Banner

Carlos Ruiz Zafón

Het labyrint der geesten

7.0
Jurgen Boel - 31 mei 2018

Carlos Ruiz Zafóns La sombra del viento (2002), in 2004 vertaald als De schaduw van de wind, werd al vlug een bestseller. Hoewel het boek bedoeld was als eerste deel van een vierluik, vormde het ook een op zichzelf staand en afgesloten geheel. Het verzoende het Barcelona onder Franco netjes met een feuilleton-achtige aanpak, inclusief de nodige dromerige en gothicelementen, en appelleerde zowel aan de ernstige als aan de strandlezer. Hoelang zou de wispelturige lezer echter bereid zijn te wachten op een vervolg en einde?

Lang, volgens Zafón, want zestien jaar zijn er intussen verstreken sinds de eerste roman en met elk nieuw deel leek ook de aandacht van het publiek verder te verslappen. Uiteraard hielp het niet dat het tweede deel, Het spel van de engel, pas in 2009 verscheen en bovendien een prequel was. Nochtans bevatte het boek opnieuw voldoende elementen voor een aangename leeservaring en was de keuze voor meer magisch-realistische elementen perfect te verantwoorden. Maar de critici en lezers volgden niet meer zoals voorheen en bij het in 2012 verschenen derde deel, De gevangene van de hemel, leek het sop finaal de kool niet langer waard. Ditmaal werd een tijdsprong gemaakt naar 1957, maar tezelfdertijd blikte een aanzienlijk deel van de roman terug naar het jaar 1940 en Fermín Romero de Torres, een van de hoofdpersonages en vijand van het regime. Het was niet meer dan een lang uitgesponnen overgangsverhaal met detective-allures dat nergens echt overtuigde en grotendeels overeind bleef dankzij Zafóns vakmanschap.

Met het kloeke (ongeveer 850 pagina`s tellende) Het labyrint der geesten is het slotstuk dan toch verschenen en worden ook alle losse eindjes - een flink aantal intussen - aan elkaar geknoopt. Het zogenaamde “kerkhof der vergeten boeken” speelt opnieuw een (kleine) rol, alsook tal van hoofd- en nevenpersonages die in de vorige delen al dan niet prominent naar voren traden. Na een kort hoofdstuk dat in het jaar 1992 uit de pen van (personage) Julián Carax gevloeid blijkt, keert de lezer terug naar het Barcelona van eind jaren dertig. Fermín slaat midden in een bombardement op de vlucht met Alicia, het dochtertje van vrienden, om haar kort erna al te verliezen. Dat zij later in het boek nog een belangrijke rol zal spelen, wordt echter al snel duidelijk.

Zij wordt namelijk een van de belangrijke katalysatoren van het verhaal wanneer ze als agente van een schimmige spionagedienst belast wordt met het opsporen van de verdwenen minister Mauricio Valls y Echevaría. Hiervoor trekt ze naar Barcelona, waar ze niet alleen met oude vrienden en kennissen in contact komt, maar ook met de familie Sempere, de boekhandelaars bij wie Fermín in de eerste roman een thuishaven vond. In de honderden pagina`s die volgen, legt Zafón de verbanden bloot tussen de oude en nieuwe personages en koppelt hij nieuwe mysterieën aan de bestaande. Het lijkt bij momenten bijna ongeloofwaardig hoe een familie van eenvoudige boekhandelaars betrokken kan raken bij zoveel geheimzinnige zaken. Zafón is echter verstandig genoeg om hen voornamelijk als onwillige betrokkenen af te schilderen, die vooral door toeval op het juiste of verkeerde moment op die ene plek waren en zo willens nillens betrokken raakten bij het spel achter de schermen.

Zafóns voorliefde voor het negentiende-eeuwse feuilleton vol intriges, op de achtergrond opererende (kwade) machten, helden tegen wil en dank en ongrijpbare figuren was van bij het eerste deel al duidelijk aanwezig en wordt met elke roman verder in de verf gezet. In zijn geheel doet het vierluik haast anachronistisch aan door de vele uitweidingen, nevenplotlijnen en talloze nevenpersonages die steevast een puzzelstukje aanbrengen via getuigenissen, achtergelaten brieven en confessies. De schrijfstijl van Zafón kan bovendien bezwaarlijk sterk literair of vernieuwend heten, maar bij dit type verhaal past het uitstekend. In enkele duizenden pagina`s heeft Zafón het werkelijke Barcelona en de Spaanse geschiedenis verweven met zijn magisch-realistische kijk, waarbij geregeld misdaden uit het Franco-regime zijdelings aan bod komen. De uitgebreide plotlijnen en de stoet aan personages mogen dan wel mager uitgewerkt en archetypisch zijn, ze werken wonderwel. Grootse literatuur is Het labyrint der geesten uiteraard niet, maar het vormt wel een bevredigend sluitstuk van het vierluik.

E-mailadres Afdrukken