Banner

Juli Zeh

Corpus Delicti

Jurgen Boel - 09 april 2010

Maatschappijkritische reflecties laten zich binnen de literaire wereld het liefst kennen als dystopische verhalen: toekomstvisies die de wereld een verwrongen spiegel voorhouden. Bestaande principes en wetten worden daarbij tot in hun absurde consequenties doorgetrokken met alle gevolgen van dien. Tot de bekendste voorbeelden behoren 1984, Fahrenheit 451 en Brave New World.

Het rijtje dystopieën is uiteraard een pak langer dan dit trio en als recentste telg is er nu Juli Zehs nieuwste roman. Corpus Delicti schetst een maatschappij waar ziektes onbestaande lijken dankzij een doorgedreven gezondheidsprogramma, “de Methode”. De Methode verbiedt niet alleen schadelijke geneugtes als sigaretten en alcohol, maar legt ook een trainingsprogramma op en grijpt zelfs in bij de partnerkeuze, geheel conform de lichamelijke compatibiliteit en immuniteitssystemen. De staat straft en beloont, uitgaand van het principe dat een gezonde mens bijdraagt tot de maatschappij en zichzelf.

Het totalitaire gezondheidsideaal, dat verder reikt dan de staat van “niet ziek zijn” en ingrijpt in alle levensfasen, stuit niet geheel onlogisch op verzet. Zo is er de ondergrondse beweging Recht Op Ziekte (ROZ), maar ook Moritz Holl, een poëtische ziel voor wie vrijheid betekent dat je ook risico’s durft te nemen en niet alles in je leven uitstippelt. Holl heeft weinig op met ROZ en wenst ook geen leidersrol op zich te nemen of liever: wenste, want aan het begin van de roman is hij al overleden.

Zijn zus Mia heeft minder moeite met het keurslijf van de staat, al wordt ze bij de aanvang van het verhaal wel op de vingers getikt voor enkele nalatigheden. Een banaliteit, maar toch krijgt de oppermachtige sterreporter Heinrich Kramer, het gezicht van en de facto de vierde macht, interesse in haar zaak en zoekt hij haar meermaals op. De bezoekjes van Kramer roepen bij Mia herinneringen op aan Moritz en gaandeweg stelt ze zich steeds meer vragen bij de Methode en zijn onfeilbaarheid, tot op het punt dat ze bereid is het systeem aan te vallen om aan te tonen dat het niet zaligmakend is.

De rest van het verhaal ontspint zich tot een intrigerend kat-en-muisspel, waarbij nooit helemaal duidelijk is waar Kramer, de rationalist en fanatieke aanhanger van de Methode voor staat. Zeh leeft zich net als in haar andere boeken opnieuw uit in de verbale steekspelen tussen enerzijds Mia en Kramer en anderzijds Mia en haar broer Moritz (in flashbacks/herinneringen), waarbij beide kanten van de medaille in een zucht opgehemeld en verketterd worden. Net als in haar andere boeken is niets wat het lijkt, waardoor het einde tezelfdertijd niet meer dan logisch en verrassend anders is dan verwacht.

De moderne dystopie van Zeh legt treffend bloot hoezeer een doorgeslagen gezondheidsideaal tot totalitair ingrijpen in het privéleven van de mens leidt. In welke mate heeft een overheid of samenleving het recht in te grijpen onder het mom van het beste met iemand voor te hebben? Moeten sigaretten op café verboden worden of alcohol gebannen? En wat dan met de verplichting te sporten of gezonder te eten? Wanneer wordt het hellend vlak betreden? Het zijn geen vragen die Zeh ostentatief voorschotelt, maar die wel opgeroepen worden bij het lezen van het boek.

Toch is haar roman geen pamflet pro ongezond leven of de vrijheid om risico’s inherent aan het leven te nemen. Veeleer is het een ingenieuze knipoog naar George Orwells 1984. Mia Holl is weliswaar geen Winston Smith, laat staan dat de Methode even onmenselijk is als het regime van Big Brother, maar in Heinrich Kramer moet zelfs O’Brien zijn cynische meerdere erkennen. Kramer is een meesterstrateeg wiens geloof in de Methode even onwrikbaar als dubieus is. Corpus Delicti bevestigt Zehs talent om een unieke wereld met fascinerende personages te scheppen, zelfs binnen het genre van de dystopie.

E-mailadres Afdrukken