Banner

Jun'ichirō Tanizaki

De brug der dromen

7.5
Jurgen Boel - 02 augustus 2018

Jun'ichirō Tanizaki (谷崎 潤一郎, 1886-1965) geldt niet alleen als een van de belangrijkste Japanse schrijvers van de twintigste eeuw, maar is in zijn thuisland ook nog steeds de populairste schrijver na Natsume I Am A Cat Soseki (夏目 漱石, 1867-1916). Net als zijn voorganger en tijdgenoot leefde Tanizaki in een periode waarin het eeuwenlange Japanse isolationisme doorbroken werd en de oude feodale structuren ingeruild werden voor een modernere en meer naar het westen gerichte cultuur.

Het is een tweespalt die voor beide auteurs een kernpunt in hun werk vormt, waarbij de soms moeilijke clash tussen het eren en in leven houden van oude tradities (Osaka en Kyoto) en het omarmen van nieuwe, westerse levenswijzes (Tokyo) geregeld aan bod kwam. Bij Tanizaki komen daarnaast erotische obsessies geregeld als thema naar voor, waarbij lichamelijke en geestelijke geneugtes een belangrijke drijfveer vormen voor zijn personages. Tanizaki’s soms subtiele, dan weer uitgesproken erotische passages doorheen zowat zijn hele oeuvre lokten van bij de publicatie van zijn eerste verhaal Shisei (1910, vertaald als De Tatoeëerder) gemengde reacties uit. Op latere leeftijd raakte hij steeds meer geïnteresseerd in het oude (feodale) Japan en zou hij de klassieke, tiende-eeuwse roman Het Verhaal van Genji maar liefst driemaal hertalen, waarbij het verhaal ook (on)rechtstreeks zijn eigen thema’s en vertelstijl zou beïnvloeden, zonder dat hij evenwel de oude liet varen, getuige het late werk Dagboek van een Oude Dwaas.

De Brug der Dromen uit 1959 is een van de latere novelles van Tanizaki, waarbij hij zich duidelijk op elementen uit Het Verhaal van Genji baseerde, en vormt het sluitstuk van de bundel die zich over de hele schrijverscarrière van Tanizaki buigt. De eerste kortverhalen spelen zich voornamelijk af in Tokyo, waar Tanizaki toen woonde, en vertrekken allemaal vanuit een vreemd, zinnelijk verlangen. Zo staat in “Het Geheim” een personage centraal dat zich niet alleen uitleeft in vermommingen (waaronder als vrouw), maar ook een affaire start met een mysterieuze vrouw die hem alleen aantrekkelijk overkomt omdat hij haar niet kent. In “De Fijnproeversclub” staat dan weer het gastronomische genot centraal met een groep levensgenieters wier enige verlangen is steeds maar nieuwe gerechten te ontdekken.

Andere vreemde vogels duiken op in “Mijnheer Van de Groenheuvel”, waar een filmliefhebber met zijn obsessie voor een actrice geen blijf weet, en in “Een Gulden Dood”, waar het verlangen kunst te creëren manische obsessies aanneemt. “De Blauwe Bloem” is al even absurd en subtiel satirisch in de manier waarop de toenmalige Japanse obsessie met het westen weergegeven wordt. In het veeleer spookachtige “Smachten naar Moeder” duikt het thema van de (verloren) moederliefde op, een gegeven dat in meer werken van Tanizaki aan bod komt en ook in het latere, en dus klassiekere “De Rietsnijder” voorkomt, dat net als het vermelde kortverhaal overigens leest als een aanzet tot spookverhaal. Dat Tanizaki zich bewust was van de Japanse klassiekers, komt naast het titelverhaal ook duidelijk tot uiting in “Pijlwortel uit Yoshino”, dat geregeld teruggrijpt naar de mythologie om een modern verhaal te vertellen.

Hoewel het verschil in stijl tussen de oude en de jonge auteur doorheen de bundel duidelijk is, blijven de thema’s wel degelijk dezelfde. Zo is er niet alleen de nadruk op de zinnelijke lusten en obsessies, maar komt ook de clash tussen het oude en het nieuwe Japan geregeld naar voor, naast een verlangen naar de onbereikbare moederfiguur. Dat niet enkel de vrouw als moeder haast onbereikbaar is, maar ook als liefdesobject, komt nog het beste tot uiting in “Shunkin – een schets”, dat de totale devotie van een leerjongen voor de blinde dochter des huizes als onderwerp heeft. Zoals in meer verhalen van deze bundel wordt de relatie tussen de personages nooit volledig uitgesproken, maar het mag duidelijk zijn dat liefde en devotie samengaan, en dat dominantie van de ene partner boven de andere voor de hand liggend is.

Zijn de verschillende stokpaardjes van Tanizaki op zich al de moeite waard om zijn werk te leren kennen, dan vormen zijn heldere schrijfstijl en vertelkracht de kers op de taart. In het enige opgenomen essay, “Lofzang op de Schaduw”, vergelijkt hij de esthetiek van Japan met het westen: hoe de ene zich lijkt te koesteren in schaduwen en zijn hele cultuur daarop baseert, terwijl de andere volop voor het licht kiest en in alles een maximale zichtbaarheid nastreeft. Hoewel Tanizaki zich hierbij soms te hard en kritisch opstelt voor de eigen cultuur en landgenoot, blijft het essay een fraai stukje dat hoe dan ook meer licht werpt op het Japanse denken van begin twintigste eeuw en hoe de confrontatie met het westen zijn sporen nagelaten heeft. Tanizaki mocht dan wel in de moderniteit van Tokyo geboren zijn, hij leefde lang genoeg in Kyoto om ook het oude Japan langzaam maar zeker te zien verdwijnen.

Dat Jun'ichirō Tanizaki zowat honderd jaar nadat hij zijn eerste (kort)verhalen publiceerde nog steeds gretig gelezen wordt in Japan, mag niet verbazen. Zijn werk heeft een zekere tijdloosheid terwijl het net zo goed een verleden oproept dat zich in een wereld van dromen bevindt. Bovendien schuwt hij de controverse niet door volop de lichamelijke geneugten aan bod te laten komen en zich in zijn man-vrouwverhoudingen scherp en gedurfd opstelt. De selectie van vertaler Jos Vos smaakt naar meer, niet in het minst dankzij zijn uitstekende vertaling. En ook al klinken de meer Vlaamse stukken ietwat vreemd, zoals Vos zelf opmerkt, geldt dit ook voor het origineel, waar Tanizaki doelbewust het formelere Japans liet botsen met de meer volkse dialecten. De belangrijkste werken van Tanizaki mogen weliswaar al in vertaling verschenen zijn, De Brug der Dromen vormt er een mooie aanvulling op.

E-mailadres Afdrukken
 
Jun'ichirō Tanizaki
De Bezige Bij / 2018
debezigebij.nl

Advertentie
Advertentie
Banner

TEST