Banner

Herman Loos

Menselijke grondstof

6.5
Jurgen Boel - 23 januari 2019

“The economy, stupid” was een van de campagneslogans die James Carville in 1992 uitdacht voor Bill Clinton tijdens de presidentsverkiezingen, die Clinton overigens ook zou winnen. Het was een slogan die inpikte op de heersende recessie en bij de stemmers duidelijk een snaar raakte. Meer dan vijfentwintig jaar later geldt die slogan nog steeds maar lijkt de nadruk op een andere speler te liggen en zijn sommige werknemers niet meer dan het zoveelste inwisselbaar product geworden. Dat is alvast het standpunt van de Leuvense socioloog Herman Loos.

Loos behoort naar alle normen tot de kleine groep van zogenaamde winnaars, de groep van hoger opgeleiden die binnen een gemondialiseerde wereld dankzij hun achtergrond en kennis maximaal de vruchten van de nieuwe maatschappij kan plukken zonder slachtoffer te worden van meer open grenzen, handelsakkoorden, en dergelijke meer. Loos koos er echter samen met zijn partner voor om naar Zuid-Frankrijk te trekken, de eenvoudige reden was dat zelf voor tweeverdieners een huis in Leuven bijna onbetaalbaar is en dat wie vooruit wil gaan noodgedwongen meestapt in een ratrace van werken en pendelen. Binnen het eengemaakte Europa zou leven als een God in Franrijk zowaar haalbaar kunnen zijn.

In de realiteit viel het echter dik tegen. De administratieve rompslomp die er niet alleen voor zorgde dat een verblijfsvergunning behalen al een hel was (elk land behoudt zijn eigen formulieren en codes), creëerde ook een processie van Echternach in een poging de behaalde diploma's te laten valideren. In Menselijke grondstof. Over leven op de bodem van de Europese arbeidsmarkt zijn dit echter nog maar de eerste, haast onschuldige stapjes binnen een zeven jaar durende ontnuchtering die gekenmerkt werd door overlevingsstrijd die voor vele van de lager geschoolde burgers een dagdagelijkse realiteit is waaruit ze nooit zullen ontsnappen.

In de verschillende hoofdstukken geeft Loos zijn relaas weer en hoe hij zich telkens in een andere uitzichtloze job in het zweet mocht werken zonder veel hoop op een vaste job of toekomst. Of het nu om handenarbeid gaat dan wel om werken in callcenters, de realiteit blijft gelijk: er moeten deadlines en cijfers gehaald worden waarbij vertrokken wordt vanuit een theoretisch model dat helemaal geen rekening houdt met de realiteit noch met de werknemers of klanten. Het enige dat geldt, is het halen van de streefcijfers in naam van de economie en de aandeelhouders. Een weinig opbeurende boodschap, maar het is geen verrassend inzicht. Alle anekdotiek ten spijt, weet Loos dan ook geen echte antwoorden te geven.

Het is het grootste minpunt van het boek, Loos blijft voorbeelden op voorbeelden stapelen en daarbij weet hij vaak treffend het leven van hemzelf en zijn lotgenoten te schetsen maar veel verder gaat het niet. Robotisering en flexibilisering zijn niet de oplossingen die enkele economen en politici naar voor schuiven, niet zolang ze geen rekening houden met de ontmenselijking van hen die er mee geconfronteerd worden en er alleen maar de lasten van lijken te dragen. Hoe het dan wel moet, blijft vaag, Loos weet het zelf ook niet. Uiteraard is het niet aan hem om het antwoord te brengen en de manier waarop hij zijn collega`s neerzet, is eerlijk: zo is hij niet blind voor hun racisme of hun kleine kanten, maar het overkoepelende overzicht schemert te weinig door.

Waar Joris Luyendijk in Dit kan niet waar zijn het leven in de Londense city en haar excessen wist te brengen op een manier die vragen doet rijzen en verontwaardiging oproept, blijft Menselijke grondstof te veel op de vlakte. Het is wraakroepend hoe mensen uitgebuit worden en hoe ze niet meer zijn dan kleine radartjes binnen een systeem dat zichzelf niet in vraag kan of wil stellen. Toch blijft het werk vooral hangen in een eerste verontwaardiging waar van een socioloog toch wat meer visie verwacht. Voor wie nooit in de mallemolen van interimwerk heeft gezeten of enige tijd in callcenters doorbracht, zal dit boek ongetwijfeld verrassend zijn, maar voor wie dit aan de lijve ondervond, zal als voornaamste troost hebben dat ze er uitgeraakt zijn.

E-mailadres Afdrukken