het soort auteur dat met de voeten van zijn lezers speelt. Er wordt eigenlijk nergens een loopje genomen met de werkelijkheid, meer nog: de sociaalkritische dimensie die Vrijheid — los van elke politieke context — in zich draagt, laat zich onmogelijk miskennen. Franzen komt namelijk met het idee op de proppen om natuurgebieden omwille van hun grondstoffen te laten exploiteren, om deze achteraf via onder meer duurzame herbebossing voor eeuwig te veranderen in beschermd ecologisch erfgoed. Dat idee is allicht niet revolutionair, maar wel opzienbarend voor een bestseller-auteur (dat zijn denigrerende connotatie bij iemand als Franzen dus niet verdient) en op zijn minst interessant voor de lezer, gelijk met welke politieke voorkeur.

Centraal in Vrijheid staat het gezin Berglund. Vader Walter is een succesvol milieubeschermer annex zakenman, moeder Patty is vooral een goede moeder, meer niet. Nadat haar rebelse zoon Joey (een schitterend karakter wiens republikeinse trekjes door Franzen met ongeziene scherpte gehekeld worden) en haar dochter Jessica het huis uit zijn, wacht alleen een immense leegte. Franzen vertelt, net zoals in het briljante De correcties, over hoe een familie in de nasleep van bovenstaande gebeurtenissen integraal ten onder gaat, maar de vertelling is deze keer totaal anders op poten gezet. De auteur diept namelijk tegelijk immens veel personages uit, en na bijna 600 bladzijden kan geen enkel karakter van psychologische oppervlakkigheid beticht worden. De grote zorg en de uitgebreidheid waarmee Franzen zijn roman heeft vormgegeven, maken Vrijheid waarschijnlijk tot een van de meest gelaagde romans van dit decennium.

Het verslavende effect is bovendien een tweede onovertroffen pluspunt van het boek. Waar karakters in een lang epos al snel doorzichtig en eenduidig worden, maakt Franzen zijn figuren met de bladzijde rijker en intrigerender. Iets over de helft wordt de roman zelfs een soort drug waar de lezer liever geen afstand van neemt. Met razend spannende cliffhangers aan het einde van elk hoofdstuk en personages die meer en meer écht tot leven lijken te komen, laat Vrijheid na het lezen een leegte achter. Want alle tijd die zo intensief in het lezen gekropen was, komt plots ter beschikking en daarom moet de mens weer moeizaam op pad, om keuzes te maken en het leven noodzakelijkerwijs te leven. Ook dat is een aspect van de roman, verder bordurend op wat Sartre, Camus en alle existentialisten en halve eeuw geleden al hadden aangekaard: hoe gunstig is de vrijheid van mensen, als ze er zelf niet mee om kunnen?

Al het bovenstaande klinkt misschien zwaar op de hand en in het slechtste geval belerend, maar Franzen is een ongezien taalvirtuoos en beschrijft het allemaal met een soapachtige sappigheid. Hij is tegelijk grappig en meeslepend, plus intelligent genoeg om de lezer nooit te gaan vervelen. De spannende constructie is briljant opgezet en maakt het mogelijk dat naast smeuïge seks en keiharde familieruzies, ook oprechte menselijke warmte en pientere bespiegelingen aan bod komen. In wezen is Vrijheid dus een allesomvattende roman, onmetelijk vlot geschreven en intellectueel, zonder overdreven artistieke pretenties. Van wat de New York Times of Time Magazine reeds schreven, kunnen we in Europa dus nota nemen: Jonathan Franzen ís de grootste schrijver van zijn generatie.

E-mailadres Afdrukken