Banner

Frank Herbert

Duin

7.5
Jurgen Boel - 09 oktober 2017

Begin jaren tachtig was David Lynch nog een jong beloftevol regisseur die na zijn verontrustende debuut Eraserhead (1977) de kans had gekregen om het Victoriaanse drama The Elephant Man (1980) te draaien. Lynch had net het aabod van George Lucas afgeslagen om Return Of The Jedi (1983) te regisseren toen hij de kans kreeg om een ander sciencce fictionwerk te brengen: Dune (1984), gebaseerd op de gelijknamige roman van Frank Herbert uit 1965.

Hoewel Lynch slaagde in waar tal van andere regisseurs faalden (namelijk het werkelijk te verfilmen), was de reactie er op opvallend negatief. De grootste kritiek betrof enerzijds de complexe verhaallijn die wie het boek niet kende, in de war zou brengen terwijl wie wel de roman (en zijn vervolgverhalen had gelezen) net teleurgesteld zou zijn in hoe sterk de film afweek van zijn bromnateriaal. Het mag dan ook geen wonder heten dat zowel Ridley Scott als Alejandro Jodorowsky hun tanden er op stuk beten. Scott besloot kort erna Blade Runner te verfilmen terwijl Jodorowsky`s pogingen in 2013 tot de kritisch positief onthaalde documentaire Jodorowsky`s Dune leidde, uit die documentaire komt niet alleen naar voor hoe Jodorowsky`s de ongeveer veertien uur durende vertaling zag maar ook hoe de preproductie en samenwerkingen een invloed en inspiratie zouden vormen voor onder meer Alien en Terminator.

Hoewel Herbert zelf zich positief uitliet over de film, is de kritiek niet meer dan logisch, Duin is geen eenvoudig werk en duidelijk opgevat als het eerste boek in een langere reeks met een uniek universum. Bij de start van het boek wordt de lezer meteen in een ander universum gegooid dat hij gaandeweg dient te ontrafelen en waarbij Herbert geregeld vreemde terminologie gebruikt (al heeft hij aardig wat termen uit de Islam en de Arabische cultuur geleend) die achteraan in het boek in een woordenlijst toegelicht worden. Het universum van Duin vindt plaats in een verre toekomst waarbij ruimtevaart slechts mogelijk is door een gilde, die hiervoor hoge prijzen aanrekent, en er een continu onstabiel evenwicht is tussen de Padishahkeizer en zijn leenheren, die ook onderling met elkaar wedijveren en via de landsraad het heelal besturen.

De onderlinge machtsverhoudingen en meer bepaald deze tussen de keizer, de baronnie Harkonnen en het hertogdom Artreidis vormen de aanzet van de roman, waarbij hertog Artreidis niet alleen zijn neef baron Harkonnen officieel de kanly verklaart (een soort vete tussen edelen) maar ook op keizerlijk bevel `zijn` planeet Caladan dient te verlaten om de macht over de woestijnplaneet Arrakis over te nemen van zijn neef. Hoewel een droge en onvruchtbare planeet, geplaagd door stormen en reusachtige zandwormen, is Arrakis van strategisch en economisch belang omdat het de enige planeet is waar `specie` kan ontgonnen worden, en deze stof van cruciaal belang is voor zowel intergalactische reizen (piloten nemen het om te kunnen navigeren bij snelheden sneller dan het licht) als voor de Bene Gesserit, een religieuze vrouwenorde die achter de schermen de geschiedenis mee bepaalt en haar leden aan zowat alle belangrijke edelen inclusief de keizer gekoppeld heeft.

Herbert neemt uitgebreid de tijd om de Artreidisfamilie en haar gevolg te schetsen waarbij hij in het bijzonder aandacht besteedt aan de zoon Paul en diens moeder, officieel concubine van de hertog maar ook diens enige liefde, die tegen de wetten en bepalingen van haar orde (Gene Besserit) de hertog een zoon in plaats van een dochter schonk. Paul lijkt in meerdere opzichten uitverkoren, niet alleen genoot hij als zoon van een hertog een uistekende opleiding (ook wat wapens en verdediging betreft) maar daarnaast is hij als kind van een Gene Besserit ook begenadigd met `magische` krachten die hij onder scholing van zijn moeder verder ontwikkeld en verfijnd. De vraag die niet alleen zijn moeder maar ook de orde stelt, is of Paul de Kwisatz Haderach is, de door de Gene Besserit voorspelde en geplande `messias` die via een lange lijn van door hen georchestreerde huwelijken en berekende afstammingslijnen geboren zal worden.

Wanneer na een geslaagde aanval van de Harkonnen, met behulp van de keizer achter de schermen, de hertog vermoord wordt en Paul en zijn moeder achterblijven in de woestijn, neemt het verhaal een nieuwe wending. In de woestijn leven immers de Vrijmannen, die als geen ander de woestijnplaneet kennen en leven in de verwachting dat er ooit een `Mahdi` (messias) zal komen die hen niet alleen naar de overwinning zal leiden maar Arrakis ook zal omtoveren tot een vruchtbare planeet waar leven mogelijk is en water overvloedig. Al snel weten zowel Paul als zijn moeder zich te verzekeren van een belangrijke plaats binnen de Vrijmannengemeenschap, mede dankzij de machinaties van de Gene Besserit die eeuwen ervoor al de religieuze overtuigingen van de Vrijmannen vorm gaf. Dat een clash tussen Paul en zijn vrijmannen met de Harkonnen (die opnieuw over de planeet regeren) en de keizer niet uit kan blijven, ligt voor de hand.

Hoewel Duin vertrekt vanuit de strijd tussen de verschillende huizen over de heerschappij van een planeet of keizerrijk, besteedt Herbert weinig aandacht aan de strijd of oorlog zelf maar is hij vooral geïnteresseerd in enerzijds hoe de machinaties achter de schermen werken en anderzijds (en vooral) hoe een `gewone` sterveling omgaat met het besef uitverkoren te zijn (of zo beschouwd te worden) en een grote groep radicale gelovigen/aanhangers achter zich te hebben. Meer nog dan een poging om het onrecht dat zijn familie aangedaan is recht te zetten, gaat Duin over de vraag hoe Paul een volgens hem haast onafwendbare `jihad`, door hem geleid en uitgevoerd door zijn Vrijmanvolgelingen, kan afwenden en zo het heelal kan `redden`.

Meer dan vijftig jaar na zijn verschijnen blijft Frank Herbert als science fictionschrijver op eenzame hoogte staan. Waar J.R.R. Tolkien binnen het brede fantasygenre tal van opvolgers kent en onder meer met George R. R. Martin een waardige opvolger heeft, is het een pak moeilijk om een troonpredendent voor Herbert te vinden, alvast in de literatuur. Met Gene Roddenberry (Star Trek) en George Lucas (Star Wars) heeft de televisie- en filmwereld weliswaar volwaardige sci fi-universa gecreërd maar vooralsnog geldt geen romanreeks even invloedrijk binnen het genre. Lynch had dat beter in gedachten gehouden toen hij Lucas` aanbod afwees.

E-mailadres Afdrukken