Banner

Franz Kafka

Het kasteel

9.0
Jurgen Boel - 05 juli 2018

Wie Franz Kafka’s romans opsomt, zal steevast verwijzen naar Het Proces, Amerika en Het Slot. Dat Willem van Toorn in zijn nieuwe vertaling van Das Schloss opeens voor een andere titel kiest, is dan ook opmerkelijk te noemen, al geeft hij daarbij mee dat “slot” in het Nederlands niet als een zelfstandig woord voorkomt, maar slechts in namen en samenvoegingen. Bovendien wordt het werk volgens van Toorn in de meeste andere talen ook hertaald naar “Het Kasteel”.

Het zijn terechte bedenkingen van een vertaler die voor een natuurlijker spreken en lezen opteert, maar hierdoor verdwijnt ook een dubbelzinnigheid in Kafka’s werk die net in het Nederlands, zij het enigszins gekunsteld, ook werkt. In Het Kasteel is immers nooit echt wat het lijkt en heerst er continu twijfel over wat nu de waarheid is en wat niet. Zo start de roman met het wekken van een eerder haveloos uitziende vreemdeling K., die in een herberg overnacht en aanvankelijk niets lijkt te weten over het dorp waar hij aanbeland is. Zodra hij echter hoort dat er een kasteel is, identificeert hij zich als de landmeter die aangesteld is door datzelfde kasteel. Bij navraag in het kasteel zelf komt eerst een ontkennend antwoord, dat al snel gevolgd wordt door de erkenning dat K. wel degelijk ontboden is als landmeter.

Wanneer een genoegzame K. opmerkt dat zijn assistenten de volgende dag zullen opdagen en dit ook gebeurt, ontstaat opnieuw een vreemde situatie: pas wanneer ze zichzelf voorstellen als zijn oude, getrouwe assistenten (Artur en Jeremias) lijkt K. hen opeens te herkennen. Later zal K. zichzelf overigens voordoen als zijn oude assistent Josef in een poging contact te leggen met het kasteel en Jeremias en Artur als de nieuwe, wat na enig geweifel bij het kasteel ook als zodanig erkend wordt. De onmogelijkheid van K. om -- behoudens via de telefoon en een tussenpersoon -- ook maar met iemand van het kasteel in (rechtstreeks) contact te komen en zijn job als landmeter op te nemen, vormt de bekende rode draad doorheen Het Kasteel, maar zoals van Toorn in zijn nawoord opmerkt, is er meer aan de hand.

Het idee van een bureaucratie die het dagelijkse leven en werken onmogelijk maakt en/of bemoeilijkt, wordt immers continu gelogenstraft. K. wordt op eigen naam benoemd tot landmeter en zijn nieuwe assistenten zijn eveneens zijn oude, naargelang hij zelf bepaalt. Het kasteel biedt hem zelfs een job aan als conciërge van de school. Een job die K. aanneemt, zij het dat hij het werk eerder luchtig opvat, tot frustratie van de schoolmeester die weliswaar K.`s meerdere is, maar tezelfdertijd geen zeggenschap over hem heeft. K.`s benoeming gebeurt immers door de bedlegerige burgemeester, die aan jicht lijdt en door de schoolmeester hoog aangeschreven staat. Al gelooft waardin Gardena dat de vrouw van de burgemeester, Mizzi, degene is die het werkelijk voor het zeggen heeft. Zo ontmoet K. een stoet van vreemde figuren die allen hun mening hebben over het dorp en het kasteel, en daarbij elkaar geregeld tegenspreken zonder dat dit afbreuk doet aan hun ontzag voor het kasteel of zelfs maar het dagelijkse leven verstoort.

Want hoewel er geregeld orders vanuit het kasteel komen en lagere afgevaardigden zich af en toe laten zien, blijft het een gesloten gemeenschap waar niemand zicht op heeft. Gedurende het hele boek tracht K. zonder succes in contact te komen met Klamm, de hoogste kasteelvertegenwoordiger die zich in het dorp vertoont, maar met wie, met uitzondering van zijn twee assistenten, evenmin iemand ooit in interactie lijkt te gaan. Zelfs van Barnabas, een loopjongen die aangewezen is om de boodschappen van Klamm aan K. over te brengen, kunnen we niet met zekerheid stellen dat hij wel degelijk met Klamm zelf in contact komt. In een ellenlang betoog voert Barnabas` zuster Olga verschillende redenen aan waarom het niet Klamm is met wie haar broer in contact komt, maar een andere, lagere klerk.

De ellenlange uitweidingen en tegenspraak door de verschillende dorpsbewoners vormen niet alleen de hoofdmoot van het verhaal, maar geven de roman ook een absurde en zelfs spottende laag waarbij, zo lijkt Kafka te insinueren, iedereen aan de haal kan gaan met de regels om er zijn eigen waarheid van te maken. In die zin behandelt de roman niet zozeer of louter de bureaucratie, maar veeleer het leven zelf of misschien wel de Joodse godsdienst (waar de Wet, zoals uiteengezet in de Thora, een niet onbelangrijke rol speelt) en hoe de gewone mens ermee omgaat. Naargelang de eigen interpretatie of voorkeur kan Het Kasteel dan ook als verschillende allegorieën gelezen worden. In die zin is het jammer dat vertaler van Toorn niet de oude titel Het Slot heeft behouden, want naast de betekenis van burcht of kasteel betekent “slot” in het Duits en Nederlands immers ook “sluiting” en laat de roman net de onmogelijkheid van K. om dit slot te openen de rode draad vormen.

Wat Kafka met Het Kasteel beoogde, blijft voer voor speculatie. Zijn vroegtijdige dood (Kafka leed aan tuberculose) zorgde ervoor dat de roman onafgewerkt bleef: het verhaal stopt midden in een zin, net nadat K. met de koetsier Gerstacker een verbond heeft gesloten dat Klamms medewerker Erlanger in nauwe schoenen kan brengen. In zekere zin past het abrupte (onbedoelde) einde echter wel bij de onmogelijkheid en vervreemding die in Het Kasteel de boventoon voert en het aan de lezer overlaat om zelf conclusies te trekken. De hernieuwde vertaling van Willem van Toorn vertoont slechts minimale wijzigingen met zijn eerdere vertaling (1997, samen met Gerda Meijerink) en blijft een vlot leesbaar werk, waarbij Kafka`s lange uitweidingen en absurde uiteenzettingen tot hun recht komen.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Franz Kafka
 
Franz Kafka
Athenaeum / Polak & Van Gennep
/www.singeluitgeverijen.nl/athenaeum

Advertentie
Advertentie
Banner

TEST