Banner

Drago Jancar

Die nacht zag ik haar

9.0
Frida Dewitte - 16 augustus 2018

Het is hoe we de geschiedenis maar al te graag begrijpen: als een tweedeling tussen de onwrikbare feiten – de zogenaamde “historische waarheid” – en de anekdotische besognes van de mensen die zich in het decor van hun tijd staande moeten zien te houden. Met Die nacht zag ik haar ontsluiert de Sloveense auteur Drago Jancar dit spagaat echter als een illusie. De mensen zijn de geschiedenis. En de geschiedenis is de mensen.

Gebaseerd op de lotgevallen van het echtpaar Rado Hribar en Ksenija Gorjup vertelt Jancar in Die nacht zag ik haar het verhaal van een koppel dat zich tijdens de Tweede Wereldoorlog voor het geroezemoes van de buitenwereld wil terugtrekken op een afgelegen landgoed, maar er niet in slaagt die oorlog buitenshuis te houden. Wat begint als een portret van liefde, ontvouwt zich tot een schets van een periode waarin alles door de heersende wereldbrand in lichterlaaie wordt gezet. Het langzaam evoluerende palet reikt Jancar de lezer aan door in de huid van verschillende personages te kruipen, die zich rond het huwelijk tussen Leo en Veronika – de gefictionaliseerde namen van Rado en Ksenija – situeren. Dat is niet bepaald een originele stilistische kunstgreep, maar de schrijver springt er schitterend mee om. De steeds terugkerende vraag die zich door de wisselende perspectieven aandient, is er één naar de zogenaamde waarheid. De verklaring voor bepaalde gebeurtenissen zoals de personages die aan zichzelf uitleggen, blijkt in een volgend hoofdstuk immers niet zelden onjuist. Wat blijft er dan nog van “de waarheid” over: bestaat die eigenlijk wel, of is dat woord slechts een schim die we – onder andere via de literatuur – vanuit het heden altijd zullen blijven najagen?

Wie hoopt dat een roman als deze culmineert in een slot dat de resterende losse eindjes met elkaar verbindt, is eraan voor de moeite. Jancar legt het boek weliswaar prachtig neer, maar laat de eigenlijke feiten onaangeroerd. Meer nog: hij laat zien dat de werkelijkheid onmiddellijk tot een soort fictie wordt omgevormd. Kortom: de gebeurtenissen zijn nog niet koud of ze worden al gemythologiseerd, getransponeerd naar een sluitend geheel dat als legitiem of als propaganda kan worden verkocht. Het is de enige manier om de oorlogsgruwel een plaats te kunnen geven: het zinloze bloedvergieten wordt een kroniek waarin zinvolle redenen worden gezocht, of op zijn minst excuses die de loop van de realiteit min of meer kunnen verklaren. “Maar in een oorlogssituatie is er niet altijd een duidelijk waarom”, expliciteert Jancar onderweg. Precies dat laat de auteur zien: binnen het kader van een oorlog zijn er tientallen persoonlijke motieven die samen de horror van de slachting uitmaken. Zijn het immers niet steeds dezelfde drijfveren – jaloezie, een gevoel van miskenning, een onvermogen tot communicatie, de weigering om afstand te doen van wat ons dierbaar is – die een spoor van vernieling achterlaten, ongeacht het tijdvak, zowel op persoonlijk als op collectief vlak?

In zekere zin gaat Die nacht zag ik haar evenveel over de jongste wereldoorlog als over de menselijke conditie in het algemeen, en zoals gezegd is de verdienste van Jancar dat die twee polen bij hem amper uit elkaar te halen zijn. Virtuoos is bovendien dat de schrijver via het wisselende ik-perspectief de verschillende geledingen van de bevolking een stem geeft. Van een ontwapende Servische officier over een arts in dienst van de bezetter naar een partizaan, van Veronika’s moeder tot haar kamermeisje: allemaal worstelen ze met hun herinneringen, proberen ze te achterhalen of ze de gang van zaken een andere wending hadden kunnen geven, trachten ze hun eigen falen te wettigen, zitten ze gevangen in het noodlottig momentum waarop Veronika uit hun leven verdween. Die Veronika is overigens een ongelofelijk ontroerend personage: ze is meer mysterie dan mens, een enigma dat leeft op de deining van haar intuïties, iemand die tallozen vanuit haar vrouwelijkheid en haar warmte heeft aangeraakt, eigenlijk een dieptragisch personage dat geeft en blijft geven, tot enkelingen zich tekortgedaan voelen en haar ondergang ontketenen. Haar man Leo is een meer rationele, wat rigide tegenpool, en ook wat zij in hem zag wordt door Jancar nooit uitgeklaard. Het is ongetwijfeld de beste methode om recht te doen aan haar complexiteit als psychologisch wezen.

“Ze wilde niets anders dan leven”, zo denkt een personage over Veronika. Het citaat is eigenlijk exemplarisch voor alle karakters, die uit de puinhoop van hun dagen een samenhangend verhaal proberen smeden. De oorlog heeft hen gebroken, maar tegelijk is er in de finale het besef dat zij die oorlog hebben gemaakt tot wat hij was. Homo homini deus, homo homini lupus: de mens zalft en slaat, verlangt het onmogelijke, zaait terreur in een ongelukkige gooi naar geborgenheid. Die nacht zag ik haar maakt zowel een fractie van het oorlogsleed als een stuk van de menselijke psyche op hartroerende wijze aanschouwelijk.

E-mailadres Afdrukken