Banner

Juli Zeh

Speeldrift

Jurgen Boel - 27 december 2006

Wie bepaalt wanneer een spel ophoudt spel te zijn? En wie legt de regels vast? Het menselijke bestaan is volgens de ene een geschenk, volgens de andere een vloek, en voor hen die het echt snappen niet meer dan een feit. Maar welke visie men ook aanhangt, er zijn altijd spelregels die gevolgd of overtreden kunnen worden.

In Speeldrift neemt de jonge Duitse auteur Juli Zeh het gegeven spel als uitgangspunt voor een rauw en nihilistisch verhaal waarbij het menselijke bestaan gereduceerd wordt tot niet meer dan een leeg omhulsel dat naar behoeven ingevuld of weggegooid kan worden. Centraal staat de jonge, hoogbegaafde tiener Ada, die na een incident op haar vorige school terechtkomt in het hoog aangeschreven gymnasium Ernst Bloch.

De microwereld van het Ernst Bloch-gymnasium is inwisselbaar met die van zovele andere scholen. Er zijn de "prinsessen", tienermeisjes met een middelmatige intelligentie gekoppeld aan een bekoorlijkheid die hen feilloos door de tienerjaren leidt, maar die hun leegte steeds zichtbaarder zullen maken. En zoals alle prinsessen hebben ze natuurlijk hun aanbidders, zo ongeveer alle andere leerlingen dus. Ook het lerarenkorps is een al even bonte als voorspelbare verzameling.

Het schoolhoofd Teuter is het prototype van de rechtse bureaucraat, die gespeend van iedere vorm van fantasie alleen maar regels, gezag en orde kent. Zijn "vijanden" zijn de Poolse leraar Smutek, die al even gespeend van fantasie het beeld van een ideale wereld aanhangt en niet begrijpt waarom zijn wondermooie vrouw hun beider vaderland zo haat. Zijn kompaan is gek genoeg Höfi, een Quasimodo-achtige figuur die (net als de Griekse cynici voor hem) een schijnbare misantropie koppelt aan een intens medeleven en een uitzonderlijke intelligentie.

Ada’s leven op school gaat zijn gewone gangetje. Er zijn de conflicten en discussies, net als de prille vriendschap met de zwijgzame Olaf. Alles verandert echter nadat Ada Smuteks vrouw het leven redt en de enigmatische Alev op het toneel verschijnt. Alev is de charme zelve en windt iedereen rond zijn vingers, maar heeft alleen oog voor Ada, in wie hij een zielsverwant ziet. De enige voor wie ze respect kunnen opbrengen, is Höfi, de docent die hen prikkelt en dwingt na te denken over de zaken. Maar wanneer ook hij van het toneel verdwijnt, blijft alleen het spel nog over, met als belangrijkste pion de naïeve Smutek.

Met haar derde roman wil Zeh de leegheid en morele ambiguïteit van de moderne maatschappij blootleggen. Ada en Alev zijn de vaandeldragers van een modern nihilisme dat niet eens meer gelooft dat er iets is waarin ze geloven kunnen. Ze beschouwen zichzelf als de nazaten van het nihilisme en praten over een innerlijke leegte en morele onverschilligheid als volleerde psychopaten. Maar in hoeverre menen ze zelf wat ze zeggen en is het geen pose?

Die waarheid blijft een boek lang in het midden. Smutek, Ada en zelfs spelleider Alev beseffen vroeg of laat dat ze niet meer zijn dan pionnen die, eens het spel opgestart is, het ook moeten uitspelen tot het bittere einde. Zeh velt geen enkel waardeoordeel, maar beschrijft haast louter klinisch hoezeer regels — van welke aard ook — dwingend en paradoxaal genoeg zelf arbitrair zijn. Sociale contracten bestaan bij gratie van wie hen afsluit.

De vergelijkingen met Robert Musil en vooral diens meesterwerk De man zonder eigenschappen die her en der in de Duitse pers verschenen, zijn overdreven. Zeh heeft nog lang niet het niveau bereikt van een Musil en schiet verhaaltechnisch soms te kort, maar Speeldrift is een knappe roman geworden die blootlegt hoe ver tieners kunnen gaan wanneer zij speltheorieën in de praktijk willen omzetten zonder oog te hebben voor de realiteit. Julie Zeh heeft met haar derde roman bewezen haar mannetje te kunnen staan in het literaire wereldje. Met Speeldrift sluit ze dan ook aan bij het nihilistische en klinische wereldbeeld van Arnon Grunberg en Amélie Nothomb, maar zonder zichzelf te verloochenen.

E-mailadres Afdrukken