Banner

Ödön Von Horváth

Jeugd zonder God

Jurgen Boel - 09 januari 2009

Het nazisme blijft voor schrijvers een dankbaar onderwerp, getuige onder meer het recente succes van Jonathan Littell (De welwillenden) en Edgar Hilsenrath (De nazi en de kapper), maar terugblikken op een periode blijft veilig en gemakkelijk. Het is andere koek wanneer men er midden in zit.

Odön Von Horváth werd in 1901 geboren in Rijeka (Kroatië) als zoon van een ambassadeur van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. In de jaren twintig verhuisde de familie definitief naar München en maakte de Duitstalige Von Horváth gedurende korte tijd naam en faam als auteur. Als criticus van het nationaal-socialisme taande zijn ster echter al snel onder het nieuwe regime waardoor de kritische roman Jeugd zonder God in 1938 in Amsterdam verscheen bij de Exil-uitgeverij Allert de Lange.

Het boek kreeg lovende kritieken van collega-schrijvers als Thomas Mann en Joseph Roth, maar werd kort daarna (7 maart 1938) door de nazi’s op de lijst van schadelijke en ongewenste geschriften geplaatst vanwege zijn pacifistische boodschap. Von Horváth voelde de bui hangen en vroeg vruchteloos een visum voor Groot-Brittannië aan. De gruwel van de Tweede Wereldoorlog zou hij echter nooit meemaken, door een vreemde speling van het lot stierf hij op 1 juni 1938 in Parijs toen tijdens een onweer een kastanjeboom op hem viel.

De achterliggende geschiedenis laat vermoeden dat in de roman grootse ideeën schuilen of een overduidelijke boodschap tegen totalitaire regimes, niets is echter minder waar. Jeugd zonder God neemt nauwelijks een stelling in maar laat zich subtiel kennen middels een stilistisch minimalisme en een behoedzame waarschuwing voor een staat waarbinnen het individu niet langer als dusdanig erkend wordt. De bijtende ondertoon verkrijgt zijn kracht doordat hij bijna afwezig lijkt en ondergeschikt aan het verhaal gesteld wordt.

Het hoofdpersonage en de verteller is een idealistische en minzame leraar aardrijkskunde die, zij het met enige tegenzin, gehoorzaam de nieuwe heersers en wetten tracht te volgen. Wanneer hij echter ten overstaan van een leerling, naar aanleiding van diens opstel, opmerkt dat negers ook mensen zijn en hun het recht op leven niet zomaar ontzegd mag worden, gaat de bal aan het rollen. De vader van de leerling maakt zijn ongenoegen duidelijk en ook de leerlingen laten collectief weten dat ze niet langer les wensen te krijgen van iemand die dergelijke stellingen poneert.

Geruggensteund door de directeur blijft de leraar echter aangesteld, al let hij er nu nog meer dan ooit op om ook maar één onvertogen woord te zeggen. Wanneer tijdens een kampeertocht, een voorbereiding op het leger en de oorlog, eerst een diefstal en daarna een moord gepleegd wordt, hult hij zich in een stilzwijgen over wat hij weet en gezien heeft. Pas tijdens het strafproces, waarbij onder andere een van zijn leerlingen terecht staat, durft hij eindelijk zijn rol in het gebeuren te openbaren waarna hij vastbesloten is de ware dader van de moord tot een bekentenis te dwingen.

Door de thematiek van leraar versus klas is het verleidelijk om Jeugd zonder God in eenzelfde rijtje als Hermann Ungars Die Klasse (1927) en Ferdinand Bordewijks Bint (1934) te plaatsen. Net als beide auteurs onderzoekt ook Von Horváth hoe een maatschappelijke orde het leven van het individu ontwricht en domineert, maar de kritiek op de totalitaire ideologie is hier veel minder abstract. Von Horváth noemt man en paard door aan te tonen hoezeer het nazistische denken de hele maatschappij ontmenselijkt.

De zakelijke, essayistische stijl die later onder meer door W.F. Hermans overgenomen zou worden, onderstreept het kille universum van Jeugd zonder God. De enkeling die zich bewust is van de neerwaartse spiraal waarin de wereld zich bevindt, houdt zijn mond of pleegt vaandelvlucht. Maar Von Horváth wil de lezer niet volledig ontmoedigen, in de duisternis laat hij een enkele vlam flikkeren. De kritische stellingname in Jeugd zonder God oogt niet groot maar wanneer een wereld zich in barbarij stort, is elke dissidente klank een niet te onderkennen teken van moed en hoop.

E-mailadres Afdrukken