Banner

Michel Houellebecq

In aanwezigheid van Schopenhauer

7.0
Jurgen Boel - 17 januari 2019

Voltijds brompot en gediplomeerd cynicus Michel Houellebecq heeft Frankrijk weer even laten opschrikken met zijn nieuwe roman Sérotinine, waarin hij de opstand van de `gele hesjes` zowaar lijkt te voorspellen. Net zo toevallig als enkele jaren geleden, toen Soumission verscheen, een roman die terugblikt op een oud en versleten Frankrijk tegenover een vitale islambevolking, uitgerekend op de dag dat enkele fanatici besloten een aanslag te plegen op Charlie Hebdo. Tussen beide romans in, verscheen in 2017 het essay En présence de Schopenhauer, dat intussen ook in het Nederlands beschikbaar is.

Dat Arthur Schopenhauers werk voor Houellebecq gefundenes Fressen is, spreekt voor zich: hij heeft zich meermaals in interviews lovend uitgelaten over de Duitse filosoof, en zelf erkend hoezeer diens denken en geschriften zijn eigen romans beïnvloed hebben. Dat er nu pas een kort essay over Schopenhauer verschijnt, heeft dan ook meer te maken met Houellebecqs nonchalance. Vertaler en Houellebecq-kenner Martin de Haam dateert het essay immers ergens tussen 2002 en 2004, onder meer omdat Schopemhauers werk toen prominent in het huis van Houellebecq rondslingerde. Ook diens Mogelijkheid van een eiland (2005) refereerde sterk naar Schopenhauers denken.

In de Haans inleiding, die een derde van de publicatie (96 pagina`s) inneemt, komt de lezer meer te weten over hoe de Duitse tegendraadse denker doorheen het hele oeuvre van Houellebecq schemert. Daarna komt de schrijver zelf aan het woord. Hij citeert en parafraseert Schopenhauer, waarna hij persoonlijke duiding en interpretatie geeft bij de fragmenten en hoe hij dit binnen het bredere denkkader van Schopenhauer plaatst. Een inleiding in Schopenhauers denken is het niet geworden, daarvoor schrijft Houellebecq te eigenzinnig en vertrekt hij vanuit de aanname dat de lezer in kwestie al vertrouwd is met het werk van de filosoof.

Het meest opvallende is echter dat Houellebecq reeds bij de aanvang van zijn essay laat weten dat hij Nietzsche al snel links liet liggen zodra hij in contact kwam met Schopenhauers De wereld als wil en voorstelling. Daarenboven ruilde hijeen tiental jaar later ook de Duitse filosoof zelf in voor zijn bijna tijdgenoot Auguste Comte. Die laatste was niet alleen de grondlegger van het positivisme (alleen de empirische wetenschappen leveren geldige kennis op) , maar ook de vader van de sociologie. Comtes faam is echter kleiner dan die van Schopenhauer, niet in het minst omdat de latere Comte een politiek en maatschappelijk model voorstond dat, behalve bij een groep fanatieke aanhangers, weinig weerklank vond bij de lezers en fans van zijn oudere werk.

Tot welke groep Houellebecq behoort, wordt echter niet duidelijk. De auteur geeft zelf toe dat hoewel hij Schopenhaueriaan af is, deze wel met genoegen herleest , terwijl hij Comtes werk nauwelijks opnieuw ter hand neemt. En dus is het essay aan een oude liefde gewijd, in plaats van de nieuwe meestert. In het essay worden bovendien enkele van Schopenhauers denkbeelden netjes over korte hoofdstukjes verspreid, waarbij eerst de wereld als voorstelling behandeld wordt. Houellebecq kent duidelijk ook zijn filosofie (al beweert hij zelf dat er na 1860 niets relevants meer gedacht is) , aangezien hij kort reflecteert over Immanuel Kant (een voorganger van Schopenhauer) en Ludwig Wittgenstein, een filosoof die na Wereldoorlog I blijvend furore maakte.

Uiteraard dient ook iets over de kunst gezegd te worden, met een lang openingscitaat waarbij Houellebecq (opnieuw) de relevantie van Schopenhauer in de kijker zet. Ditmaal haalt hij Nietzsche erbij, vooraleer hij via Spinoza (geciteerd door Schopenhauer zelf) Comte van stal haalt en beide totaal verschillende denkers met elkaar vergelijkt. Er volgt een korte reflectie over onder meer het toneel, dat bijna geheel uit citaten bestaat, , en tot slot reflecteert Houellebecq een laatste maal over de filosoofs hoofdwerk. Hij maakt er zich echter opnieuw gemakkelijk vanaf door grote lappen tekst over te nemen en er eigen voetnoten bij te schrijven.

Michel Houellebecq blijft een intrigerend figuur en schrijver die, zo ook uit zijn essays mag blijken, wel degelijk belezen is en geen diepere reflecties schuwt. Dat hij in het verleden geregeld wist te provoceren, heeft meer te maken met een doelbewust rollenspel dan pure ernst. De meeste van zijn essays, over de jaren heen gepubliceerd, verschenen in 2015 gebundeld in De koude revolutie. Het lijdt geen twijfel dat In aanwezigheid van Schopenhauer daar perfect op zijn plaats was geweest, te meer daar het essay zonder de inleidende tekst van De Haan en de vele citaten eerder mager aanvoelt. Volgens die laatste zou Houellebecq het ooit geschreven hebben als een inleiding voor een herdruk van Schopenhauers werk, en zo leest het ook. Intrigerend en prikkelend, maar kort van stof en weinig diepgaand. Of het een publicatie op zich rechtvaardigde, blijft dan ook voer voor discussie.

E-mailadres Afdrukken