Banner

Lidia Yuknavitch

Het Boek Joan

7.0
Jurgen Boel - 16 augustus 2018

Dystopieën kennen een lange geschiedenis binnen de literatuur (in zekere zin was zelfs Thomas More's Utopia een dystopie eerder dan een utopie), waarbij een vaak totalitaire samenleving beschreven wordt aan de hand van een van haar inwoners die gaandeweg begint te revolteren tegen het systeem en eerder wel dan niet er door verma-len wordt. In Het Boek Joan vertrekt de Amerikaanse auteur en literatuurdocent Lidia Yuknavitch eveneens vanuit een dystopische visie, maar negeert ze zowat alle con-venties.

Yuknavitch is verbonden aan de universiteit van Oregon, waar ze schrijfklassen do-ceert, en schreef sinds 1990 een handvol romans. Het semi-autobiografische The Chronology Of Water (2011), dat via mond-tot-mondreclame gaandeweg een eigen status kreeg, en Dora: A Headcase (2012), gebaseerd op Sigmund Freuds Bruchstücke einer Hysterie-Analyse, waarin de ziekte en behandeling van Ida Bau-er (die hij het pseudoniem Dora gaf) bespreekt. In navolging van andere Freud-critici wenste Yuknavitch in haar roman Freud van repliek te dienen en Dora haar stem terug te geven (Bauer leed aan afonie, het onvermogen te spreken). Ook in Het Boek Joan duiken verwijzingen naar enkele historische figuren op, al is de reden hiervoor zo onduide-lijk dat het eerder storend werkt dan dat het iets tot het verhaal bijbrengt.

In een niet nader genoemde toekomst is de aarde grotendeels vernield na een we-reldwijde oorlog en leven de voormalige rijken in een soort ruimteschip boven de aarde, genaamd CIEL. De inwoners zijn geslachtsloze, pigmentloze wezens die zich van elkaar onderscheiden door allerlei ingeplante ornamenten en teksten die ze op hun huid schrij-ven. Het verhaal wordt verteld vanuit het standpunt van Christine (die zich de tijd voor de oorlog nog herinnert) en nog een jaar te leven heeft voor ze conform de wetten op haar vijftigste geëuthanaseerd zal worden. Samen met de homoseksuele Trinculo, wiens liefde ze als vrouw nooit kon winnen, vormt ze een bescheiden stoorzender binnen CIEL, waar haar afkeer voor de dictatoriale leider en bedenker van het complex en zijn wetten, Jean De Men, steeds groter en publieker wordt.

Via het testament van Christine dat ze zelf op haar lichaam graveert, komt de lezer steeds meer te weten over CIEL en de wereld ervoor, waarin de jonge vrouw Joan een belangrijke rol speelde als tegenstander van De Men. Deze laatste wist de macht te grijpen en veroordeelde Joan via een (schijn)rechtbank tot de brandstapel, in de hoop samen met haar ook haar denkbeelden te vernietigen. Uiteraard is hij hier allesbehalve in geslaagd en lijkt het vermoeden te ontstaan dat Joan nog steeds op aarde leeft, waar een kleine groep overlevenden ronddwaalt. In de tweede helft van het boek gaat Yuknavitch dieper in op Joan en het verleden alvorens de verhaallijnen samen te laten komen in het laatste deel.

Wie enigszins thuis is in de middeleeuwse literatuur zal snel doorhebben dat Jean De Men een weinig subtiele verwijzing is naar de dertiende eeuwse Jean De Meun(g), die aan Guillaume de Lorris' hoofse roman Le Roman De La Rose een tweede satirisch en allegorisch luik toevoegde dat ervoor zorgde dat de roman in de volgende eeuwen populair zou blijven. De Meuns harde stellingen tegen vrouwen zorgden ervoor dat Christine de Pizan ongeveer een eeuw later Le Dit De La Rose schreef, gevolgd door Querelle Du Roman De La Rose, Le Livre De La Cité Des Dames en Le Livre Des Trois Vertus, waarmee ze het vrouwonvriendelijke beeld van De Meun wilde bijstellen.

Mag het personage Trinculo met zijn “anarchistische narrenkarakter” nog een knipoog zijn naar het gelijknamige personage uit Shakespeare's The Tempest, dan is het personage Joan overduidelijk gebaseerd op Jeanne d`Arc (Joan of Arc): hoe ze in contact lijkt te staan met een hogere macht of wezen, haar leidende rol in de oorlog en finaal haar berechtiging door een vijandig gestemde rechtbank en haar veroordeling tot de brandsta-pel. Yuknavitch steekt haar sympathie voor het Joan-personage niet onder stoelen of ban-ken, zodat het niet duidelijk wordt of dit uitgebreid mag worden naar het historische perso-nage, al projecteert de auteur in dat geval heel wat historisch foute aannames op de maagd van Orléans. Ook de knipogen naar andere historische figuren werken veeleer sto-rend, omdat Yuknavitch zich te veel vrijheid veroorlooft om het geloofwaardig te ma-ken.

Met de keuze voor de historische personages lijkt Yuknnavitch aan haar roman een gravitas te willen verlenen die er eenvoudigweg niet in zit. Het is voor wie de link legt zelfs een van de belangrijkste stoorzenders, net omdat het verwachtingen schept en verbanden wenst te leggen die er dus niet zijn. Nochtans is Het Boek Joan een verdienstelijke roman die geleidelijk aan zijn eigen stem weet te vinden en aan het intussen klassieke dystopieverhaal een eigen draai weet te geven. Want hoewel het ettelijke pagina`s duurt vooraleer de schrijver het overneemt van de docent en het verhaal niet langer onderge-schikt is aan de regels van “hoe een roman te schrijven”, krijgt het boek gaandeweg een zekere vaart en is er (eindelijk) enig leesplezier te vinden. Met Het Boek Joan be-vestigt Yuknavitch haar talent als auteur, maar kan ze tezelfdertijd niet nalaten zich ten koste van het verhaal opzichtig te profileren als de slimste van de klas, en dat komt haar roman helaas niet ten goede.

E-mailadres Afdrukken